Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Columns
27/08/2020
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Thijs Roovers

Er was eens …

17 augustus. Nog wat onwennig sta ik om kwart over acht ’s ochtends met een bord in mijn handen op het plein van mijn nieuwe school – ‘Welkom Groep 7’ staat erop. De leerlingen druppelen het schoolplein op en verzamelen zich bij mij en de andere collega’s, die eveneens zo’n bord omhooghouden. De ouders staan achter het hek en zwaaien. We lopen per klas naar binnen, waarbij de leerlingen eerst hun handen moeten ontsmetten en via een vooraf bepaalde looproute naar hun eigen klaslokaal gaan.

Save the children

De leerlingen doet het weinig, zo te merken. Ze lachen, kletsen en beginnen meteen vragen te stellen over wat we dit jaar allemaal gaan doen, of ze naast een vriendje of vriendinnetje mogen zitten en waarom er een gitaar in de klas staat. Geen woord over corona, of het niet naar binnen mogen komen van de ouders. En zo hoort het ook. ‘Er was eens …’, geldt vooral voor de leerkrachten.

In dezelfde week zit ik voor het Lerarencollectief in een overleg met de minister. Het primair onderwijs lijkt een goede start te hebben. Er spelen zorgen, maar er is weinig uitval en het overgrote deel van de scholen is opengegaan zonder al teveel problemen. De maatregelen, vastgelegd in protocollen, zijn niet veranderd ten opzichte van eind vorig schooljaar en daar hebben scholen al een aantal weken mee gewerkt.

Toch druppelen er bij mij in de dagen erna meldingen binnen van collega’s die zich moeten laten testen en daarom niet voor de klas kunnen staan, klassen die naar huis worden gestuurd, groepen die verdeeld worden. Ook op mijn eigen school zijn er collega’s afwezig in afwachting op de uitslag van hun test.

Er was eens een grote schil van invallers die je kon oproepen bij een zieke collega. Helaas is deze schil, door meerdere redenen, in de afgelopen paar jaar volledig verdampt. Schoolleiders zitten, wederom, met hun handen in het haar. Leerkrachten durven zich soms niet te laten testen uit angst dat ze hiermee hun klas in de steek laten. Zolang er geen uitslag is, zit je namelijk thuis, en de leerlingen hierdoor ook.

We weten dat we een cruciaal beroep hebben. Eén leerkracht thuis, betekent gemiddeld 25 kinderen ook thuis. Voor de kinderen is dit inmiddels een vast gegeven, ze gaan online aan de slag, maar het vraagt veel van onze maatschappij. Want de ouders van deze kinderen komen niet aan werken toe, zitten noodgedwongen ook weer thuis. Dit kan beter.

Willen we de maatregelen laten slagen, de scholen op kunnen laten, dan zal de testcapaciteit anders benut moeten worden. Geef voorrang aan mensen uit de cruciale sectoren. Laat ze niet twee tot vier dagen wachten totdat ze getest kunnen worden. Die dagen zitten de kinderen namelijk ook thuis.

Ik hoop dat dit thuiswerken voor kinderen snel tot iets uit het verleden gaat behoren. Dat het ‘er was eens …’ voor de leerlingen slaat op het thuiswerken als er een juf of meester ziek was.

Thijs Roovers