Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
14/04/2026
Leestijd 3-5 minuten
Geschreven door Klaske Delheij

Een transgender kind in de klas: wat nu?

De dochter van Marion* gaf al op heel jonge leeftijd aan dat ze zich een jongen voelde qua kleding, speelgoed en manier van spelen. Ook op school. “Eerst denk je nog: het is een fase. Maar als kleuter pakte Suus* de keukenschaar en knipte haar haar af. Ze wilde kort stekeltjeshaar. ‘Net als de andere jongens,’ zei ze. Vanaf dat moment voelde ik: Jij mag zijn wie je bent, ik sta achter jou!”

Save the children

foto’s izzuanroslan/Shutterstock/curve

Marion en haar toenmalige partner zagen dat hun dochter niet ‘deed’ alsof ze een jongen was, ze wás een jongen. Al snel kreeg het gezin begeleiding van specialisten op het gebied van genderincongruentie: het gevoel dat je biologische geslacht niet past bij wie je bent. Vanaf groep 3 hakten ze de knoop door. Suus ging verder door het leven als jongen: Sem*. “We zagen Sem echt opbloeien, hij kon nu zijn wie hij was.”

Op school besprak Marion de situatie met de leerkracht en interne begeleider. Ook informeerde ze de ouders van klasgenoten. Gelukkig was er een open, positieve houding. “Sem was een sociaal mannetje, hij had veel vriendjes in de klas en gedroeg zich bij de kleuters al als een jongen. Híj was niet veranderd, alleen z’n naam. Zijn klasgenoten gingen er gemakkelijk mee om.”

Serieus nemen
Wat betekent zo’n wisseling van gender eigenlijk voor de school en de leerkrachten? Frank Dekkers is scholenvoorlichter bij Transvisie, een belangenorganisatie voor transgender en genderdiverse personen. “Ik zie regelmatig twijfel bij leerkrachten. ‘Moeten we dit serieus nemen bij zo’n jong kind?’ Maar we zien kinderen van 2,5 jaar die al duidelijke signalen geven over hun genderidentiteit. Bij de één zet dat door, bij de ander niet. Kinderen die worstelen met genderincongruentie ervaren veel interne strijd. Als je het kind bevestigt in zijn genderidentiteit, geeft dat veiligheid. En dat is de basis om te leren en te groeien.”

1 procent van de Nederlanders identificeert zich als transgender

Aparte kleedkamer?
Frank: “Soms bieden scholen een aparte wc of kleedkamer aan voor de transgender leerling. Dat is natuurlijk goed bedoeld, maar doe het alleen als het kind dat zelf wil. Anders werkt het isolerend.”

Over het algemeen ziet Frank in het basisonderwijs een open houding. “Soms kom je vooroordelen of discriminatie tegen en wordt er gepest. Dat mag je als school nooit accepteren. Niet van ouders, niet van collega’s en niet van leerlingen. Het is belangrijk dat ieder kind zich veilig voelt op school. Als leerkracht ondersteun je dat door een goede relatie op te bouwen met elk kind. Groet leerlingen bij binnenkomst en geef ze persoonlijke aandacht. Stel heldere en positieve regels op, maar zorg ook voor een warme, inclusieve sfeer: benoem diversiteit en laat zien dat het gewaardeerd wordt.” Frank adviseert ook om emoties bespreekbaar te maken in de klas en te zorgen voor duidelijke en respectvolle communicatie. “Los conflicten samen op een rustige manier op en laat voorbeeldgedrag zien. Zo doe je er alles aan om veiligheid te waarborgen.”

Geen Paarse Vrijdag
De leerkracht die Sem in groep 8 in de klas had, besteedt ook regelmatig aandacht aan diversiteit als onderdeel van de lessen. “Dit is een multi-culturele school. Er zijn leerlingen en ouders met verschillende religies die allemaal hun eigen opvattingen hebben. Als je specifiek aandacht besteedt aan lhbtiq+-thema’s of seksualiteit kan dat mogelijk voor weerstand zorgen bij ouders. Daarom kiezen wij ervoor om geen Paarse Vrijdag of Week van de Lentekriebels in te zetten, maar verweven we die onderwerpen in vakken als wereldoriëntatie en burgerschap.

Ook wordt er veel aandacht besteed aan sociaal-emotionele onderwerpen, zoals pestgedrag, verdriet bij een scheiding of situaties waarin je je heel blij voelt. We gaan het gesprek aan in de klas, zodat kinderen de ruimte krijgen om te vertellen over wat ze meemaken, voelen of waarmee ze zitten. Er is positieve aandacht voor de verschillen tussen mensen. Iedereen mag er zijn. En die aanpak heeft Sem gelukkig goed geholpen!”

*Uit privacyoverwegingen gebruiken we niet de echte namen.

Een aparte toilet voor een transgender leerling kan juist isolerend werken

Structureel aandacht besteden aan diversiteit in de klas is belangrijk. Het Gender Doeboek kan hierbij helpen. Met tips om het thema te bespreken.
Download het gratis op: https://www.transgendernetwerk.nl/

Meer lezen over hoe je een veilige omgeving op school creëert? Ga dan naar dit JSW-artikel: Veilige haven, veilige basis

7 tips voor leerkrachten
Zo geef je ruimte aan genderincongruentie op school:

  1. Erken het kind door zijn of haar gekozen naam te gebruiken en dus niet vast te houden aan de geboortenaam.
  2. Gebruik de persoonlijke voornaamwoorden die de voorkeur hebben van het kind.
  3. Grijp meteen in als kinderen gepest of buitengesloten
    worden of als er vervelende opmerkingen worden gemaakt.
  4. Deel de klas zo min mogelijk in naar gender. Dus niet ‘alle meisjes gaan links staan, de jongens rechts’. Zo voorkom je dat een leerling die worstelt met z’n genderidentiteit zich steeds moet afvragen bij welke groep hij of zij hoort.
  5. Zorg voor een vast contactpersoon op school. Bijvoorbeeld een IB’er met wie praktische afspraken gemaakt kunnen worden over het gebruik van wc’s, omkleden bij gym of op schoolkamp, schoolverzuim bij afspraken met medisch specialisten en psychologen, zonder dat ouders elk jaar opnieuw hun verhaal moeten doen.
  6. Integreer diversiteit in de lesstof. Gebruik het thema in voorbeelden bij wereldoriëntatie en taal. Door kinderboeken voor te lezen over lhbtiq+-thema’s en deze te bespreken in de klas erken je diversiteit.
  7. Sta open voor vragen en nodig ook ouders en leerlingen uit om vragen te stellen, zodat het thema bespreekbaar wordt.