Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
27/10/2026
•
Leestijd 4-5 minuten
•
Geschreven door Joske Aline Jansen

Doorbreek genderstereotypen

Als leerkracht wil je dat iedere leerling zich veilig voelt en zichzelf kan zijn. Toch spelen op school vaak onbewuste ideeën mee over meiden en jongens, en die beïnvloeden verwachtingen en gedrag. Wat betekent dat voor je klas en wat kun je eraan doen?

Save the children

Q: Wat zijn gendernormen en genderstereotypen?
A: Gendernormen zijn (vaak onbewuste) opvattingen over wat ‘hoort’ bij meiden of jongens. Stereotypen zijn de beelden die daarbij leven, zoals stoere jongens en zorgzame meiden.

Q: Waarom doen ze ertoe in de klas?
A: Ze beïnvloeden verwachtingen, kansen en sociale veiligheid. Leerlingen die afwijken van gendernormen lopen meer risico op pesten of uitsluiting.

Q: Hoe ontdek je je eigen blinde vlekken?
A: Observeer bewust een les of dag: aan wie geef je de beurt, wie corrigeer je en hoe ontstaan groepjes? Kijk daarna terug of je patronen ziet.

Q: Wat kun je concreet doen?
A: Stel vragen bij stereotiepe opmerkingen, maak groepsafspraken, let op je taalgebruik en kies bewust voor diverse voorbeelden in je lesmateriaal.

“De jongens mogen eerst naar buiten, dan kunnen ze vast hun energie kwijt,” of: “Zijn er een paar sterke jongens die dit kunnen tillen?” Betrap je jezelf weleens op dit soort uitspraken? Het gaat hierbij om (vaak onbewuste) gendernormen: opvattingen over gedrag, interesses en eigenschappen die ‘horen’ bij meiden of jongens. Deze normen ontstaan niet alleen op school, maar ook thuis, op het schoolplein en via media. Gendernormen hangen nauw samen met genderstereotypen. Waar normen aangeven wat ‘hoort’, beschrijven stereotypen de beelden die daarbij leven, bijvoorbeeld dat jongens stoer zijn en meiden zorgzaam. Samen beïnvloeden ze hoe leerlingen naar zichzelf en elkaar kijken, wat als ‘normaal’ wordt gezien en welk gedrag wordt aangemoedigd of afgeremd (Mesman, 2020; Bian et al., 2017).

Een voorbeeld is sport en bewegen. Vaak wordt gedacht dat vooral jongens hierin geïnteresseerd zijn en er meer baat bij hebben. Onderzoek laat zien dat jongens inderdaad vaker bewegen dan meiden. Dit verschil ontstaat al op jonge leeftijd en wordt daarna groter (Telford et al., 2016). Ook recenter onderzoek laat zien dat meiden wereldwijd minder bewegen dan jongens (World Health Organization, 2024). Stereotiepe verwachtingen spelen hierin een rol. Meiden krijgen soms minder ruimte om mee te doen of voelen zich onzeker omdat ze sneller worden uitgelachen. Voor jongens geldt vaak het omgekeerde: sportief zijn draagt bij aan status, terwijl niet-sportieve jongens meer kans lopen op uitsluiting.

© Shutterstock / Curve

Invloed op sociale veiligheid

Beperkende ideeën over jongens en meiden beïnvloeden niet alleen kansen, maar ook hoe veilig leerlingen zich voelen. Leerlingen die afwijken van wat ‘verwacht’ wordt van jongens of meiden, lopen een groter risico op pesten of uitsluiting. Onderzoek laat zien dat leerlingen die afwijken van gendernormen zich vaker onveilig voelen en een lager welzijn ervaren (Vantieghem & Van Houtte, 2020). Tegelijkertijd zijn stereotypen tegenwoordig vaak subtieler dan vroeger. Ze zitten minder in expliciete uitspraken en meer in kleine, alledaagse verwachtingen en reacties. Denk bijvoorbeeld aan:

  • meiden die vaker complimenten krijgen over netjes werken, en jongens over slim zijn;
  • druk gedrag van jongens dat sneller wordt geaccepteerd;
  • meiden die vaker sociale taken oppakken in groepjes.

Juist omdat dit soort patronen ‘normaal’ voelen, blijven ze vaak onbesproken. Door zulke momenten kort te benoemen of er vragen over te stellen, kun je als leerkracht bijsturen wat in de groep als normaal geldt.

Blinde vlekken

Veel leerkrachten willen leerlingen zo gelijkwaardig mogelijk behandelen. Toch sluipen verwachtingen er vaak ongemerkt in. Onderzoek laat zien dat verwachtingen van leerkrachten invloed hebben op hoe zij leerlingen benaderen en beoordelen en daarmee op hun ontwikkeling (Rubie-Davies, 2024). Juist daarom kan het helpen om af en toe bewust te onderzoeken wat er in je klas gebeurt.

Je kunt dit aanpakken door één les of dag te kiezen waarin je observeert. Noteer bijvoorbeeld:

  • aan wie je de beurt geeft;
  • wie je corrigeert en waarvoor;
  • wie je aanspreekt op gedrag, inzet of uiterlijk;
  • hoe groepjes ontstaan.

Kijk daarna terug: zie je patronen? Bespreek dit eventueel met een collega of kijk (als dat kan) een les terug. Juist door er even afstand van te nemen, vallen dingen op die je in het moment niet ziet. Zulke patronen hebben niet alleen met gender te maken, maar ook met verwachtingen over gedrag of prestaties. Juist daarom kan het helpen om af en toe specifiek naar gender te kijken.

Kleine interventies maken grote verschillen voor kansengelijkheid

Stel jezelf vragen als:

  • Verwacht ik ander gedrag van jongens dan van meiden?
  • Hoe reageert de groep als iemand afwijkt van wat ‘gebruikelijk’ is?
  • Gebruik ik zelf gender als indeling, bijvoorbeeld ‘jongens tegen de meiden’?

Het doel hiervan is om patronen zichtbaar te maken. Door dit af en toe bewust te doen, kun je kleine aanpassingen doen die op de lange termijn veel verschil maken.

Vertragen, vragen stellen, afspraken maken
Het helpt om de gewenste sociale norm expliciet te maken (Felten, 2020). Dat vraagt niet om één groot gesprek, maar om kleine, terugkerende momenten. Juist op alledaagse momenten kun je het verschil maken, bijvoorbeeld bij grapjes, groepsvorming of reacties op gedrag. In plaats van direct te corrigeren, kun je vertragen en vragen stellen.

Als een leerling zegt: “Dat is voor meiden”, kun je bijvoorbeeld vragen:

  • “Hoe bedoel je dat?”
  • “Ken je ook jongens die dit leuk vinden?”
  • “Mag iedereen zelf kiezen wat hij of zij leuk vindt?”

Je kunt leerlingen eerst individueel laten nadenken over zulke vragen, ze daarna in tweetallen laten bespreken en vervolgens klassikaal ophalen wat de kinderen hebben ontdekt. Zo onderzoek je samen waar ideeën vandaan komen.

Je kunt dit versterken met expliciete groepsafspraken, zoals:

  • Iedereen mag zelf kiezen wat hij of zij leuk vindt.
  • We lachen niemand uit om kleding, hobby’s of gedrag.
  • We zeggen niet: dat is voor jongens of meiden.

Door deze afspraken zichtbaar te maken en ernaar terug te verwijzen, wordt het onderdeel van je klascultuur. Je kunt erop terugkomen als er een grapje wordt gemaakt of als iemand wordt buitengesloten: “We hadden toch afgesproken dat iedereen zelf mag kiezen wat hij of zij leuk vindt?”

Ook in specifieke situaties kun je bijsturen. Als leerlingen lachen om een klasgenoot die iets ‘ongebruikelijks’ doet, kun je dat moment benutten door te vragen: “Wat maakt dat we dit grappig vinden?” Zo maak je onderliggende aannames bespreekbaar.

Ook kun je veel doen met het aanpassen van je taalgebruik. Zeg bijvoorbeeld niet: “Ik zoek sterke jongens om te helpen sjouwen”, maar: “Wie wil helpen sjouwen?”

Een inclusieve klas begint met bewust taalgebruik en aandacht

© Shutterstock / Curve

Representatie in lesmateriaal

Lesmateriaal speelt een belangrijke rol in hoe leerlingen naar zichzelf en de wereld kijken. Dat geldt voor boeken, afbeeldingen en voorbeelden die je gebruikt. Onderzoek laat zien dat representatie invloed heeft op het zelfbeeld en de ontwikkelingsruimte van kinderen (Mesman, 2020). Door bewust te kiezen voor verschillende voorbeelden, zoals een vrouwelijke ingenieur of een mannelijke kleuterleider, verruim je het perspectief van leerlingen. Je kunt je lesmateriaal hierop kritisch bekijken: wie zie je terug in boeken, opdrachten of presentaties?

Vul de les aan met vragen als: “Klopt dit beeld?” of “Zien we ook andere voorbeelden?” Zo help je leerlingen bewust te kijken naar wat ze zien.

Ook kleine aanpassingen, zoals het kiezen van andere afbeeldingen of namen in opdrachten, maken verschil. Zo help je leerlingen om meer mogelijkheden voor zichzelf te ontdekken.

Blijf nieuwsgierig naar je eigen verwachtingen en geef ruimte aan verschillende interesses en talenten. Zo draag je bij aan een klas waarin iedere leerling zich gezien voelt en krijgen leerlingen de ruimte om te ontdekken wie ze zijn en wat ze kunnen worden.

Book iconLiteratuurlijst
  • Bian, L., Leslie, S.-J., & Cimpian, A. (2017). Gender stereotypes about intellectual ability emerge early and influence children’s interests. Science, 355(6323), 389–391.  
  • Felten, H. (2020). Wat werkt tegen discriminatie? Movisie / Kennisplatform Inclusief Samenleven.  
  • Mesman, J. (2020). Ongelijkheid begint bij opvoeding. Amsterdam University Press.  
  • Olsson, M., & Martiny, S. E. (2018). Does exposure to counterstereotypical role models influence girls’ and women’s gender stereotypes and career choices? Frontiers in Psychology.  
  • Rubie-Davies, C. M. (2024). The powerful impact of teacher expectations: A narrative review.  
  • Stone, J., Chalabaev, A., & Harrison, C. (2011). The impact of stereotype threat on performance. Social Psychology of Education.  
  • World Health Organization. (2024). Physical activity. https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/physical-activity  

Joske Aline Jansen

Joske Aline Jansen is online content specialist bij VHTO en WWJB. Ze houdt zich dagelijks bezig met communicatie over diversiteit, kansengelijkheid en inclusie.