Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Oriëntatie op mens en wereld
17/04/2023
Leestijd 4-6 minuten

Bewegen op het schoolplein

Voldoende beweging is essentieel voor de fysieke, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Buitenspelen tijdens de pauzes kan een belangrijke bijdrage leveren aan de hoeveelheid fysieke activiteit. Wat is de invloed van buitenspelen op de ontwikkeling van kinderen? En wat is hierover bekend uit onderzoek?

Save the children

Volgens de richtlijnen voor gezond bewegen moeten kinderen tussen de vier en elf jaar ten minste zestig minuten per dag matig tot intensief bewegen, minstens driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten doen, en niet te veel zitten (WHO, 2010). In 2020 voldeed echter vier op de tien van de Nederlandse kinderen tussen de vier en elf jaar niet aan deze richtlijnen (Duijvestijn et al., 2021). Aangezien kinderen een groot deel van hun dag op school doorbrengen, lijkt de schoolcontext een ideale omgeving om meer beweging te faciliteren (Ridgers et al., 2012). Dit kan bijvoorbeeld door het buitenspelen tijdens de pauze. Wanneer kinderen meer gaan bewegen op het schoolplein, heeft dat mogelijk niet alleen effect op de hoeveelheid fysieke activiteit, maar ook op de motorische ontwikkeling, schoolprestaties en/of de sociaal-emotionele ontwikkeling.

Volgens de richtlijnen voor gezond bewegen moeten kinderen tussen de vier en elf jaar ten minste zestig minuten per dag matig tot intensief bewegen

Beweeggedrag tijdens de pauzes
Het schoolplein blijkt een belangrijke bijdrage te leveren aan fysieke activiteit van kinderen. Uit een onderzoek op Nederlandse scholen (Dessing et al., 2013) blijkt dat de tijd op het schoolplein voor 17 procent bijdraagt aan hoeveel ze dagelijks bewegen. Helaas blijkt uit onderzoek dat een groot deel van de kinderen tijdens de schoolpauzes te weinig fysiek actief is (Reilly et al., 2016). Jongens zijn actiever dan meisjes: ruim een kwart (27,3 procent) van de tijd die jongens op het schoolplein doorbrengen, zijn zij matig tot intensief actief, terwijl dat voor meisjes 16,7 procent is. Dat is veel meer dan wanneer de kinderen in het schoolgebouw zijn: dan zijn jongens 2,1 procent en meisjes 2,8 procent van de tijd matig tot intensief actief.

Een interessante vraag die gesteld kan worden, is: waarom moet het bewegen tijdens schooltijd plaatsvinden? Kan dit niet na schooltijd, bijvoorbeeld bij de buitenschoolse opvang of bij de sportclub? Het nadeel hiervan is dat niet elk kind naar de opvang of naar een sportclub gaat; terwijl alle kinderen naar school gaan (Dessing et al., 2013). Kinderen die geen lid zijn van een sportclub, bewegen significant minder (Collard et al., 2014; Fransen et al., 2013). Als kinderen dus meer bewegen tijdens schooltijd, bereik je hiermee alle kinderen.

Uit onderzoek blijkt dat het schoolplein een belangrijke bijdrage levert aan fysieke activiteit van kinderen

De hersenen in beweging
Steeds meer onderzoek laat zien dat fysieke activiteit belangrijk is voor de cognitieve ontwikkeling. Fysiek actievere kinderen doen het over het algemeen beter op school (Santana et al., 2017). Ook blijken bepaalde programma’s waarbij kinderen meer gaan bewegen (lichte) positieve effecten te hebben op cognitieve vaardigheden, schoolprestaties (De Greeff et al., 2018) en concentratie (Pellegrini & Bohn, 2005). Hier is echter wel nog meer onderzoek in nodig. Een verklaring voor deze effecten zijn veranderingen in de hersenen als reactie op fysieke activiteit (Best, 2010). Tijdens het bewegen, vinden er fysiologische processen plaats waardoor bepaalde stoffen (zoals adrenaline en dopamine) aangemaakt worden. Deze stimuleren op de korte termijn de aandacht en concentratie. Na het bewegen, kunnen de kinderen zich dus langer concentreren op een taak.

De sociaal-emotionele impact van bewegen
Naast positieve effecten op cognitieve ontwikkeling is bewegen belangrijk voor de emotionele ontwikkeling, sociale vaardigheden en relaties (Eime et al., 2013). Kinderen bewegen bijvoorbeeld vaak samen met leeftijdsgenoten, waardoor ze de mogelijkheid krijgen om te oefenen met hun sociale vaardigheden en om sociale relaties op te bouwen. Door deze positieve sociale ervaringen, zitten ze vaak ook lekkerder in hun vel en voelen ze zich meer op hun gemak onder leeftijdsgenoten (Lubans et al., 2016; Lubans et al., 2010; Ryan & Deci, 2000).

Het belang van bewegen tijdens de schoolpauze
Er is weliswaar onderzoek gedaan naar de effecten van bewegen op cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, maar nog weinig naar specifiek het effect van bewegen tijdens de schoolpauze (Broekhuizen et al., 2014). We weten dus nog niet goed hoe bewegen tijdens de pauze bijdraagt aan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, maar we weten wel dát bewegen heel belangrijk is. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat schoolpauzes zorgen voor verbetering in aandacht, creativiteit en de relaties tussen kinderen (Burson & Castelli, 2022). Vanuit dit perspectief is het dus interessant om effecten van bewegen tijdens de schoolpauzes verder te onderzoeken. Dit met name omdat bekend is dat de schoolpauze een goede context is om kinderen meer te laten bewegen (Dessing et al., 2013).

Het aanbrengen van markeringen of het gebruikmaken van verschillende zones kan bijdragen aan hoeveel kinderen bewegen

Tips om meer te bewegen op het schoolplein
Gezien de vele voordelen van beweging, lijkt het essentieel dat kinderen actief zijn tijdens de pauzes op het schoolplein. Hoe kun je als leerkracht optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden die de schoolpauzes bieden om kinderen in beweging te krijgen? Uit onderzoek zijn meerdere effectieve methoden bekend.

Tip 1: varieer in materialen
Zo blijkt het aanbieden van gevarieerde en aansprekende activiteiten en voldoende en diverse materialen ervoor te kunnen zorgen dat kinderen meer gaan bewegen (Ridgers et al., 2012). Zorg er dus voor dat er voldoende materiaal beschikbaar is, zodat er voor alle kinderen wat wils is. Je kunt ook afwisselen in de materialen die je aanbiedt: de ene dag verschillende soorten ballen waarmee balspellen gespeeld kunnen worden, de andere dag kleine materialen zoals springtouwen en balansborden.

Tip 2: verdeel het plein in zones
Ook kan het aanbrengen van markeringen of het gebruikmaken van verschillende zones bijdragen aan hoeveel kinderen bewegen (Ferreira et al., 2007). Veel scholen zullen herkennen dat de voetballers het schoolplein kunnen ‘overnemen’, waardoor andere kinderen niet aan bod komen. Richt bijvoorbeeld één deel van het schoolplein in voor balspellen of teamactiviteiten, en een ander deel voor individuele activiteiten. Op deze manier wordt het schoolplein niet overheerst door één groep kinderen, maar kunnen kinderen zelf een plaats op het schoolplein zoeken waar ze zich op hun gemak voelen.

Tip 3: stimuleer eigenaarschap
Als laatste kan het geven van eigenaarschap aan kinderen positief bijdragen aan hoeveel ze bewegen tijdens de pauze. Geef kinderen voorafgaand aan de pauze bijvoorbeeld eens de opdracht om zelf een nieuw spel te ontwerpen dat ze in de pauze kunnen spelen. Door voldoende diversiteit in het aanbod op het schoolplein, zoals hiervoor beschreven, kunnen kinderen zelf een keuze maken in wat voor activiteit ze gaan doen.

Beweeg Wijs
Beweeg Wijs is een schoolpleinprogramma waarbij meer en gevarieerder bewegen op het schoolplein centraal staat. Het doel is om hiermee de motorische, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen te bevorderen. Hoewel uit eerder evaluatieonderzoek is gebleken dat leerkrachten Beweeg Wijs als effectief ervaren (L’Hoir et al., 2013), zijn de daadwerkelijke effecten op de ontwikkeling van kinderen nog niet onderzocht. In het kader van een groter onderzoeksprogramma naar kansrijke programma’s om leervertragingen in de sociaal-emotionele of cognitieve ontwikkeling terug te dringen, gaat de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoek doen naar de interventie Beweeg Wijs. Het onderzoek vindt plaats in schooljaar 2023/2024 en de resultaten worden verwacht in het schooljaar 2024/2025. Meer informatie over Beweeg Wijs is te vinden op: https://beweegwijs.nl.

Book iconLiteratuurlijst

Best, J. R. (2010). Effects of physical activity on children’s executive function: Contribu-tions of experimental research on aerobic exercise. In Developmental Review (Vol. 30, Is-sue 4, pp. 331–351). https://doi.org/10.1016/j.dr.2010.08.001
• Broekhuizen, K., Scholten, A. M., & de Vries, S. I. (2014). The value of (pre)school play-grounds for children’s physical activity level: A systematic review. In International Jour-nal of Behavioral Nutrition and Physical Activity (Vol. 11, Issue 1). BioMed Central Ltd. https://doi.org/10.1186/1479-5868-11-59
• Burson, S. L., & Castelli, D. M. (2022). How Elementary In-School Play Opportunities Relate to Academic Achievement and Social-Emotional Well-Being: Systematic Review. In Journal of School Health (Vol. 92, Issue 10, pp. 945–958). John Wiley and Sons Inc. https://doi.org/10.1111/josh.13217
• Collard, D., Chinapaw, M., Verhagen, E., Valkenberg, H., & Lucassen, J. (2014). Motori-sche fitheid van basisschoolkinderen.
• de Greeff, J. W., de bruijn, A. G. M., Meijer, A., van der Fels, I. M. J., Konings, M., Smith, J., Kostons, D. D. N. M., Visscher, C., Bosker, R. J., Oosterlaan, J., & Hartman, E. (2018). Effecten fysieke activiteit op cognitie van kinderen in het primair onderwijs.
• Dessing, D., Pierik, F. H., Sterkenburg, R. P., van Dommelen, P., Maas, J., & de Vries, S. I. (2013). Schoolyard physical activity of 6-11 year old children assessed by GPS and ac-celerometry. International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity, 10. https://doi.org/10.1186/1479-5868-10-97
• Duijvestijn, M., Schurink, T., van den Berg, S., Euser, S., & Wendel-Vos, W. (2021). Sport- en Beweeggedrag in 2020.
• Eime, R. M., Young, J. A., Harvey, J. T., Charity, M. J., & Payne, W. R. (2013). A sys-tematic review of the psychological and social benefits of participation in sport for chil-dren and adolescents: Informing development of a conceptual model of health through sport. In International Journal of Behavioral Nutrition and Physical Activity (Vol. 10). https://doi.org/10.1186/1479-5868-10-98
• Ferreira, I., van der Horst, K., Wendel-Vos, W., Kremers, S., van Lenthe, F. J., & Brug, J. (2007). Environmental correlates of physical activity in youth – A review and update. In Obesity Reviews (Vol. 8, Issue 2, pp. 129–154). https://doi.org/10.1111/j.1467-789X.2006.00264.x
• Fransen, J., Deprez, D., Pion, J., & Tallir, I. B. (2013). Changes in Physical Fitness and Sports Participation Among Children With Different Levels of Motor Competence: A Two-Year Longitudinal Study. Pediatric Exercise Science. https://doi.org/10.1123/pes.2013-0005
• L’Hoir, M., Tetteroo, S., Beltman, M., & Vlasblom, E. (2013). Evaluatie van Beweeg Wijs, de speelpleinmethode. Lichamelijke Opvoeding.
• Lubans, D. R., Morgan, P. J., Cliff, D. P., Barnett, L. M., & Okely, A. D. (2010). Funda-mental movement skills in children and adolescents: review of associated health benefits. Sports Medicine, 40(12), 1019–1035. https://doi.org/10.2165/11536850-000000000-00000
• Lubans, D., Richards, J., Hillman, C., Faulkner, G., Beauchamp, M., Nilsson, M., Kelly, P., Smith, J., Raine, L., & Biddle, S. (2016). Physical activity for cognitive and mental health in youth: A systematic review of mechanisms. In Pediatrics (Vol. 138, Issue 3). American Academy of Pediatrics. https://doi.org/10.1542/peds.2016-1642
• Pellegrini, A. D., & Bohn, C. M. (2005). The Role of Recess in Children’s Cognitive Per-formance and School Adjustment. Educational Researcher, 13–19.
• Ridgers, N. D., Salmon, J., Parrish, A. M., Stanley, R. M., & Okely, A. D. (2012). Physical activity during school recess: A systematic review. In American Journal of Preventive Medicine (Vol. 43, Issue 3, pp. 320–328). https://doi.org/10.1016/j.amepre.2012.05.019
• Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Self-Determination Theory and the Facilitation of Intrinsic Motivation, Social Development, and Well-Being Self-Determination Theory. American Psychologist, 68–78.

Annelies Brocken

Anne de Bruijn is universitair docent Onderwijswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redactielid JSW.

Anne de Bruijn