Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

ICT & Media
24/03/2018
Leestijd 8-11 minuten
Geschreven door Remco Pijpers

Digitale geletterdheid in praktijk

Wil je aan je online imago kunnen werken, dan moet je digitaal geletterd zijn. Wat is digitale geletterdheid en hoe kun je er in de klas mee aan de slag gaan?

Save the children

Leerlingen zijn minder digitaal vaardig dan ze zelf denken. Ze beoordelen hun eigen vaardigheden meestal met ‘goed’, maar in de praktijk blijkt hun niveau een stuk lager te liggen. Zo hebben de meeste leerlingen moeite met het inschatten van de betrouwbaarheid van bronnen op internet. Die competentie is onder andere van belang voor het herkennen van nepnieuws. Dat blijkt uit de Monitor Jeugd en Media 2017 van Kennisnet (2017). De mate waarin je digitaal geletterd bent, hangt grotendeels af van de thuissituatie en het opleidingsniveau van de ouders. Hoe hoger opgeleid je ouders en hoe meer je in je vrije tijd wordt begeleid, hoe vaardiger leerlingen zijn. School draagt nauwelijks bij. Des te belangrijker dat alle leerlingen les krijgen in digitale geletterdheid. En niet eenmalig – bijvoorbeeld in de Week van de Mediawijsheid –, maar structureel. Het zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn. Gewoon moet het ook worden, zo is het plan. Onder de vlag van Curriculum.nu wordt gewerkt aan een nieuw curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Diverse ontwikkelteams, bestaande uit schoolleiders en leerkrachten, werken voorstellen uit. Er is ook een ontwikkelteam digitale geletterdheid. Naar verwachting wordt in 2021 een nieuw curriculum ingevoerd, met een vaste plek voor digitale geletterdheid. Het betekent dat basisscholen verplicht aan de slag moeten met een aantal nieuwe kerndoelen (die dus nog niet vaststaan). Wacht je tot nieuwe kerndoelen helder zijn en zet je dan pas stappen als school? Of kun je al eerder aan het werk? Wat is wijsheid? Ga nu al aan de slag.

Figuur 1 – Model digitale geletterdheid

Wat is digitale geletterdheid?
Het kan nog drie jaar duren voordat vastligt wat precies in het onderwijs moet worden opgenomen, maar met wat er nu onder digitale geletterdheid wordt verstaan, kun je nu een start maken. Digitale geletterdheid wordt door SLO uitgelegd als een combinatie van vier digitale vaardigheden: basisvaardigheden ict, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking (zie figuur 1 ‘Model digitale geletterdheid’).
• De basisvaardigheden ict omvatten onder meer om kunnen gaan met standaardtoepassingen, weten en begrijpen wat internet is, maar ook dat je begrijpt wat veilig internet is. Bijvoorbeeld: weten hoe je een veilig wachtwoord maakt.
• Bij informatievaardigheden gaat het om: het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte, en op basis hiervan relevante informatie kunnen zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken. Bijvoorbeeld voor een spreekbeurt informatie kunnen vinden op internet.
• Bij mediawijsheid gaat het om: kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media. Bijvoorbeeld: hoe je zo een video maakt en publiceert op YouTube, creatief en verantwoord.
• Onder computational thinking wordt verstaan: problemen op een zodanige manier formuleren dat het mogelijk wordt om een computer of ander digitaal gereedschap te gebruiken om het probleem op te lossen. Kortweg: kunnen nadenken over de vraag hoe je met een computer problemen oplost.

Computational thinking wordt vaak uitgelegd als programmeren. Maar programmeren is een vorm van computational thinking. Je hoeft niet per se te programmeren, zeker niet in de onderbouw, om toch te kunnen doen aan computational thinking. Er zijn tal van ‘unplugged’ varianten, oefeningen zonder dat er een computer aan te pas komt. Bijvoorbeeld: hoe smeer je een boterham met hagelslag, welke stappen moet je daarvoor nemen en hoe leg je dat aan een robot (dus een computer) uit? De juf of meester kan de robot spelen.

Een gedegen visie
De Monitor Jeugd en Media 2017 van Kennisnet (2017) laat zien dat het de moeite loont om met basisvaardigheden ict en informatievaardigheden te beginnen, zeker in de onderbouw. Zorg dat alle leerlingen zich redden op de computer, dat ze er zorgvuldig mee omgaan en dat ze weten hoe belangrijk een sterk wachtwoord is. Of je als school dan ook nog aandacht wilt besteden aan programmeren, en hoe je dat inpast in het curriculum, kun je zelf bepalen. Een gedegen visie hierop, dus waaróm je het zou willen, en wat je ermee wilt bereiken, is daarbij onontbeerlijk. Wat zijn de uitgangspunten voor een visie op de digitale geletterdheid? Digitale geletterdheid omvat heel veel, en het bijbehorende onderwijs kan op verschillende manieren ingericht worden. Dat vereist het maken van keuzes, die ook deugdelijk verantwoord moeten worden: wat ga je doen, en waarom ga je dat doen? Aan de basis van al die keuzes staat: de visie. Die is zowel het uitgangspunt – op grond waarvan je keuzes maakt – als de toetssteen waarmee je je keuzes verantwoordt. Uitgangspunten voor zo’n visie is de noodzaak om te kiezen voor een brede visie, waarbij je probeert samenhang te vinden tussen de vier digitale vaardigheden, in plaats van bijvoorbeeld alleen voor programmeren te gaan. Ook van belang voor een visie op digitale geletterdheid is het uitgangspunt dat digitale technologieën ons leven kunnen vergemakkelijken en verrijken, maar ook ons leven kunnen verpesten en de samenleving ontwrichten. Dus ga niet louter mee in de roep om ‘programmeren en coderen’. Dat soort vaardigheden kan nuttig zijn, maar de balans tussen technologie en ethiek is minstens zo belangrijk. Binnen die brede visie leg je als basisschool je eigen accenten.

Digitale geletterdheid omvat heel veel, en het bijbehorende onderwijs kan op verschillende manieren ingericht worden

Van visie naar praktijk
Hoe breng je de visie van de school op digitale geletterdheid in praktijk? Dat kan op verschillende manieren, er is geen rechte weg. Wij raden onderstaande fasering aan. Ben je al een eind op weg, dan verdiep en integreer je digitale vaardigheden in alles wat je doet. Dat kan door zelf een leerlijn te ontwikkelen. Voor het gros van de scholen is dat nog een brug te ver. Een stap die je nu al kunt zetten is je aansluiten bij bestaande leerlijnen of digitale vaardigheden toevoegen aan de aanwezige leerlijnen (zoals rekenen) van de school. SLO houdt een overzicht van leerlijnen bij. Sta je nog redelijk aan het begin, dan gelden onderstaande adviezen.

1. Begin klein
Een gedegen visie is onmisbaar. Maar om draagvlak te creëren, is het van belang die visie voorzichtig in praktijk te brengen, in kleine stapjes waar je samen op kunt reflecteren: wat gaat goed, waar lopen we tegenaan? Dat zou je heel goed projectmatig kunnen doen.
Bijvoorbeeld:
• Meedoen aan MediaMasters, in de Week van de Mediawijsheid (altijd in november). MediaMasters is een spel dat leerlingen in de bovenbouw van de basisschool uitdaagt om mediawijze opdrachten uit te voeren.
• Kijk samen naar Medialogica in de Klas bij SchoolTV, over mediahypes.

2. Geef prioriteit aan de basisvaardigheden
Het kan natuurlijk geen kwaad om leerlingen al in een vroeg stadium kennis te laten maken met programmeren en ze met Microbitjes te laten knutselen. Maar zorg dat je eerst de basis op orde hebt, in de vorm van ict-basisvaardigheden en informatievaardigheden. Zoals tekstverwerking, bestanden opslaan en backuppen, en presentaties maken (met PowerPoint of Prezi) en het zoeken en beoordelen van informatie op internet. Je zou met basisvaardigheden aan de slag kunnen gaan door de spreekbeurt als vertrekpunt te nemen.

3. Gebruik ‘de spreekbeurt’ als aanleiding
Bijvoorbeeld: hoe gebruik je presentatiesoftware? Hoe maak je slides, hoe voeg je tekst en plaatjes toe? Hoe sla je je presentatie netjes op? Hoe ga je de presentatie projecteren? Hoe krijg je de presentatie op de computer van de juf of meester? Vanaf groep 5 kun je elk jaar de stof herhalen en uitbreiden. Werken leerlingen bijvoorbeeld op Chromebooks, dan kun je ze gaandeweg ook leren om hun presentatie en aantekeningen op Google Drive te zetten, en te delen met andere leerlingen. Daarbij leer je ze ook hoe je een sterk wachtwoord maakt. Verder leer je ze goed zoeken op internet, en vertel je ze waar ze goede, rechtenvrije afbeeldingen kunnen vinden.

In een gesprek met je leerlingen staat voorop dat je op een goede manier met hen praat over hun digitale wereld

4. Gebruik gratis lessen
Er zijn tal van prima lessen, vaak gratis beschikbaar. Een aanrader is het lespakket ‘Wie is de baas op internet?’ Dat zijn zes gratis lesmodules over de werking van internet voor leerlingen tussen 10 en 14 jaar. Zie: www.wieisdebaasopinternet.nl.

5. Praten over digitale geletterdheid
Hoe ver je ook bent met digitale vaardigheden in je onderwijs, voorop staat dat je op een goede manier met je leerlingen over hun digitale wereld praat. Zo bouw je een goede relatie op, waarin een kind zich veilig voelt om de leuke, maar ook mindere leuke zaken (zoals cyberpesten) met de juf of meester te delen. Hoe doe je dat, praten over internet, als je zelf weinig over die wereld weet? Hieronder volgen een paar tips om te praten met leerlingen over internet.

Ga met leerlingen in gesprek over het gebruik van sociale media: welke foto's van jou mogen anderen online zien?

Stel open vragen
Het stellen van open vragen is goed om een gesprek te beginnen met je leerlingen. Soms is een gesloten vraag nodig om verder te komen in een gesprek. Maar waarschijnlijk krijg je een betere interactie met: ‘Wanneer gaat iemand te ver op WhatsApp; waar ligt jouw grens?’ ‘Als iemand een fatsoensgrens in de app-groep overgaat; wanneer verdient hij of zij een straf? Welke straf vind jij dan passend?’ Dit soort vragen vul je zelf niet in, of zo min mogelijk. Het stellen van open vragen is hier daarom belangrijk.

Stel prikkelende vragen
Door leerlingen serieus te nemen, stimuleer je ze na te denken en een mening te geven. Stel prikkelende vragen. Vragen die hun verbeelding laten spreken. Zoals: ‘Welke Minecraft-werelden die jij hebt gemaakt, mag door het bedrijf achter Minecraft worden verkocht aan bedrijven, om ze te gebruiken in reclamecampagnes? En welke werelden niet?’ Hetzelfde bij www.musical.ly: ‘Welke beelden van jou mogen worden verkocht?’

Steek het gesprek positief in
Het is belangrijk om positief te praten over ‘moeilijke onderwerpen’. Zoals: ‘Hoe ontstaan online conflicten? Hoe los je ze weer op? Hoe voorkom je ze?’ Begin het gesprek positief, niet vanuit je zorgen over de dingen die mis kunnen gaan. Vraag juist ook naar het goede. ‘Wat is het mooiste dat iemand voor jou heeft gedaan of tegen je heeft gezegd via WhatsApp of sms?’

Imago op sociale media
Tien manieren om te vragen: ‘Wat is jouw imago op sociale media? Hoe bewaak jij je online imago en hoe belangrijk is privacy voor je op internet?’ Stel die vragen en grote kans dat een leerling zegt: ‘Wat bedoel je?’ Onderstaande hulpvragen helpen leerkrachten om met 10- tot 16-jarigen te praten over wat je wel en niet deelt via digitale media:
1. ‘Hoe wil je voor je vrienden op sociale media overkomen? Als ze je foto’s op bijvoorbeeld Instagram zien, welke indruk hoop je dat ze van je hebben?’
2. ‘Doen kinderen zich anders voor op internet dan in het offline leven?’
3. ‘Stel dat jij een beroemde Nederlander zou zijn, zou je dezelfde foto’s blijven delen via sociale media die je nu online zet?’
4. ‘Stel dat jij reputatiemanager zou zijn van je beste vriend of vriendin en hem of haar zou mogen adviseren over zijn of haar foto’s op sociale media, welke raad zou je geven?’
5. ‘Heb je weleens een foto verstuurd, bijvoorbeeld via WhatsApp of SnapChat, waar je later spijt van had? Zo ja, waarom?’
6. ‘Google jij jezelf weleens? Wat vind je dan? Ben je weleens iets over jezelf of van jezelf tegengekomen waar je door werd verrast?’
7. ‘Wanneer vind je het leuk om te worden getagd in foto’s, en wanneer niet?’
8. ‘Welke foto’s mag Facebook (eigenaar van WhatsApp en Instagram) van jou verkopen aan bedrijven (om ze bijvoorbeeld te gebruiken in reclamecampagnes, omdat je er zo goed uitziet)? Wat voor soort foto’s niet?’
9. ‘Wat is de grootste blunder die een leerrracht kan maken in de WhatsApp-groep van de klas?’
10. ‘Is jouw leerkracht (of je leerkrachten) ook actief op sociale media? Komt hij of zij anders over op internet dan op school? Zo ja, waarom?’

Handboek Digitale Geletterdheid
Digitaal geletterd ben je als je de vier basisvaardigheden beheerst: ict-basisvaardigheden, computational thinking, informatievaardigheden en mediawijsheid. Deze vaardigheden heb je nodig om goed te functioneren in de maatschappij, zowel in een leer- als in een werkomgeving. Het gaat daarbij om de samenhang tussen die vier vaardigheden. Meer informatie hierover vind je in het Handboek Digitale Geletterdheid. Download dit document, geschreven door Reco Pijpers van Kennisnet, gratis op de website http://kn.nu/handboekDG.

Book iconLiteratuurlijst

• Kennisnet (2017). Monitor Jeugd en Media 2017. Zoetermeer: Kennisnet.