Inclusieve school: droombeeld of realiteit?
Een school waarop alle kinderen uit de wijk welkom zijn, wat hun leer- en ontwikkelbehoefte ook is. Dit idee zal veel leerkrachten in het hart raken. Een school voor alle kinderen, met én zonder beperking. Maar ja… hoe dan? Wat als je geen collega’s hebt die gedragsspecialist zijn? Of wat als er op jouw school geen onderwijsassistent is die medische handelingen kan uitvoeren? Hoe is een inclusieve school in de praktijk te realiseren?
foto’s Vincent van den Hoogen
De voordelen van een inclusieve school
Basisschool De Korenaar in Eindhoven wordt door de Rijksoverheid omschreven als voorbeeld van een inclusieve school. Directeur Berdi de Jonge zegt: “Inclusief onderwijs gaat over thuisnabij onderwijs voor ieder kind. Wij doen daarbij de belofte: bij ons ben je welkom tot en met groep 8. Kinderen die jong leren om rekening houden met verschillen, gaan dit als vanzelfsprekendheid zien. Je bent niet meer hét meisje met het syndroom van Down of de jongen die het nodig heeft om een rustplek te krijgen als de prikkels te veel zijn. Nee, je bent Anna of Timur en soms heb je net als iedereen even wat nodig, zoals een gesprekje op de gang of lesmateriaal op jouw niveau. Er zijn op onze school vriendschappen tussen een leerling die het syndroom van Down heeft en een leerling die dit niet heeft. Juist deze diversiteit maakt het op sociaal vlak een rijke omgeving voor ieder kind.”
“Bij ons ben je welkom tot en met groep 8!”
Talenten in het schoolteam
“Een inclusieve school zet ook belangrijke stappen op het gebied van professionalisering,” geeft De Jonge aan. “De één blijkt een goede gedragsspecialist, de ander wil zich specialiseren in rekenbegeleiding of in hoogbegaafdheid. Je inspireert elkaar, maar er is ook een overkoepelend gevoel: we zijn er met elkaar voor ieder kind. Het is leuk dat je als team beter gebruik kunt maken van de talenten van je collega’s, mits deze aansluiten bij de behoeften van het kind, de school en het team. Niet iedere school heeft drie gedragsspecialisten nodig of twee taalspecialisten. Wat er aan kennis en expertise ontbreekt, leg je voor aan het team.
Zo verwelkomden wij na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne veel nieuwkomers. We hebben toen eerst een specialist voor onderwijs aan nieuwkomers ingehuurd. Vervolgens wilden we dit verduurzamen in onze school en zijn enkele collega’s de training voor nieuwkomers gaan volgen. Nu hebben we deze kennis dus ook in eigen huis.”
Dagelijkse uitdagingen
Hoe gaan ze op De Korenaar om met de dagelijkse uitdagingen van bijvoorbeeld een kind met een fysieke beperking? De Jonge: “Als een kind aangemeld wordt op onze school, volgt er eerst een kennismakingsgesprek. In dit gesprek vragen we aan ouders wat de onderwijsbehoeften van hun kind zijn en wat de verwachtingen zijn van ons als school. Ook vragen we welke professionele hulp het kind op dit moment al heeft. Van daaruit gaan we bedenken wat wij als school moeten doen om aan de onderwijsbehoeften van dit kind tegemoet te komen.
Een kind met een fysieke beperking kan bijvoorbeeld door een ergotherapeut geobserveerd worden, waarna we advies vragen over de materialen die aangeschaft moeten worden. Denk aan een matje of een speciale stoel. Een kind dat geholpen moet worden op het toilet, wordt door één van onze onderwijsassistenten geholpen. Deze onderwijsassistent is aangenomen met het geld voor jeugdhulp, dus de kosten worden door de gemeente vergoed. Deze collega verschoont en verzorgt leerlingen die dat nodig hebben. We stimuleren leerlingen om elkaar te helpen. Zo kan een kind een klasgenoot helpen om de rits van zijn jas vast te maken, als die er de spierkracht voor mist.”
Grote groepen
Op De Korenaar hebben ze bewust grotere groepen. “Er is meer kans op aansluiting van een individu in een grote groep. Een kind in een klas van twaalf leerlingen heeft immers minder keuze voor het sluiten van vriendschappen dan een kind in een klas met dertig leerlingen. Ook uit praktisch oogpunt is dit handig. Door de grote groepen hebben we meer financiële middelen. Extra ‘handen’ en expertise worden daardoor mogelijk. We kunnen bijvoorbeeld extra trainingen volgen of een ergotherapeut inhuren, als daar behoefte aan is.
“In een grote groep kan een individu zich makkelijker aansluiten”
Onze school heeft ook een ZML-collega, die gespecialiseerd is in het begeleiden van leerlingen met een laag IQ. Soms kan een kind met een laag IQ de instructie in de klas volgen en gaat het daarna naar de ZML-klas om de leerstof te verwerken. Ook geeft de ZML-collega advies aan de groepsleerkracht als het gaat om de eigen leerlijn van het kind of het niveau van de lesstof. Maar het komt ook voor dat leerlingen, ongeacht de hoogte van het IQ, in dezelfde les blijven. Kinderen kunnen immers veel van elkaar leren.
Zo kan een kind dat goede sociale vaardigheden heeft een kind dat daar moeite mee heeft helpen. Bijvoorbeeld door te laten zien hoe je laat merken dat je iemand aardig vindt. Of door op het speelplein te helpen bij het verzinnen van een spel. Een kind dat moeite heeft met rekenen, kan weer veel leren van een klasgenoot die de som zo uitlegt, dat deze begrijpelijk en praktisch toepasbaar wordt.”
Problemen voorkomen
Natuurlijk zijn er op De Korenaar ook kinderen met moeilijk verstaanbaar gedrag. “Wij proberen moeilijk verstaanbaar gedrag als team vooral te voor- komen,’ zegt De Jonge daarover. “Als er een periode is met veel feesten of als er een leeractiviteit met veel muziek en drama op de lesplanning staat, kan het zijn dat een leerling hiervan overprikkeld raakt. We bespreken dit met de leerling vooraf. Daarbij krijgt het kind de keuze om, als het niet meer gaat, een rustige plek op te zoeken.
Door de Rots- en Watertraining, onze sociaal-emotionele methode en de inzet van gedrags- specialisten proberen we zo veel mogelijk te voorkomen dat een kind gefrustreerd raakt. Onze gedragsspecialisten steken veel energie in een goede relatie met de kinderen die daar behoefte aan hebben. Denk aan het voeren van een gesprekje of samen een rustgevende activiteit doen. Zij staan altijd voor de leerlingen klaar. Zo kan het onderwijs voor iedereen doorgaan.”
Het advies van Berdi de Jonge als het gaat om het worden van een inclusieve school? “Doe het stapje voor stapje en zoek vooral de kennis en vaardig- heden van andere scholen en externe professionals. Samen kun je meer!”
Criteria inclusieve school
Volgens de Rijksoverheid is een school inclusief als die voldoet aan drie criteria:
- Iedereen is welkom, ontwikkelt zich en hoort erbij.
- Er is goede ondersteuning voor iedereen.
- Alle kinderen en jongeren leren en doen mee.
Bron: Rijksoverheid.nl