Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Oriëntatie op mens en wereld
16/06/2020
Leestijd 4-6 minuten

Aanpak armoede op scholen: actueler dan ooit

De coronacrisis heeft de scheidslijn tussen kansarme en kansrijke kinderen duidelijker zichtbaar gemaakt. Een laptop voor thuisonderwijs was in veel arme gezinnen bijvoorbeeld niet aanwezig. Helaas raken de economische gevolgen van de coronacrisis naar alle waarschijnlijkheid juist de gezinnen aan de onderkant van de arbeidsmarkt het hardst.

Save the children

Lageropgeleiden zijn oververtegenwoordigd in de groep flexwerkers. Deze flexwerkers dreigen nu van twee kanten in de verdrukking te komen. Aan de ene kant staan hun banen en opdrachten als eerste op het spel. Aan de andere kant hebben ze weinig buffers en vangnetten om op terug te vallen (zie www.vn.nl/arbeidsmarkt-corona). Deze groep loopt daardoor extra grote risico’s om in financiële problemen te raken, als ze die niet al hadden. Kinderen in armoede lopen meer risico op problemen in hun ontwikkeling. Daarom is het juist nu voor leerkrachten van extra belang om aandacht te hebben voor armoede thuis.

Iedere leerling doet ertoe

Gevolgen van armoede
Armoede zorgt niet automatisch tot problemen op lange termijn, maar kinderen in armoede lopen wel meer risico op problemen in hun ontwikkeling. In iedere situatie zijn er risicofactoren en beschermende factoren. Als armoede echter langdurig is en samengaat met meer risicofactoren (zoals lage opleiding, slechte woonsituatie, alleenstaand ouderschap, langdurig ziek zijn) is de kans op ontwikkelingsproblemen van kinderen veel groter (Kalthoff, 2018).
Zo hebben kinderen uit arme gezinnen vaak een minder voorspoedige schoolloopbaan. Daarbij blijkt overigens dat het opleidingsniveau van de ouders bepalender is voor de onderwijskansen van kinderen dan hun financiële situatie (Nederland et al., 2007; Kösters et al., 2007). Armoede en lage opleiding gaan echter vaak samen en armoede zorgt bovendien voor stress waardoor kinderen het moeilijk kunnen hebben in het onderwijs. Bovendien is praten over schulden en armoede nog steeds een taboe: veel kinderen praten met niemand over hun situatie (Steketee, Nederland, & Mak, 2013; Kinderombudsman, 2017).
Leerlingen die in armoede opgroeien, hebben een groter risico op lagere schoolprestaties, voortijdig schoolverlaten, psychosociale problemen, probleemgedrag, slechte gezondheid en op de langere termijn op jeugdcriminaliteit en -werkloosheid en armoede op volwassen leeftijd (Hoff, 2017; Kinderombudsman, 2017; SER, 2017). Ook weten we dat er in gemeenten waar veel kinderen in armoede leven, er sprake is van meer meldingen kindermishandeling (Kinderen in Tel, 2017).

Hoe signaleer je armoede?
In de recent verschenen landelijke handreiking voor primair en voortgezet onderwijs, Omgaan met Armoede op scholen (Lusse & Kassenberg, 2020), staat een signaleringslijst met verschillende signalen die kunnen wijzen op armoede. Een mogelijke aanwijzing is slechte persoonlijke verzorging, bijvoorbeeld vaak dezelfde, kapotte, of niet bij het seizoen passende kleding dragen. Ook gedrags- en ontwikkelingsproblemen kunnen wijzen op armoede, bijvoorbeeld als leerlingen een stille of teruggetrokken houding hebben, of juist een kort lontje. Signalen van beperkte participatie is een laatste categorie signalen die voort kan komen uit armoede. Denk hierbij aan het niet deelnemen aan excursies of activiteiten of over onvoldoende leermiddelen beschikken om huiswerk te kunnen maken, zoals computer of internet.

Taakverdeling tussen leerkracht en zorgprofessionals
In de handreiking staan ook de rollen van de leerkracht en de zorgprofessionals goed beschreven. Leerkrachten in het basisonderwijs en mentoren in het voortgezet onderwijs kunnen armoede signaleren en een luisterend bieden vanuit de vertrouwensband die zij opbouwen met hun leerlingen. Alleen vanuit dit vertrouwen kunnen leerkrachten een warme overdracht naar de zorgprofessional in de school verzorgen. Deze overdracht veronderstelt dat de zorg in de school helder georganiseerd is én dat leerkrachten hiervan op de hoogte zijn (Lusse & Kassenberg, 2020). Het moet voor de leerkrachten duidelijk zijn bij welke zorgprofessional binnen de school men terecht kan en wat deze kan bieden qua ondersteuning. Hierbij helpt het als er binnen de school een nauwe samenwerking is tussen zorgprofessionals en leerkrachten, waardoor men elkaar goed kent en er makkelijker kan worden samengewerkt.

Iedere leerling verdient het om kansen te krijgen

De daadwerkelijke steun aan ouders wordt geboden door zorgprofessionals in en om de school. Dat kan de rol zijn van een intern begeleider of zorgcoördinator. In sommige gemeenten is er (ook) een schoolmaatschappelijk werker, een vaste medewerker van het wijkteam of een vaste jeugdprofessional verbonden aan de school. Dergelijke zorgprofessionals kunnen bijvoorbeeld informatieochtenden organiseren rondom armoedethema’s, ouders helpen bij het aanvragen van vergoedingen voor kosten voor school of voor deelname aan sport of muziek of doorverwijzen bij problematiek thuis. Bij dit laatste kun je denken aan doorverwijzen naar budgetmaatjes, toegang krijgen tot de schuldhulpverlening of de voedselbank, het voorkomen van huisuitzettingen, het regelen van dringende zaken als een bed of koelkast of het hulp zoeken in geval van vechtscheidingen (Lusse & Kassenberg, 2020).
Eén van de goede voorbeelden op dit vlak, die te vinden is in de landelijke handreiking, is de financiering van brugfunctionarissen op scholen door de gemeente Groningen. Deze zijn in dienst van school, maar worden betaald door de gemeente. Als leerkrachten zorgen hebben om een gezin, lichten ze de brugfunctionaris in. Die komen veel bij gezinnen thuis en wijzen ouders op mogelijkheden voor vergoedingen, en op het naschoolse aanbod. Zij ondersteunen waar nodig, ook preventief. In Hoogeveen vervult een ervaringsdeskundige (https://sterkuitarmoede.nl/functieomschrijving) op het gebied van armoede de rol van brugfunctionaris, omdat deze wellicht beter in staat is om signalen van armoede op te vangen en behoeften aan te voelen bij leerlingen en ouders. Sommige scholen hebben budget vrijgemaakt voor een kindercoach die tot taak heeft om leerlingen buiten de klas extra te ondersteunen bij de regulering van hun emoties en verwerking van zaken die thuis of op school niet goed verlopen (Lusse & Kassenberg, 2020).

Aandacht voor armoede actueel
De manier waarop de aandacht voor armoede op scholen is georganiseerd, verschilt dus per gemeente. Scholen zagen het aanpakken van armoede niet altijd als hun verantwoordelijkheid. De coronacrisis zou de rol van scholen op dit punt kunnen veranderen. De thuissituatie van kinderen heeft nu zichtbaar impact op de schoolprestaties. Bovendien is het zorgwekkend dat bij het weer opengaan van de basisscholen, juist het verzuim hoog is bij leerlingen uit arme gezinnen (zie https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoog-verzuim-onder-basisschoolleerlingen-uit-arme-gezinnen-uit-angst-voor-coronavirus~bd48bd84/). Bij drie scholen die we in de regio Amsterdam hebben gesproken, varieerde het percentage thuisblijvers van nog geen 2 procent op een school in Amsterdam-West tot 20 procent op een school in Nieuw-West. Zo dreigen al kwetsbare kinderen een nog grotere onderwijsachterstand op te lopen. Daarom is het van belang dat scholen goed samenwerken met hun leerplichtambtenaar en de betrokken zorgprofessionals. Daarnaast kan het helpen als scholen of schoolbesturen het gesprek aangaan met hun gemeente. Hierdoor kunnen scholen wellicht meer gemeentelijke ondersteuning krijgen op het gebied van armoede, kan de samenwerking tussen leerkrachten en zorgprofessionals op scholen vorm krijgen en kunnen scholen tot uitwisseling van good practices komen.

Book iconLiteratuurlijst

• De Sociaal-economische Raad (2017). Advies Opgroeien zonder armoede, uitgebracht in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau.
• Hoff, S. (2017). Armoede onder kinderen – een probleemschets. Sociaal en Cultureel Planbureau.
• Kalthoff, H. (2018). Opvoeden en opgroeien in armoede. Nederlands Jeugdinstituut.
• Kösters, L. en Otten, F. (3e kwartaal 2007), ‘Krappe beurs als erfenis? Sociaal- economische trends : statistisch kwartaalblad over arbeidsmarkt, sociale zekerheid en inkomen’. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek.
• Lusse M. & Kassenberg, A. (2020). Omgaan met armoede op scholen. Handreiking voor po en vo. Hogeschool Rotterdam en Hanzehogeschool Groningen.
• Machteld Wiersma M., van der Kooi C. (2017) Alle kinderen kansrijk. Het verbeteren van ontwikkelingskansen van kinderen in armoede. Kinderombudsman.
• Nederland, T., Mak J., Stavenuiter M. en Swinnen H. (2007), ‘Afwijzing van aansprakelijkheid: het onderhavige verslag. Aanpak kinderarmoede en bevordering sociale insluiting van kinderen. Onderzoek van het landelijke beleid’. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
• Noten, H. (2020, 24 maart). De coronacrisis dwingt ons het probleem van onze arbeidsmarkt onder ogen te zien. Vrij Nederland. Geraadpleegd op 15 juni 2020 op https://www.vn.nl/arbeidsmarkt-corona/
• Schippers, S. (2020, 15 mei). Hoog verzuim onder basisschoolleerlingen uit arme gezinnen uit angst voor coronavirus. De Volkskrant. Geraadpleegd op 15 juni 2020 op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoog-verzuim-onder-basisschoolleerlingen-uit-arme-gezinnen-uit-angst-voor-coronavirus~bd48bd84/
• Steketee M., Nederland T. & Mak, J. (2013). Kinderen in armoede in Nederland. Verwey-Jonker Instituut.
• Tierolf, B., Gilsing, R. & M. Steketee (2017). Kinderen in Tel databoek 2016. Het leven en de ontwikkeling van kinderen tussen 2013 en 2015. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Silvia Bunt

Jodi Mak

Laura Thomassen