Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
07/12/2022
Leestijd 3-5 minuten

Mijn aanpak: Bijziendheid in de klas

Wel eens gehoord van bijziendheid? Misschien herken je het wel dat een leerling uit de klas het schoolbord op afstand niet meer kan lezen of erg met de ogen knijpt om het goed te kunnen zien.

Save the children

Bijziendheid is een toenemend probleem onder basisschoolkinderen. Basisschoolleerkrachten kunnen een grote bijdrage leveren aan dit groeiende probleem, aangezien kinderen het grootste deel van de dag op de basisschool doorbrengen. Ze kunnen dit doen door het tijdig te herkennen en een aantal veranderingen toe te passen.

Bijziendheid is een toenemend probleem onder basisschoolkinderen

Waarom neemt bijziendheid toe?
Bijziendheid, ook wel myopie genoemd, is de snelst toenemende oogafwijking wereldwijd. Het aantal mensen met myopie in 2020 is geschat op 2.6 miljard. De verwachting is dat dit zal stijgen tot 50 procent van de wereldbevolking, namelijk 4.9 miljard, in 2050 (Holden et al., 2016). Een grote oorzaak van deze toename is een veranderde leefstijl: kinderen spelen vaker binnen en kijken meer dichtbij. Je denkt nu vast direct aan het gebruik van digitale schermen, wat zeker bijdraagt aan deze ontwikkeling. Maar dit geldt voor alle activiteiten waarbij kinderen langer dan twintig minuten achter elkaar dichtbij kijken. Denk bijvoorbeeld aan lezen, kleuren of puzzelen (Tideman et al., 2016).

Figuur 1 - Het myope oog

Wat is bijziendheid?
Bijziendheid betekent meestal dat er sprake is van een te lang oog. Daardoor valt het brandpunt vóór de achterkant van het oog, het netvlies, in plaats van erop. Het zicht op afstand is dan onscherp, weergegeven in figuur 1. Bijziendheid is met minglazen of contactlenzen te corrigeren. Het beeld valt dan wel op het netvlies, waardoor het kind weer scherp ziet (Tideman et al., 2016).

Hoe signaleer je bijziendheid?
Als leerkracht is het best lastig om bijziendheid te herkennen. Signalen die mogelijk wijzen op bijziendheid zijn verminderd zicht op afstand en knijpen met de ogen. Een kind kan bijvoorbeeld vertellen dat de letters op het schoolbord niet goed leesbaar zijn. Ook kan een kind aangeven dichter bij het schoolbord te willen zitten. Soms kom je er toevallig achter wanneer een kind in de verte iets niet ziet, terwijl klasgenoten dit wel zien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vliegtuig in de lucht of kastanjes in een boom. Merk je dat een kind minder goed ziet op afstand? Geef dit dan aan bij de ouders. Zij kunnen dan contact opnemen met de huisarts. Vervolgens kunnen ze doorgestuurd worden naar een orthoptist voor een oogonderzoek. Naast het voorschrijven van een bril of contactlenzen, kan indien nodig een therapie opgestart worden om de groei van het oog af te remmen.

Waarom is bijziendheid een probleem?
De meeste mensen met bijziendheid hebben een te lang oog. De ogen groeien het snelst in de eerste levensjaren tot ongeveer de leeftijd van dertien jaar. Bij bijziendheid kan de groei zelfs doorgaan tot 25 jaar. Hierdoor wordt het oog uitgerekt. Denk bijvoorbeeld aan een ballon. Hoe groter de ballon, hoe dunner de wand wordt. Dit is vergelijkbaar met een bijziend oog. Hoe langer het oog, hoe dunner het netvlies, waardoor meer kans op oogaandoeningen. Mogelijke complicaties op latere leeftijd zijn onder andere een snellere veroudering van het centrale netvliesgedeelte en scheuren in het netvlies. Gevolgen kunnen ernstige en blijvende slechtziendheid of zelfs blindheid zijn (Németh et al., 2021).

Figuur 2 - De Pinokkio-neus

Hoe kan de leerkracht hieraan bijdragen?
Leefstijl speelt een grote rol in de ontwikkeling en toename van bijziendheid op jonge leeftijd (Tideman et al., 2016; Tideman et al., 2018). Daar kun je, als leerkracht, aan bijdragen door veranderingen toe te passen in de klas. Hier is de 20202-regel voor bedacht, bestaande uit drie stappen:
1. Na 20 minuten dichtbij kijken, tenminste 20 seconden in de verte kijken. Laat de leerlingen maximaal twintig minuten achter elkaar dichtbijwerk doen. Verander bijvoorbeeld dertig minuten stillezen naar twintig minuten of zet een timer voor een korte pauze van twintig seconden.
In die pauze kun je de leerlingen stimuleren in de verte te kijken door spelletjes te doen, zoals ‘ik zie, ik zie, wat jij niet ziet’ of hen uit het raam laten kijken en zoeken naar een voorwerp met een bepaalde kleuren of beginletters.
2. Besteed minimaal 2 uur per dag buiten in daglicht. Veel buiten zijn in daglicht helpt de groei van bijziendheid tegen te gaan. Stuur de leerlingen naar buiten in de pauzes en probeer de lessen vaker naar buiten te verplaatsen. Geef de gymles lekker buiten. Of organiseer bijvoorbeeld de aardrijkskunde en natuurlessen daadwerkelijk in de natuur.
3. Houd dichtbijwerk op minimaal 30 centimeter afstand (Enthoven et al., 2019). Het is beter voor je ogen om de juiste afstand voor dichtbijwerk te behouden. Gebruik een liniaal, maak samen een kralenketting of maak van je handen een Pinokkio-neus om de juiste afstand te bewaren, zoals in figuur 2 wordt uitgebeeld.

Door de 20202-regel op school toe te passen bij de kinderen, draag je bij aan de gezondheid van hun ogen. Het is belangrijk dat we controle krijgen over deze epidemie, die grote problemen kan veroorzaken in de toekomst (Morgan et al., 2018; Németh et al., 2021). Daar hebben we alle leerkrachten, hard voor nodig!

Laten we samen deze epidemie stoppen en zorgen voor een generatie met gezonde ogen in de toekomst!

De personen op de foto’s bij dit artikel hebben geen relatie tot de inhoud van dit artikel.

Book iconMediatips

• Word je blind van je beeldscherm? – YouTube
Myopie.nl – alles over bijziendheid
• NTR | Het Klokhuis – Uitzending Bijziendheid

Book iconLiteratuurlijst

• Enthoven, C.A., Tideman, J.W.L., Polling, J.R., Tedja, M.S., Raat, H., Iglesias, A.I., Verhoeven, V.J.M., & Klaver, C.C.W. (2019). Interaction between lifestyle and genetic susceptibility in myopia: the Generation R study. European Journal of Epidemiology, 34(8), 777–784. https://doi.org/10.1007/s10654-019-00512-7
• Holden, B. A., Fricke, T. R., Wilson, D. A., Jong, M., Naidoo, K. S., Sankaridurg, P., Wong, T.Y., Naduvilath, T.J., & Resnikoff, S. (2016). Global prevalence of myopia and high myopia and temporal trends from 2000 through 2050. Ophthalmology, 123(5), 1036-1042. https://doi.org/10.1016/j.ophtha.2016.01.006
• Morgan, I.G., French, A.N., Ashby, R.S., Guo, X., Ding, X., He, M., & Rose, K.A. (2018). The epidemics of myopia: Aetiology and prevention. Progress in Retinal and Eye Research, 62, 134-149. https://doi.org/10.1016/j.preteyeres.2017.09.004
• Németh, J., Tapasztó, B., Aclimandos, W. A., Kestelyn, P., Jonas, J. B., De Faber, J. T. H., Januleviciene, I., Grzybowski, A., Nagy, Z., Z., Pärssinen, O., Guggenheim, J., A., Allen, P. M, Baraas, R. C., Saunders, K. S., Flitcroft, D. I., Gray, L. S., Polling, J. R., Haarman, A.E.G, Tideman, J. W. L., … & Resnikoff, S. (2021). Update and guidance on management of myopia. European Society of Ophthalmology in cooperation with International Myopia Institute. European Journal of Ophthalmology, 31(3), 853-883. https://doi.org/10.1177/1120672121998960
• Tideman, J.W.L., Polling, J. R., Van Der Schans, A., Verhoeven, V.J.M., & Klaver, C.C.W. (2016). Bijziendheid, een groeiend probleem. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 160(48).
• Tideman, J.W.L., Polling, J.R., Hofman, A., Jaddoe, V.W.V., Mackenbach, J.P., & Klaver, C.C.W. (2018). Environmental factors explain socioeconomic prevalence differences in myopia in 6-year-old children. British Journal of Ophthalmology, 102(2), 243-247. https://doi.org/10.1136/bjophthalmol-2017-310292

Michelle Bregman

Quinty van Alst

Marije Bouwheer

Nasrin Erol

Safae El Helka