Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
13/10/2020
Leestijd 3-5 minuten
Geschreven door Evelien Bakker

Praktijk: Taalplezier

Motivatie voor lezen en plezier in lezen staan de laatste tijd veel in de aandacht. Maar hoe zit het eigenlijk met plezier in taal? Deze praktijk geeft handvatten om taal ‘zeg maar echt het ding’ van je leerlingen te maken.

Save the children

Om een goede les en instructie te kunnen geven, zijn de doelen vooraf bepaald en bij de leerlingen bekend (Pameijer, 2017). Deze praktijk start daarom vanuit de doelen van taal in het basisonderwijs. SLO beschrijft de tussen- en einddoelen voor Nederlands en verdeelt deze onder in ‘mondeling onderwijs’, ‘schriftelijk onderwijs’ en ‘taalbeschouwing, waaronder strategieën’ (www.tule.slo.nl). In deze les beleven leerlingen plezier aan het spelen met taal door middel van het maken van een taalvriendenboekje: een vriendenboekje met vragen over jou taalachtergrond. Voor de bovenbouw komt hier het bedenken van je eigen woordgrap bij. De praktijkles sluit aan bij de domeinen ‘mondeling taalonderwijs’ en ‘schriftelijk taalonderwijs’ en met de les werk je met je leerlingen aan de volgende kerndoelen:
• Kerndoel 8: De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.
• Kerndoel 9: De leerlingen krijgen plezier in het lezen en schrijven van voor hen bestemde verhalen, gedichten en informatieve teksten.

Tip: lees nu de lesbeschrijving door en bedenk waar je de nadruk op wilt leggen bij het geven van de les. Formuleer daarna een lesdoel voor je leerlingen.

Introductie/activeren van voorkennis
Om betrokkenheid en nieuwsgierigheid bij je groep los te maken, kan gestart worden met een (kring)gesprek over taal: wat vinden je leerlingen van (het vak) taal? Waar hebben we taal eigenlijk voor? Zijn er leerlingen uit je klas die meerdere talen spreken? En hoe kom je taal tegen in het dagelijks leven? Zowel mondelinge als schriftelijke varianten kunnen naar voren komen. Denken de leerlingen ook aan gebarentaal? Misschien komen daarnaast picto’s als beeldtaal of bijvoorbeeld jargon naar voren. Een taalgrapje kan de motivatie van je klas verder verhogen. Voorbeeld: groep 4 moest erg lachen om een overdenking van Paulien Cornelisse: ‘In een bos groeit meer mos dan bomen, dus als ik in het bos wandel, maak ik dan eigenlijk een moswandeling?’ Ook op internet is veel inspiratie te vinden voor leuke taalgrapjes, wat de voorbereiding van deze les nog leuker maakt.

In de kern van de les maken leerlingen een eigen bladzijde voor een taal-vriendenboekje

Kern: instructie en zelfstandige verwerking
In de kern van de les maken leerlingen een eigen bladzijde voor een taal-vriendenboekje (zie kopieerblad 1 voor de middenbouw en kopieerblad 2 voor de bovenbouw). Het bekende concept van een vriendenboekje wordt gebruikt, maar dan gericht op taal: de vragen gaan nu niet over je favoriete kleur en huisdier, maar over taalgerelateerde onderwerpen. Bespreek met de leerlingen de vragen voor en besteed zo nodig aandacht aan begrippen die ze tegenkomen in het vriendenboekje, zoals ‘moedertaal’ en ‘samenstelling’. In de bovenbouw kan ook aandacht worden besteed aan de begrippen ‘spreekwoord’ en ‘synoniem’.
Om de les voor de bovenbouw te verdiepen, besteed je in de kern van de les extra aandacht aan het begrip ‘woordgrap’. Kennen de leerlingen zelf woordgrapjes? Vervolgens bespreek je met je groep dat de leerlingen een eigen woordgrap gaan bedenken. Om ze op weg te helpen en te inspireren, kan de tip worden gegeven dat een woord met meerdere betekenissen de basis is van veel woordgrapjes. Een bankroof kan bijvoorbeeld een heel andere betekenis krijgen. Ook kan dit lesonderdeel aanleiding zijn voor uitleg over de begrippen ‘letterlijk’ en ‘figuurlijk’. Hoe zou het eruit zien als je letterlijk geld op de bank zet? Het kan ruimte bieden aan de leerlingen door te bespreken dat sommige woordgrappen het beste uitgeschreven kunnen worden, terwijl andere zich lenen voor een tekening. Voor meer houvast kun je een stappenplan geven om je eigen woordgrap te bedenken. Deze kan er als volgt uitzien:
1. Neem een woord dat in een samenstelling past (bijvoorbeeld koek in koektrommel)
2. Verander het begin zodat je een ander bestaand woord krijgt (snoek).
3. Bedenk een situatie voor je nieuwe samenstelling (hoe bewaart een vis zijn vangst? In een snoektrommel!)

Tip: als het een leerling met dit stappenplan niet lukt om een idee te bedenken, kan ook een tekening van een letterlijk genomen spreekwoord of gezegde worden gemaakt.

Suggesties voor een gezamenlijk vervolg van de verwerking
Als de vriendenboekjes zijn ingevuld, zijn er diverse uitwisselingsvormen denkbaar. Bij nabespreking in tweetallen kan aandacht worden besteed aan leesbaarheid, interpunctie en wederzijdse feedback op spelling (afhankelijk van je gestelde doel voor de leerlingen). Een werkvorm als ‘Wandel en wissel uit’ leent zich hier goed voor. Ook kun je de werkbladen in groepjes laten bespreken. Vanuit de kerndoelen en tussendoelen is dan belangrijk dan dat leerlingen vertellen wat ze hebben geschreven, terwijl gelet wordt op beurtverdeling. Ook kan een presentatie worden gehouden voor de groep. Bij het voordragen van het werkblad is belangrijk dat leerlingen letten op hun spreektechniek: verstaanbaar spreken.

Afronding
De bladzijdes van het vriendenboekje kunnen worden gebundeld om er een echt ‘boekje’ van te maken. Als wordt gekozen voor presentaties, kan het afsluiten van de taalles met een voordracht uit het vriendenboekje door een leerling de komende weken onderdeel zijn van de taallessen. Dit is vooral geschikt voor de middenbouw, omdat het voorlezen van je bladzijde uit het boekje een laagdrempelige manier is om te wennen aan het spreken voor de groep. Het vriendenboekje kan ook worden uitgestald ter inzage, zodat leerlingen de kans hebben elkaars werk te bekijken. In de afronding van de les kan worden teruggeblikt op het geleerde: kijken de leerlingen na de les anders aan tegen taal? Hebben ze bijvoorbeeld nieuwe woorden of uitdrukkingen geleerd? Heeft de les bijgedragen aan plezier in taal? En niet te vergeten: is het lesdoel behaald?

Book iconLiteratuurlijst
  • Pameijer, N. (2017). Handelingsgericht werken. Samenwerken aan schoolsucces. Leuven, BE: Acco.