Niet alles geloven wat het scherm vertelt
De leerling van nu groeit op in een wereld waarin nieuws, filmpjes, influencers en kunstmatige intelligentie voortdurend om aandacht vragen. Kinderen zoeken informatie online, chatten met AI en scrollen dagelijks door sociale media. Maar hoe leren ze hierin bewuste keuzes te maken? En hoe geef je digitale geletterdheid een plek in je onderwijs, zonder dat het weer een extra vak wordt?
Q: Hoe geeft IKC St. Vitus digitale geletterdheid vorm?
A: Niet als los vak, maar verweven in het onderwijs. Leerkrachten haken aan bij projecten, het nieuws en gebeurtenissen in de klas.
Q: Hoe krijg je het team mee?
A: Met teambegeleiding, samen lessen geven en kartrekkers die hun kennis delen. Zo verdwijnt de onzekerheid en ontstaat een olievlekwerking.
Q: Hoe gaat de school om met ChatGPT?
A: Niet verbieden, maar leren gebruiken: als huiswerkbegeleider, niet als huiswerkmaker. Leerlingen leren daarbij ook bronnen te checken.
Q: Heb je hiervoor veel middelen nodig?
A: Nee, het kan met reguliere onderwijsmiddelen en gratis materiaal, zoals dat van MediaMasters.
© Jantina Fotografie
Voor antwoorden op vragen over digitale geletterdheid nemen we een kijkje op IKC St. Vitus in Winschoten. Daar kiezen ze al jaren voor een praktische aanpak. Digitale geletterdheid is geen los lesonderdeel, maar volledig verweven in het onderwijs. Met zichtbaar resultaat. Zo sleepte de school meerdere hoofdprijzen in de wacht tijdens het landelijke evenement MediaMasters.
Toch zijn die prijzen maar bijzaak, zegt Rob Vegter. Hij werkt op St. Vitus als leerkracht, intern begeleider en ICT-coördinator. “We willen vooral dat kinderen leren nadenken. Dat ze zich afvragen: klopt het wat ik zie? Waarom krijg ik juist dit filmpje te zien? En kan ik een chatbot eigenlijk wel vertrouwen?”
Om leerlingen beter voor te bereiden, ontwikkelde de school een duidelijke visie. “We willen dat leerlingen onze school verlaten met een digitale gereedschapskist. Ze moeten zich straks zelfstandig en weerbaar kunnen redden in een online wereld.” Het lastige is alleen: die online wereld verandert razendsnel. Dus dat vraagt ook iets van het team. Leerkrachten moeten zich blijven verdiepen in ontwikkelingen rond smartphones, algoritmes, kunstmatige intelligentie en sociale media. Volgens Vegter heeft het onderwijs daarin geen keuze. “Twintig jaar geleden zag de wereld er totaal anders uit. De komende twintig jaar verandert hij waarschijnlijk nog sneller. Dan kunnen we niet zeggen: daar doen we niets mee.”
“Kinderen moeten niet alles geloven wat het scherm vertelt”
Tijdens een thema over landen presenteren leerlingen hun onderzoek voor een green screen, zodat het lijkt alsof ze daadwerkelijk in Londen of Rome staan. “Je hoeft niet steeds iets nieuws te verzinnen,” zegt Vegter. “Je leert vooral kansen herkennen.”
Niet nog een vak erbij
Op St. Vitus zoeken leerkrachten naar natuurlijke aanknopingspunten: een project of een nieuwsbericht, maar ook gebeurtenissen in de klas. Iedere bouw beschikt over een verzameling lessen en werkvormen, zodat collega’s snel iets kunnen inzetten als de actualiteit daarom vraagt. Een nieuwsbericht over influencers kan een mooi gesprek opleveren over filterbubbels. Een incident met online pesten is een goede aanleiding om digitale omgangsvormen te bespreken. Maar ook bij de zaakvakken liggen volop kansen.
Tijdens een thema over landen presenteren leerlingen hun onderzoek voor een green screen, zodat het lijkt alsof ze daadwerkelijk in Londen of Rome staan. “Je hoeft niet steeds iets nieuws te verzinnen,” zegt Vegter. “Je leert vooral kansen herkennen.”
Daarnaast maken ze op zijn school gebruik van bestaande databases met gratis lessen, waardoor de voorbereiding beperkt blijft. “Er gebeurt iets in het nieuws en dan denken we: hé, hier past een doel uit digitale geletterdheid bij. Zo kost het nauwelijks extra tijd. Je voegt iets toe aan een les die je toch al geeft.”
Begin bij het team
Toch merkt Vegter dat veel collega’s in eerste instantie terughoudend zijn. “Programmeren, AI of algoritmes klinken voor veel leerkrachten ingewikkeld. Ze denken al snel: kinderen weten hier meer van dan ik. Dat maakt onzeker.” Teambegeleiding is daarom belangrijk. Tijdens trainingen ervaren collega’s hoe laagdrempelig veel onderdelen eigenlijk zijn. “Dan blijkt programmeren opeens geen ingewikkelde computertaal, maar gewoon een logische puzzel. Je geeft stap voor stap instructies en ziet direct wat er gebeurt als je een fout maakt.”
Volgens Vegter verdwijnt de onzekerheid zodra collega’s zelf een les hebben gegeven. Daarom loopt hij als ICT-coördinator regelmatig een klas binnen om samen met collega’s een les te verzorgen. “Dan zien ze dat het eigenlijk heel overzichtelijk is. Daarna denken ze vaak: meer is het dus niet.”
Een olievlek door de school
Collega’s met affiniteit voor digitale geletterdheid helpen bij de integratie ervan. Albert-Jan Brilstra is zo iemand. Hij staat voor groep 7. Voordat hij het onderwijs in ging, werkte hij jarenlang als adviseur en ondernemer in de online wereld. Daardoor kent hij niet alleen de mogelijkheden van internet, maar ook de mechanismen erachter. “Ik weet hoe sociale media proberen je aandacht vast te houden. Juist daardoor kan ik kinderen uitleggen waarom ze bepaalde filmpjes te zien krijgen of waarom een app steeds opnieuw om aandacht vraagt.”
Tijdens de koffie deelt hij zijn ervaringen met collega’s. “Ik heb laatst nog een filmpje gezien over de verkoopsite Temu en hoe het daar werkt achter de schermen. Sommige collega’s wisten niet hoe fout het eigenlijk is om daar iets te bestellen.” Zulke gesprekken zorgen ervoor dat collega’s actuele voorbeelden meenemen naar hun eigen lessen. Vegter noemt dat de olievlekwerking. “Je hebt kartrekkers nodig. Mensen die willen én kunnen. Vervolgens zie je dat collega’s denken: misschien is het toch minder ingewikkeld dan ik dacht. Dan ontstaat beweging.”
© Jantina Fotografie
ChatGPT als huiswerkbegeleider
Vegter geeft een mooi voorbeeld van AI-gebruik in de klas. Het viel hem op dat leerlingen opeens minder klaagden over huiswerk. Wat bleek? Een heel aantal zette ChatGPT in. Geen reden om boos te worden of de techniek te verbieden. Integendeel. “Kinderen gaan hier toch gebruik van maken. Dan kunnen we ze maar beter leren hoe ze dat verstandig doen.” Tijdens een les liet hij zien hoe overtuigend een chatbot kan klinken, maar ook hoe gemakkelijk die de mist in gaat.
Hij liet ChatGPT bewust een fout antwoord verdedigen. De leerlingen geloofden het eerst, totdat ze de informatie controleerden. “Toen merkten de leerlingen dat ze niet meer konden vertrouwen op hun gevoel. Ze moesten bronnen gaan checken.” Dat was meteen een bewijs dat het belangrijk is om parate kennis te hebben en kritische vragen te blijven stellen. Of zoals Brilstra zijn leerlingen voorhoudt: “Geloof niet alles wat het beeldscherm zegt.” Vegter knikt instemmend: “Wij zeggen: gebruik ChatGPT als huiswerkbegeleider, niet als huiswerkmaker. Laat de chatbot bijvoorbeeld tien controlevragen maken over een samenvatting. Dan helpt AI je om de stof beter te beheersen, in plaats van het werk voor je over te nemen.”
Gebruik AI als hulpmiddel, niet als vervanger van denken
Digitale geletterdheid zit overal
Digitale middelen kunnen ook stimuleren om boeken te lezen, merkt Albert-Jan Brilstra. Als leescoördinator liet hij leerlingen podcasts maken over boeken die ze hadden gelezen. “Afgelopen schooljaar las de klas samen 102 boeken. Daarna gingen leerlingen met elkaar in gesprek alsof ze een radioprogramma maakten. Ze leren daardoor niet alleen hoe je een podcast maakt, maar denken ook veel beter na over de inhoud van een boek.” Daarnaast gebruikt Brilstra het actuele nieuws graag als vertrekpunt. Hij vertelt bijvoorbeeld iets over een influencer die het nieuws haalt of een opvallend filmpje op Instagram. Het kan allemaal aanleiding zijn voor een inhoudelijk klassengesprek.
“We laten leerlingen onderzoeken hoe een filterbubbel ontstaat, maar ook hoe je zo’n algoritme kunt verstoren. Waarom krijg jij steeds dezelfde filmpjes te zien? En wat gebeurt er als je ineens heel andere onderwerpen gaat bekijken?” Ook cyberpesten sluit hij aan bij de dagelijkse praktijk. “Door het te koppelen aan het pestprotocol op school ontstaat vanzelf een gesprek over online gedrag en de gevolgen daarvan.” Volgens Brilstra is dat belangrijker dan leerlingen vertellen wat ze wel of niet mogen doen. “We wijzen niet met een vingertje. We willen vooral dat kinderen begrijpen hoe digitale media werken, zodat ze zelf betere keuzes kunnen maken.”
© Jantina Fotografie
Digitaal in balans
Opvallend genoeg staat tijdens de Week van de Mediawijsheid ook een dag zonder devices op het programma. Niet omdat technologie slecht is, benadrukt Vegter. “We vinden digitaal in balans zijn minstens zo belangrijk. Kinderen zeggen aan het einde van zo’n dag vaak: we hebben eigenlijk veel meer met elkaar gepraat. Dat zegt genoeg.”
Wie nu denkt dat hiervoor een compleet medialab nodig is, heeft het mis. Volgens Vegter kan het ook met reguliere onderwijsmiddelen. “Gebruik bijvoorbeeld het materiaal dat MediaMasters aanbiedt. Dat is gratis beschikbaar. Of pak een actueel onderwerp dat kinderen bezighoudt en geef een bestaande les een digitaal tintje. Dan heb je al snel een heel mooie basis.”