Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Rekenen & wiskunde
21/12/2023
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Jessica Schuurman

Bewegend buitenonderwijs

Buitenonderwijs, steeds meer scholen maken hier werk van. Maar wat doet het met de betrokkenheid van de leerlingen? Op sbo Johan Seckel is onderzocht wat bewegend buitenonderwijs bij rekenen betekent voor de betrokkenheid van de leerlingen.

Save the children

Buitenonderwijs krijgt in Nederland een steeds grotere bekendheid. Hoe anders is dat bijvoorbeeld in Noorwegen. Daar wordt al sinds jaar en dag veel tijd aan ‘uteskole’ (vertaald: buiten school, oftewel buitenonderwijs) besteed. Onderzoek van de Noorse Mygin (2005) en ervaring leert dat buitenonderwijs een bevorderende werking heeft op de betrokkenheid, doordat leerlingen continu met hun hele lichaam actief zijn op een gevarieerde manier. Interessant om hier onderzoek naar te doen in de Nederlandse onderwijscontext.

De tafel van 7
Groep 6 is druk aan het oefenen met de tafels van vermenigvuldiging. De tafel van 7 blijkt nog best lastig en het automatiseren verloopt moeizaam. Tijdens de buitenlessen staat deze tafel regelmatig centraal. Er worden verschillende (coöperatieve) werkvormen gedaan: rekentikkertje, mix en match (waarbij de leerlingen op het plein de antwoorden van de som moeten zoeken) en met stoepkrijt een tafel opschrijven en vervolgens naar een andere som rennen en deze oplossen. Terug in de klas wordt het werkboek erbij gepakt en worden de sommen gemaakt. Er wordt rustig gewerkt, tot één leerling enthousiast zegt: ‘Hé, 7 x 4 heb ik buiten al heel vaak gehad, ik weet nu dat dat 28 is!’

Buiten kun je rekenonderwijs prima vormgeven aan de hand van opdrachten, bijvoorbeeld door al hinkelend cijfers te leren

‘Uteskole’ Noorwegen, Bodø
Tijdens de internationalisering naar Noorwegen, Bodø (mei 2022), als onderdeel van de Master Educational Needs, werden verschillende (basis)scholen bezocht. Tijdens deze bezoeken kregen de Noorse leerlingen buitenonderwijs. De leerkrachten hadden in het bos verschillende rekenopdrachten verstopt. De leerlingen moesten in groepjes deze opdrachten zoeken en uitrekenen. Daarnaast vertelden de leerkrachten dat ze gemiddeld één keer per week een hele dag naar buiten gaan, waarbij de leerlingen hutten leren bouwen, eten verzamelen, vuur maken en samen fysieke activiteiten ondernemen. De leerkrachten gaven aan dat zij fysieke gezamenlijke activiteiten erg belangrijk vinden. Relaties en groepsdynamiek kunnen namelijk veranderen wanneer leerlingen buiten leskrijgen. Het is daarom belangrijk om met de leerlingen in gesprek te gaan over de verwachtingen hoe ze met elkaar omgaan en hoe ze kunnen helpen om anderen erbij te betrekken (Utdanings-direktoratet, 2021).

Bewegend buitenonderwijs versus omgevingsgericht buitenonderwijs
In Nederland zijn er twee verschillende soorten buitenonderwijs: omgevingsgericht buitenonderwijs en bewegend buitenonderwijs. Bij omgevingsgericht onderwijs wordt de omgeving centraal gesteld. Er wordt gewerkt aan een bepaald thema met één of meerdere vakgebieden. Omgevingsgericht buitenonderwijs wordt vaak ingezet bij de zaakvakken (aardrijkskunde, geschiedenis, natuur, verkeer). Bij bewegend buitenonderwijs staat de spelvorm centraal en één specifiek leerdoel, meestal is dit een taal- of rekendoel (Buitenonderwijs, z.d.).

Voordelen bewegend buitenonderwijs
Aan bewegend buitenonderwijs zitten heel wat voordelen. Bewegend buitenonderwijs verbetert de conditie en stimuleert beweging. Beweging stimuleert weer de gerichte aandacht. Ook draagt buitenonderwijs bij aan een goed lichaamsgevoel. Daarnaast stimuleert (stevige) fysieke inspanning de hersenen om meer groeifactoren te produceren. Dit zijn stoffen die hersencellen prikkelen om sneller nieuwe verbindingen te laten groeien en bestaande verbindingen aan te passen. Leerlingen die buiten (spel)activiteiten gedaan hebben, zijn daarna in de klas taakgerichter (Mieras, 2018). Ook Best (2010) schrijft dat het matig tot intensief bewegen tijdens een activiteit onmiddellijk chemische veranderingen in de hersenen stimuleert, zoals de toename van concentraties dopamine en neropinephrine. Deze verhoogde concentraties kunnen direct de aandacht van de leerlingen verhogen. Op langere termijn kan dit zelfs leiden tot een betere doorbloeding in de hersenen, de aanmaak van nieuwe zenuwcellen en het ontstaan van meer verbindingen tussen zenuwcellen. En deze veranderingen kunnen bijdragen aan de verbetering van cognitieve prestaties (Best, 2010).
Maar waarom dan juist naar buiten? Natuurlijk, daglicht en frisse buitenlucht hebben een positief effect op de concentratie en op de betrokkenheid bij je lesinhoud (Allegaert, 2020). Robertsen (2022) schrijft dat er buiten kansen zijn om hoofd, hart en handen te verbinden door de dynamiek van de natuur en de omgeving die allerlei aanknopingspunten biedt voor (rekenkundige) patronen, kleuren, hoeveelheden, et cetera. Mieras (2018) zegt dat een open, ongestructureerde omgeving uitnodigt tot verkennend spel, tot onderzoekend ontdekken. Ook schrijft hij dat het zijn leerlingen buiten stimuleert om hun eigen impulsen te volgen en om zich meer eigenaar te kunnen voelen van hun ontwikkeling.

De leerkrachten op sbo Johan Seckel nemen de leerlingen minimaal twee keer per week mee naar buiten voor een activiteit bij het vak rekenen

Buitenonderwijs en sbo
Buitenonderwijs op het sbo, kan dat wel? Op sbo Johan Seckel zitten leerlingen met gedrags- en/of leerproblematiek. Deze leerlingen hebben veel behoefte aan duidelijkheid en structuur, dus is het dan wel verstandig om met deze leerlingen naar buiten te gaan? Juist wel! De leerlingen genieten van het buiten zijn en hun bewegingsdrang komt nu juist goed van pas. Bewegen zorgt er volgens Oude Bijvank (2022) voor dat bij de meeste leerlingen de concentratie verbetert. Rennen naar het antwoord aan de andere kant van het plein, springen om de sprongen op de getallenlijn fysiek te maken of rekentikkertje. Rekentikkertje is één van de favoriete lesactiviteiten die de leerkrachten toepassen in de rekenles. De leerlingen spelen ‘gewoon’ tikkertje. Wanneer de leerling getikt wordt, gaat hij naar de leerkracht. De leerkracht geeft een som die past bij het doel van de les. Wanneer het antwoord goed is, kan de leerlingen weer meedoen met tikkertje. Juist doordat de leerlingen vijf tot vijftien minuten veel bewegen, kunnen ze in de klas rustiger aan het werk.

Voordat de leerkrachten en leerlingen op sbo Johan Seckel aan de slag gingen met het buitenonderwijs, is er in verschillende klassen een observatie afgenomen aan de hand van het observatieschema van Laevers en Peeters (1994). Deze methodiek geeft duidelijk aan welke negen betrokkenheidssignalen te zien zijn om de betrokkenheid te meten: concentratie, energie, complexiteit en creativiteit, mimiek en houding, persistentie (de duur van de concentratie), nauwkeurigheid, reactietijd, verwoording.
Voordat het buitenonderwijs werd ingevoerd, lieten veel leerling spanning, frustratie en weestand zien. Hun werktempo lag niet zo hoog en ook waren ze snel afgeleid. Na het invoeren van het buitenonderwijs lieten de leerlingen tijdens de les enthousiasme zien, ze werkten in een vlot tempo en ze weerspiegelden een positieve beleving. Daarnaast waren ze beter geconcentreerd en konden ze hun aandacht en energie langer op één punt richten.

Uitspraken van leerlingen:
• ‘Ah, gaan we nu al naar binnen?’
• ‘Juf, zullen we vandaag bij de rekenles rekentikkertje doen?’
• ‘We kunnen toch wel naar buiten? Zo hard regent het niet!’
• ‘Dit spel kunnen we wel vaker doen!’

Bewegend buitenonderwijs bij rekenonderwijs
Om een doorgaande lijn binnen de school te waarborgen, is er met de leerkrachten overlegd aan welke eisen de buiten(spel)activiteiten moeten voldoen. Zo is het belangrijk dat de doelgerichte buiten(spel)activiteit past bij het doel en de lesinhoud van de les en de taak en dat deze activiteit tussen de vijf en vijftien minuten duurt. Daarnaast zijn de opdrachten vooral gericht op het automatiseren en het herhalen van de lesstof. Juist bij rekenen is dit automatiseren en herhalen van belang. Goede automatisering van basisbewerkingen bij rekenen zorgt ervoor dat het werkgeheugen minder belast wordt (Henkens, 2011). En juist bij leerlingen die leerproblemen hebben, is het werkgeheugen zwakker. De leerkrachten nemen de leerlingen minimaal twee keer per week mee naar buiten voor een activiteit bij het vak rekenen. Het is wel belangrijk dat de instructie binnen wordt gegeven, zodat leerlingen deze op de juiste manier aangeboden krijgen. De verwerking kan buiten. Om te zorgen dat de leerlingen voldoende bewegen, moet er ook een beweegelement toegevoegd worden aan de les. Denk hierbij aan rennen (estafette vormen, Zweedsloopspel), springen (sprongen van de getallenlijn), klauteren en klimmen (zet het speeltoestel in, door hier ook opdrachten neer te leggen of op te hangen). Wordt er een activiteit gedaan waarbij de leerlingen opdrachten of kaartjes moeten opzoeken, maak dan gebruik van het hele plein, zodat ze van de ene kant naar de andere kant kunnen rennen.

Betrokkenheid
Hoe zorgt buitenonderwijs nu voor meer betrokkenheid bij rekenen? Wanneer leerlingen betrokken zijn, letten ze op tijdens de uitleg, tonen ze zich geïnteresseerd door bijvoorbeeld vragen te stellen en gaan ze geconcentreerd zelfstandig aan het werk (Kramer & Wildeboer, 2017). Daarnaast zijn ze nieuwsgierig, vinden ze het jammer dat de tijd om is en zijn ze trots op hun eigen prestaties.

Advies: begin simpel
Denk niet te groot en te moeilijk. Ervaar hoe leuk het is om naar buiten te gaan. Verzamel kastanjes en tel hoeveel je er hebt. Ga aan de slag met vierkante meters of bereken de inhoud van bijvoorbeeld het fietsenhok. Speel een Zweedsloopspel, laat leerlingen samen een opdracht maken of speel een estafettevorm waarbij sommen uitgerekend moeten worden.
Bang voor slecht weer? Er is altijd wel een moment van de dag waarop je naar buiten kunt. En kinderen hebben vaak niet eens hinder van het weer: ‘Juf, we kunnen toch wel naar buiten? Zo hard regent het niet hoor!’

Book iconLiteratuurlijst

• Allegaert, J. (2020). Waarom buitenles goed is voor jou en je klas. Beschikbaar via https://www.klasse.be/235016/waarom-een-buitenles-goed-is-voor-jou-en-je-klas/
• Best, J.R. (2010). Effects of physical activity on children’s executive function:
• Contributions of experimental research on aerobic exercise. Developmental
• Review, 30(4), 331-351
• Buitenonderwijs (z.d.). Buiten leren, spelen en ontwikkelen. Beschikbaar via https://www.buitenonderwijs.nl/
• Henkens, L.S.J.M. (2011). Automatiseren bij rekenen-wiskunde. Een onderzoek naar het automatiseren van basisbewerkingen rekenen-wiskunde in het basisonderwijs. Inspectie van het Onderwijs.
• Kramer, F., & Wildeboer, T. (2017). Slim! De 4 sleutels voor een effectieve les. Leuker.nu.
• Laevers, F. & Peeters, A. (1994). De Leuvense betrokkenheidsschaal voor leerlingen LBS-L: Handleiding bij de videomontage. CEGO
• Mieras, M. (2018). Buitentijd = leertijd. Beschikbaar via https://www.mieras.nl/schrijven/buitentijd-leertijd
• Mygin, E. (2005). Udeundervisning i folkeskolen. Narayana Press
• Oude Bijvank, C. (2022). ADHD en buiten zijn, wat is de invloed? Beschikbaar via https://www.adhdblog.nl/adhd-en-buiten-zijn/
• Robertsen, J. (2022). Natuurlijk, buiten rekenen! Bazalt Educatieve Uitgaven.
• Utdanings-direktoratet (2021). Uteskole. Natur og uterom gir mange muligheter som faglig og sosial læringsarena. Beschikbaar op https://www.udir.no/laring-og-trivsel/tilpasset-opplaring/uteskole/#a153244