Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
10/02/2026
Leestijd 3-5 minuten

Leesmotivatie als je zelf geen lezer bent

Natuurlijk weet iedere leerkracht dat het belangrijk is om kinderen aan het lezen te krijgen. Maar niet iedere leerkracht is zélf een lezer. Er is een overvloed aan informatie over kinderboeken die niet alle leerkrachten bereikt. Hoe komt dat? En kan het ook anders?

Save the children

Foto’s Vincent van den Hoogen

Over het motiveren van kinderen voor lezen, kun je, zo blijkt uit onderzoek, praten met behulp van begrippen als autonomie, competentie, relatie of waarde, vertrouwen, interesse en doelgerichtheid (Stichting Lezen, 2021). In onze boeken over rijke taal (Van Koeven & Smits, 2024; Van Koeven & Smits, 2025) noemen we dan ook dat leesmotivatie vooral een pedagogische insteek heeft.

Om kinderen te motiveren tot lezen, moet je kinderboeken kennen. Als een leerling ’s ochtends een boek op zijn of haar bank vindt met een briefje erbij (“Ik heb dit boek gelezen en ik denk dat het echt iets voor jou is.”), is de kans groot dat hij of zij dat boek graag wil lezen. Als je samen met kinderen van een voorleesboek geniet en daarover in gesprek gaat, willen ze dat boek graag zelf lezen. Dat kinderen geïnteresseerd raken in boeken heeft te maken met die boeken, maar ook met jou als leerkracht. Daarnaast heeft leesmotivatie ook een didactische component. Het motiveert kinderen vooral als je kinderboeken verbindt met interessante wereldoriëntatiethema’s. Je kunt van alles leren over de prehistorie, maar die kennis gaat pas echt leven met een kinderboek van archeoloog Linda Dielemans.

Kinderboekenbubbel

Leesmotivatie dus: gemakkelijk gezegd, minder gemakkelijk gedaan. Een groot dilemma bij leesmotivatie is dat degenen die kinderen moeten motiveren voor kinderboeken zelf niet altijd lezers zijn (Kennisrotonde, 2025). Uiteraard proberen we daar iets aan te doen. Nederland is een rijk land. Jaarlijks verschijnen er honderden nieuwe Nederlandstalige kinderboeken en worden meer dan 30.000 kinderboeken verkocht. Bovendien is er rond kinderboekenauteurs en hun boeken een enorme subcultuur ontstaan van liefhebbers: podcastmakers, auteurs van websites, vakartikelen en handboeken, medewerkers van bibliotheken, landelijke instellingen, hogescholen, schoolbegeleidingsdiensten, private leesbevorderingsbedrijfjes en zelfs ontwikkelaars van taalmethodes. Allemaal lezen ze en allemaal proberen ze ouders, medewerkers in de kinderopvang en leerkrachten op scholen over de streep te trekken. Ga zelf lezen, ga voorlezen, motiveer kinderen om te lezen. Soms lukt het om zo’n niet-lezer te interesseren voor kinderboeken. Veel vaker niet. Het is een moeilijke constatering: wij hebben het heerlijk in onze bubbel, maar onze impact is matig.

Waarom werkt die bubbel niet?

Misschien is die bubbel te overweldigend. Hoe voel je je als leerkracht in een gezelschap waar iedereen het nieuwste boek van Pieter Koolwijk, Annet Huizing, Bibi Dumon Tak of Anna Woltz heeft gelezen en jij niet? Waar iedereen alle afleveringen heeft beluisterd van De Grote Vriendelijke Podcast en jij geen enkele? Als je je moet voorstellen aan de hand van een kinderboek en je tot je schrik merkt dat jij een paardenmeisjesboek uit je eigen jeugd hebt meegenomen, terwijl alle anderen een actueel boek hebben en daar bevlogen over vertellen?

Hoe voel je je als je als leerkracht niet je vrije tijd besteedt aan kinderboeken, maar aan het klussen aan je motor, aan voetbal, aan het kijken van series, aan stedentrips of aan het lezen van andere genres? Dat ongemak kan leiden tot onverschilligheid. Laat ze maar kletsen, het zal allemaal wel.

Het maakt misschien ook dat je je mond houdt over dat je eigenlijk wel iets voelt voor die andere bubbel, waarin de mensen zich verzameld hebben die zich afvragen hoe belangrijk lezen eigenlijk nog is en in de toekomst zal zijn. Wat is er op tegen als we ons van een schriftcultuur naar een oraal/visuele cultuur bewegen (De Rek, 2025)?

Wat werkt dan wel?

We zouden graag een eenduidig antwoord willen geven op deze vraag. Dat lezen in onze samenleving belangrijk is en dat het onderwijs de verantwoordelijkheid draagt kinderen te leren lezen, staat buiten kijf. Lezen zorgt voor taalontwikkeling en is daarmee de basis voor deelname aan de maatschappij. Niet iedereen hoeft Schopenhauer te lezen, maar je moet wel een ticket kunnen kopen, in het ziekenhuis bij de juiste specialist terechtkomen en de briefjes van de leerkracht of het etiket van een schoonmaakmiddel kunnen lezen (Stronks, 2024). Dat leer je nu eenmaal niet door op school heel hard op zo’n etiket te oefenen, maar door leesroutine op te doen en de waarde van boeken te beleven. Die waarde kan van alles zijn. Boeken kunnen grappig zijn, spannend of nuttig en leerzaam. Er kunnen prachtige gespreksonderwerpen uit voortkomen die je belangrijk zijn voor de keuzes die je maakt. En boeken kunnen ook je maatjes zijn als je het moeilijk hebt. Dat leerkrachten de waarde van boeken alleen kunnen overbrengen als ze deze zelf beleven, is ook boven alle twijfel verheven. Maar hoe helpen we hen om zo ver te komen?

De kinderboekenbubbel moet blijven. Maar we moeten stoppen met het wijzen met de vinger naar niet-lezende collega’s. Als het gaat om leesmotivatie moeten we de tijd nemen om te zoeken naar diversiteit en inclusie. Zo kan ieder op zijn eigen manier aan de slag met leesbevordering.

Je bent geen minder goed rolmodel als je alleen voetbaltijdschriften leest

Zo zet je leesbevordering tóch op de kaart

Neem in de schoolvisie op dat elke leerkracht een rolmodel is voor lezen. Dat betekent minimaal dat er in de klas altijd in positieve zin over lezen wordt gesproken. Het begrip ‘rolmodel’ mag iedereen op een eigen manier invullen. Je bent geen minder goed rolmodel als je uitstraalt dat je niet zo’n lezer bent, maar dat je kon worden wat je wilde omdat je je studieboeken hebt gelezen en dat je nu regelmatig luistert naar luisterboeken over voetbalcoryfeeën.

Creëer een open sfeer in het team, waarin je gewoon kunt zeggen dat je geen lezer bent, zonder dat je wordt weggehoond. Lezen is een belangrijk onderdeel van het curriculum, maar het is geen wedstrijd wie de meeste kinderboeken kent.

Maak rolmodellen zichtbaar en laat de diversiteit in het team zien. Zet alle leerkrachten op de foto met wat ze lezen en hang die foto’s op in de school. Het mag een voetbaltijdschrift zijn of een stripboek, een kookboek of een detective. Er is een school waar iedere leerkracht thuis een filmpje heeft opgenomen over iets wat met lezen te maken heeft. Ze lezen hun kinderen voor, gaan in de handleiding van hun auto op zoek naar informatie over een brandend lampje op het dashboard, lezen de Linda op de bank of bakken een taart met behulp van een recept.

Zorg dat er op iedere school iemand is die veel kinderboeken kent én die een goede relatie heeft met alle teamleden én minimaal drie dagen per week op school aanwezig is. Dat kan een leerkracht zijn (of meerdere leerkrachten), de leescoördinator of iemand anders. Laat diegene een laagdrempelige vraagbaak zijn voor leerkrachten die iets over boeken willen weten. Laat het een routine worden om in het team regelmatig kinderboeken onder de aandacht te brengen (voorleesboeken, boeken die passen bij thema’s, motiverende series). Zorg dat die boeken beschikbaar zijn en geef leerkrachten boeken die bij hen passen, bij hun groep en bij de thema’s waaraan wordt gewerkt. Het helpt als ze die boeken persoonlijk krijgen (Jongstra e.a., 2023).

Ga met leerkrachten op zoek naar hun eigenheid. Wat is hun kracht als leerkracht? Waar lopen ze warm voor (Heuver-Noeverman, 2024)? Zijn ze vooral pedagoog of geven ze graag biologie of geschiedenis? Hebben ze bijzondere hobby’s? Is het mogelijk om die eigenheid te verbinden met kinderboeken? Hoe kunnen leerkrachten elkaar daarmee inspireren of de kinderen in verschillende klassen? Hoe mooi is het als de ene leerkracht in groep 7 komt vertellen over natuurboeken en de ander over boeken over mode? Maak filmpjes van die momenten, zodat andere leerkrachten weer op ideeën komen.

Werk samen met de pabo. Daar hebben ze dezelfde missie: studenten motiveren om te lezen.

Book iconLiteratuurlijst
  • De Rek, W. (2025). We hebben het lezen opgezadeld met een verantwoordelijkheid die dat arme lezen helemaal niet aankan. De Volkskrant, 14 maart.
  • Heuver, R. (2025). De leeskracht van de leerkracht: Samen sta je sterker. Meertaal, 12(2), 21–23.
  • Jongstra, W., Kieft, M., Goriot, C., & Van den Eijnden, J. (2023). Lezen en laten lezen: Een ontwerponderzoek naar de versterking van leraren als leesbevorderaars. Stichting Lezen.
  • Kennisrotonde (2025). Welke interventies stimuleren leraren om vaker en met meer plezier te lezen, en welk effect heeft dit op hun leesonderwijs? (KR. 2573).
  • Stichting Lezen (2021). Leesmotivatie onder de loep: Inzichten uit wetenschappelijk onderzoek. Stichting Lezen.
  • Stronks, E. (2025). Dit is niet de tijd om te somberen over het nut van meer boeken lezen. de Volkskrant, 17 maart.
  • Van Koeven, E., & Smits, A. (2024). Rijke taal: Taaldidactiek in het basisonderwijs. Boom.
  • Van Koeven, E., Ganzeman, F., & Verschuren, H. (2025). De wereld in kinderboeken: Leesbevordering in de klas. Boom.

Erna van Koeven

Anneke Smits