Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
18/02/2019
Leestijd 5-8 minuten
Geschreven door Erik Ouwerkerk

‘Een onderwerp moet je persoonlijk raken’

Bea Pompert was directeur en medeoprichter van De Activiteit, een organisatie die zich bezighoudt met de ontwikkeling en implementatie van ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO). Ze begeleidt pedagogische medewerkers, leerkrachten en schoolleiders met advies en nascholing, en evalueert de resultaten van ontwikkelingsgerichte interventies. Met haar kennis en ervaring is er alle reden toe Pompert meteen het hemd van het lijf te vragen, maar het loopt anders. Aan een tafel in de kantine van het faculteitsgebouw Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam gaat het gesprek namelijk in eerste instantie over de interviewer zelf: ‘Waarom schrijf je? Waarover? Hoe doe je dat?’, vraagt ze, en vervolgens vertelt ze over haar eigen schrijfproces. Zo heeft Pompert nog voordat de term OGO is gevallen in de praktijk al aangetoond waar het voor een groot deel om draait in deze onderwijsbenadering: bewustwording van het persoonlijke verhaal, daar samen betekenis aan geven, en het naar een hoger niveau tillen. Bovendien laat ze zien dat theorie en praktijk nooit ver uit elkaar liggen zodra het gaat om OGO.

Save the children

Wat betekent goed onderwijs voor jou?
‘De school is de plek waar kinderen stukje bij beetje de wereld om hen heen gaan ontdekken, en dat geldt des te meer als ze van huis uit minder gestimuleerd worden in die ontdekkingstocht. Haal de wereld dus de klas in, de school mag geen afgesloten plek zijn. Goed onderwijs zorgt ervoor dat de leerling tot in zijn tenen voelt dat hij deel wil uitmaken van die grote wereld om hem heen en er betekenis aan wil geven. Dat kan wanneer een onderwerp in de klas je ook persoonlijk raakt. Daar begint het mee, vervolgens til je elkaar naar een hoger niveau door er met je leerkracht en klasgenoten mee aan de slag te gaan. Schrijven, rekenen, et cetera zijn geen doel op zich, maar zijn belangrijk, omdat het de kinderen verrijkt in hun ontwikkeling. Je vergroot je woordenschat niet, omdat het getoetst wordt, maar om zo betekenis te geven aan de wereld en jouw relatie ermee.’

Bea Pompert: 'De ontwikkelingsgerichte leerkracht is ontzettend geïnteresseerd in de leerling. Wat houdt een kind bezig?'

Voor jou is goed onderwijs ontwikkelingsgericht. Kun je vertellen hoe je daarbij gekomen bent?
‘Ik ben zo’n veertig jaar geleden begonnen voor de klas. Heel leuk en inspirerend natuurlijk, maar ik kreeg het gevoel dat er veel meer in de kinderen zat dan eruit kwam. Eerlijk gezegd dacht ik al dat er meer uit zou komen als ze juist niet netjes door alle methoden werden gesleept. Ik ging onderwijspedagogiek studeren. Frea Janssen-Vos (sleutelfiguur van het spelenderwijs leren in Nederland) vroeg me op basis van mijn afstudeerproject ‘Alles op het spel’ samen met Bert van Oers (nu bijzonder hoogleraar cultuurhistorische onderwijspedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam) te starten met een projectgroep die het curriculum voor de onderbouw het Nederlands basisonderwijs onder de loep nam. Dat deden we niet top-down, maar in wisselwerking met de praktijk. Dat wil ik graag onderstrepen, want die benadering is nog steeds het uitgangspunt van De Activiteit. Van Oers en professor Jacques Carpay herontdekten het werk van de Russische psycholoog Lev Vygotskij en werkten dat verder uit. Volgens Vygotskij kon je de ontwikkeling van kinderen niet isoleren van hun culturele, sociale en historische context. Als je dat in beschouwing neemt, draait het er om steeds weer een zone van naaste ontwikkeling te creëren; een uitdaging die perfect aansluit op wat er al bereikt is. Het (simpelweg) volgen van een onderwijsmethode is dan lang niet voldoende. Het ontwikkelingsproces verloopt namelijk niet lineair, maar is onvoorspelbaar, en zoekt soms sprongsgewijs een weg via unieke dwarsverbanden. Als je dat als leerkracht nauwlettend in de gaten houdt, zul je steeds weer aanknopingspunten vinden om ieders unieke ontwikkeling zo optimaal mogelijk te laten verlopen.’

'Het ontwikkelingsproces verloopt niet lineair, maar is onvoorspelbaar'

Dit klinkt nog redelijk abstract. Kun je het verduidelijken met een aantal voorbeelden?
‘Natuurlijk. Een groep 7/8 van een OGO-school heeft een naaiatelier. Ze maken van alles, onder andere tassen voor kerstpakketten voor de klanten. Het project begint voor hen met prikkelende vragen. Wat is een goede tas? Aan welke eisen moet een boodschappentas voldoen? Welke tassen heb jij? Je begint dus bij jezelf. Op dat punt merk je dat iedereen in de klas een bijdrage wil leveren, want iedereen heeft zich ermee verbonden. In groepjes gaat een klas dan aan de slag. In de ‘materiaalgroep’ zit een leerling bij de scouting. Hij bedenkt dat het handig is een heleboel vakjes te naaien. De afdeling Stijl buigt zich over de vraag hoe de tas eruit moet zien: “Als we dat aan iedere ouder gaan vragen… nee dat is veel te veel… maar als we nu eens uit elke klas twee ouders vragen… dat kan wel.” Zo zie je dat een groep elkaar stimuleert en een steekproef ontwikkelt, zelfs jaren voordat het volgens de leerlijn aan de orde komt en getoetst kan worden bij wijze van spreken. Toch hebben de leerlingen het ontegenzeggelijk opgepakt. Iedereen maakt stappen met dit project, van rekenen tot communicatie en van inlevingsvermogen tot handvaardigheid. We werkten onlangs met een meisje met een enorme ‘rugzak’. Ontzettend veel moeite om mee te doen in de klas, zich uit te spreken en initiatief te nemen. Zat vaak met een zonnebril op in de klas. Maar ook zij deed mee en die zonnebril ging af. Dat zij van haar angst afkomt, dat kan misschien wel haar belangrijkste les van het jaar zijn.’


Het klinkt als een flink karwei voor de leerkracht…

‘De leerkracht moet vaardig zijn in het aanboren van verhalen van de leerling. De ontwikkelingsgerichte leerkracht is ontzettend geïnteresseerd in de leerling: Wat houdt een kind bezig? Wat weet het al? Dat vraagt om een continue toewijding en flexibiliteit.Een goede leerkracht betrekt zichzelf bij het leerproces. Zo vertelde de juf in het kader van het tassenproject over haar De Waard-tent en hoe ze test of die nog stevig genoeg is. Dat lokt reacties uit in de klas, waarna het gaat leven. Aan de hand daarvan bepaalt de leerkracht de groepjes in de klas, en observeert wat de kinderen al weten en kunnen. In groepsverband komen namelijk altijd dingen naar boven die een leerkracht zelf niet had kunnen bedenken, leerlingen sluiten zo goed op elkaar aan dat ze voor elkaar constant een zone van naaste ontwikkeling creëren.

'Het draait in het onderwijs allang niet meer alleen om lezen en schrijven'

De leerkracht moet dat proces tot op zekere hoogte laten gaan, maar ook op het juiste moment daarop inspelen: “Hé, wat zei je daar? Kun je (mij) dat uitleggen?” Dan kan hij weer een nieuw ontwikkelingsproces in goede banen leiden. Spel is ook een belangrijk onderdeel van ontwikkelingsgericht onderwijs? Spel zorgt voor een hoge betrokkenheid. Toen ik mijn eerste onderzoek deed, merkte ik dat het een groot verschil maakt wanneer de begeleider zich er actief in mengt. Met de ene groep voerde ik gesprekjes voordat de kinderen samen gingen spelen, met de andere deed ik dat niet. Bleek dat de taal van de eerste groep rijker werd: ze waren veel gerichter gaan handelen, moesten daar ook de woorden voor zoeken, en stimuleerden elkaar de woordenschat te vergroten. Daar is het weer: de zone van naaste ontwikkeling. Speelhoeken in het klaslokaal zijn op ontwikkelingsgerichte scholen dan ook veel te vinden.’


Paul Kirschner ging u voor in deze serie. Hem werd gevraagd ‘Wat zeg je eigenlijk tegen voorstanders van ontwikkelingsgericht werken en gepersonaliseerd onderwijs?’ Waarop Kirschner zei: ‘Ik weet dat het niet helpt, maar ze zouden zich eerst eens moeten verdiepen in de wetenschap.’

‘Ik ben het heel erg met hem eens dat goed onderwijs wetenschappelijk onderbouwd moet zijn, maar ik denk dat hij niet goed weet wat wij doen en wie wij zijn. Ontwikkelingsgericht Onderwijs is stevig gefundeerd in het werk van Vygotskij, in Nederland uitgewerkt door onder andere Carel Frederik van Parreren, Jacques Carpay, Van Oers, Jacques Haenen en Wim Wardekker. OGO is een benadering met veel aandacht voor theorieontwikkeling en onderzoek. Ontwikkelingsgericht onderwijs is ontstaan in de jaren zeventig. Welke waarde heeft het in deze tijd? Het onderwijs is enorm verkaveld. Het draait allang niet meer alleen om lezen en schrijven, er komt nog een kanjertraining bij, een recycleproject, et cetera. Goed dat er weer aandacht is voor burgerschap en een bredere persoonlijke ontwikkeling, maar de leerkracht kan het niet meer behappen, en de kinderen ook niet. In versnipperd onderwijs ontgaat hen de samenhang en maken ze zich de stof niet eigen. Dat besef dringt steeds meer door in het onderwijs. OGO biedt echte problemen en kwesties; geïntegreerd onderwijs met betekenis, en gaat in die zin verder dan probleemgestuurd onderwijs. Ten opzichte van programmagericht onderwijs sluit het veel beter aan op de ontwikkelingsbehoeften van kinderen. Krachtige leeromgevingen van spel en onderzoek zorgen voor zinvollere leerprocessen. Ik merk dat de belangstelling steeds groter wordt.’

Meer informatie over Bea Pompert

  • Janssen-Vos, F. & Meer, L. van der (2017). Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Assen: Van Gorcum.
  • Janssen-Vos, F. & Pompert, B. (2003). Startblokken van Basisontwikkeling. Assen: Van Gorcum.
  • Pompert, B. (2017). Lezen en schrijven doe je samen. Assen: Van Gorcum.
  • Pompert, B. & Koster, G. (2017). Thema’s en taal. Assen: Van Gorcum.