Gewenst gedrag in de klas
Nederlandse leerkrachten ervaren veel verstoringen in de klas in vergelijking met het OESO-gemiddelde (OECD, 2023). Beter gedrag is essentieel voor betere schoolprestaties. Hoe kun je werken aan een goed klassenklimaat en ervoor zorgen dat gewenst gedrag de norm wordt in je klas?
Vertaald en geredigeerd door Sonja Broerse
Effectief klassenmanagement is vaak een van de grootste uitdagingen voor een leraar. Als leraren die zelf met deze uitdaging te maken hebben gehad, begrijpen Sarah en Olivia Dear goed wat er komt kijken bij het creëren van een productieve leeromgeving. Door hun ervaringen op de Michaela Community School, de best presterende school in Engeland, hebben ze inzichten opgedaan in de meest effectieve strategieën voor het creëren van een betere leeromgeving. Gemotiveerd door de wens om hun inzichten te delen, hebben ze de afgelopen twee jaar gewerkt bij Academica University of Applied Sciences.
In nauwe samenwerking met Nederlandse basisscholen hebben ze hun methoden verfijnd tot praktische, evidence-informed richtlijnen die specifiek zijn afgestemd op de Nederlandse onderwijscontext. Deze reis heeft geresulteerd in de publicatie van het boek Behaviour in the Classroom.
De Michaela Community school werkt vanuit de overtuiging dat alle kinderen zich gewenst kunnen gedragen. Daarbij komt, dat gewenst gedrag actief aangeleerd moet worden vanaf het moment dat de leerlingen de klas binnenkomen. Deze wenselijke gedragingen bieden leerlingen de vaardigheden om emotioneel en sociaal succesvol te kunnen zijn. Daarnaast zorgen ze voor een rustige en gefocuste leeromgeving, waardoor leerlingen meer tijd aan hun werk kunnen besteden. Dat heeft weer impact op hun leerprestaties.
Deze wenselijke gedragingen bepaal je als leerkracht natuurlijk zelf voor je eigen klas. Denk bijvoorbeeld aan beleefd begroeten, binnen betekent beginnen, een actieve luisterhouding, stil zijn tijdens het zelfstandig werken, niet naar het toilet gaan tijdens de les, vinger opsteken om vragen te stellen of te beantwoorden, enz.
Deze gewenste gedragingen moeten door de leerkracht expliciet aangeleerd worden. Daarbij is het van belang dat de leerlingen gecorrigeerd worden en het gedrag opnieuw aangeleerd wordt als het niet voldoet aan de gestelde norm. Het is cruciaal dat de cultuur in de klas vanaf het begin van het jaar bewust wordt gecreëerd door de leerkracht.
In een klas met een eff ectief klassenmanagement presteren leerlingen beter.
Wat laat onderzoek zien?
* In Nederland wordt 72 procent van de lestijd besteed aan daadwerkelijk leren, het OESO-gemiddelde is 78 procent (OECD, 2019). Dit betekent dat 28 procent van elke les niet aan leren wordt besteed: meer dan vijftien minuten per uur gaan verloren aan bijvoorbeeld trage overgangen, kletsen en afleiding. Er is een consistente significante correlatie tussen de hoeveelheid tijd leerlingen die aan hun taak besteden en hoeveel ze bereiken (Brophy & Good, 1986).
- Routines die leerlingen laten oefenen met gedrag en structuur en begeleiding geven, kunnen leiden tot grote winst in instructietijd in de loop van het schooljaar (Lemov, 2022).
- Er is niks mis met autoriteit! Volgens Wubbels en Brekelmans (2005) is de motivatie van leerlingen hoger naarmate leerlingen hun leerkracht als gezaghebbend ervaren. Het aardigste wat een leerkracht kan doen voor zijn leerlingen is de lat hoog leggen, consequent blijven en de leiding nemen over het leren (Dear & Dear, 2024).
Een groot deel van het gedrag in je klas wordt al bepaald voordat je leerlingen zelfs maar een voet in je klaslokaal hebben gezet: veel van het gedrag in de klas hangt af van de visie en verwachtingen van een leerkracht. Deze moeten worden vertaald in concrete, gedetailleerde en praktische routines: Welk gedrag maakt van jouw klaslokaal de best mogelijke leeromgeving? Je duidelijke, gedetailleerde visie en de uitwerking daarvan vormen de eerste stappen bij de start van het schooljaar voor het bouwen van een positieve gedragscultuur. We geven een paar voorbeelden.
Het aardigste wat je voor leerlingen kunt doen, is de lat hoog leggen.
Begroeting bij de deur
Voordat je leerlingen ‘s ochtends je klas binnenkomen, zijn er vaak nog talloze zaken te doen. In de drukte kan het begroeten van leerlingen bij de deur er soms bij inschieten, maar het is essentieel. Met deze eerste interactie zet je de toon die benadrukt dat je klaslokaal een plek is waar je maximaal kunt leren. Om hiervoor te zorgen, is het belangrijk om leerlingen te leren hoe een beleefde begroeting eruitziet. Ga bij de deur staan en begroet de leerlingen één voor één. Als een leerling de routine niet uitvoert zoals je het hebt geleerd (bijvoorbeeld geen oogcontact of geen begroeting), houd je de leerling even bij de deur. Je laat andere leerlingen binnen met een begroeting en geeft de achtergebleven leerling feedback voordat je hem of haar vraagt de begroeting opnieuw te doen.
Dit helpt de leerling niet alleen om zich aan te passen aan de verwachtingen van je klas, maar versterkt ook het idee dat je klas een plek is waar duidelijke, consistente afspraken het vermogen om effectief te leren ondersteunen.
Zorg dat je leerlingen je elke dag op de afgesproken manier begroeten.
Aftellen
Overgangen zijn tijdrovend. Het is handig om hierbij af te tellen: dit versnelt overgangen zoals het uitdelen van boeken, het opruimen van eetspullen, enz.. Begin door duidelijk te omschrijven wat er tijdens de overgang moet gebeuren en wat je wilt zien als je klaar bent met aftellen. Bijvoorbeeld: ‘Doe de pennen in de bakjes en gooi al het afval, ook wat op de grond ligt, in de prullenbak. Als ik bij één ben, kijk je naar mij zonder te praten, ook al is nog niet alles helemaal opgeruimd.’ Zorg ervoor dat de leerlingen pas met de activiteit beginnen als je klaar bent met je uitleg en daarbij gewenst luistergedrag (bijvoorbeeld stil, handen leeg, naar jou kijken) laten zien. Je kunt een woord als ‘start’ gebruiken om aan te geven dat het aftellen begint.
Gedragsroutines vragen regelmatige oefening en feedback.
Moedig de leerlingen aan om het tempo erin te houden. Stille overgangen zijn vaak sneller. Onthoud dat het doel is om verloren tijd te verminderen en meer te leren! Geef updates over de resterende tijd: ‘Nog één minuut. De groep die de blokken opbergt, doet het geweldig.’ Tel in de laatste seconden nauwkeurig af in een rustig tempo: ‘3-2-1, stop.’ Pas het tellen niet op het tempo van de leerlingen aan, vergeet niet dat jij de cultuur leidt! Verdeel bij jongere leerlingen een langere overgang in kortere delen.
Radar
Het is belangrijk om je te realiseren dat elke gedragsroutine die je introduceert regelmatige oefening en feedback nodig heeft. Net zoals wij fouten maken, zullen ook de leerlingen fouten maken. Zorg ervoor dat je de fouten opmerkt en erop reageert, zodat de leerlingen ervan kunnen leren en ze kunnen verbeteren. De beste manier voor een leerkracht om gedrag (zowel gewenst als ongewenst) in de klas op te merken, is door iets te gebruiken dat ‘radar’ wordt genoemd (Lemov, 2022). Een goed moment om te oefenen met je radar is direct na het aftellen. Pauzeer ongeveer vijf seconden en scan de ruimte met een glimlach. Kijk naar elk kind om te controleren of die de verwachtingen na het stilteteken correct uitvoert. Bij het scannen ben je op zoek naar honderd procent: als minder dan honderd procent van de klas je instructies opvolgt, betekent dit dat je gedragsverwachtingen optioneel worden. Als je ziet dat een leerling niet doet wat je verwacht, herinner hem of haar dan kort aan het gewenste gedrag, misschien met een handgebaar of je blik (!), totdat je honderd procent hebt. Je kunt deze tijd ook gebruiken om erkenning te geven aan de leerlingen die het gewenste gedrag vertonen.
Vertaal je verwachtingen in concrete, gedetailleerde en praktische routines.
Stel hoge eisen
Routines en systemen vormen de basis van een rustige en effectieve klas. Het aardigste wat je als leerkracht kunt doen voor je leerlingen is de lat hoog leggen en consequent blijven. Geloof dat ze met genoeg oefening je routines onder de knie kunnen krijgen en dat je geen uitzonderingen hoeft te maken. Je toewijding en consistentie zullen een positieve leeromgeving creëren, waardoor je leerlingen gedragsvaardiger worden en meer tijd hebben om te leren, wat een blijvend verschil kan maken in hun leven.
Sarah en Olivia Dear zijn specialisten op het gebied van gedrag- en schoolcultuur. Samen hebben zij voor Academica University of Applied Sciences een breed scala aan trainingen ontwikkeld en gegeven op basisscholen en middelbare scholen door heel Nederland. Voordat zij bij Academica werkten, werkten zij op de meest succesvolle school van Engeland: de Michaela Community School. De ideeën en inspiratie uit het Michaela Concept hebben zij meegenomen naar Academica en hebben geresulteerd in het schrijven van hun boek Behaviour in the Classroom.
- Brophy, J. E. & Good, T. L. (1986). Teacher Behavior and Student Achievement. In Handbook of Research on Teaching (3rd ed., pp. 328-375). Macmillan.
- Dear, O., & Dear, S. (2024). Behaviour in the Classroom: The Practical Guide. Amsterdam University Press.
- Lemov, D. (2022). 63 techniques to help your students excel. CED-Groep, Ed.; R. Jacobs, S. Smit, C. van Doornen, M. Palmbergen, & D. van der Meer, Eds.
- OECD. (2019). TALIS 2018 Results (Volume I): Teachers and School Leaders as Lifelong Learners. OECD Publishing. https://doi.org/10.1787/1d0bc92a-en
- OECD. (2023). Results for countries and economies. In PISA 2022 Results (Volume II): Learning During – and From – Disruption. OECD Publishing. https://doi.org/10.1787/796b8578-en
- Wubbels, T., & Brekelmans, M. (2005). Two decades of research on teacher–student relationships in class. International Journal of Educational Research, 43(1), 6–24. https://doi.org/10.1016/j.ijer.2006.03.003