Regulier en speciaal onderwijs onder één dak
In de aula van SO De Kom en basisschool De Laak in Wamel heerst een vrolijke sfeer. De leerlingen van groep 5-6 presenteren samen met leerlingen van De Kom hun zelfbedachte show. De zaal is gevuld met ouders, broertjes, zusjes, familie, leerkrachten en leerlingen. Het mooiste is dat je niet ziet of merkt welke leerling van De Laak of De Kom is.
Foto’s Vincent van den Hoogen
De presentator, met zelfgeplakte snor, kondigt de acts aan. Een turngroep laat radslagen en acrobatische trucs zien. Daarna volgt een actiegroep met Nerf- geweren en vervolgens een dansact. Het publiek zingt en klapt enthousiast mee. Dan verschijnt er een stoere, robotachtige dansgroep, gevolgd door team voetbal en als afsluiting een modeshow op hippe muziek. Kortom, een zeer gevarieerd programma, waarvan het publiek zichtbaar geniet, vooral ook door de interactie met de kinderen.
Échte samenwerking
Waar vroeger het speciaal onderwijs volledig afgezonderd was van het reguliere onderwijs, worden beide typen onderwijs de laatste twee decennia steeds meer geïntegreerd. De Laak en De Kom zijn daar een goed voorbeeld van. Sinds het schooljaar 2008-2009 zitten de scholen in één gebouw. Al in het begin deden de leerlingen van beide scholen mee aan de activiteiten op hoogtijdagen, zoals carnaval, Kerstmis en Sinterklaas. Leerlingen van De Laak werden leesmaatjes van leerlingen van De Kom en ze gingen wekelijks samen knutselen.
Wencke Müskens is sinds 2021 directeur van basisschool De Laak. Zij vertelt: “Deze show is een goed voorbeeld van de integratie tussen onze scholen. Maar het gaat verder dan dat alleen. De kinderen van De Kom en De Laak zijn elke schooldag tijdens elk vak samen. We hebben hier een inclusieve mindset. Een antistressbal zou je voorheen bijvoorbeeld misschien alleen geven aan een kind dat het nodig heeft. Nu leggen we een aantal antistress- ballen neer en zeggen: ‘Wie een antistressbal nodig heeft, mag er eentje pakken’.
Kinderen van De Kom en De Laak zijn bij alle lessen samen
Kinderen van beide scholen spelen samen op het plein, lezen samen en doen reken- of wereldoriëntatielessen in gemengde groepen. Wat begon met kleine activiteiten is langzaam uitgegroeid tot échte samenwerking. En het mooie is: de kinderen vinden het volkomen normaal.”
Veilige klas
De leerlingen van De Kom maken uitstapjes naar de klassen van De Laak. Een leerkracht vertelt: “Als de kinderen een activiteit doen in een klas van De Laak en het lukt even niet, dan kunnen ze terug naar hun veilige klas. Zo kunnen we altijd inclusief onderwijs op maat bieden. Vanuit De Kom vind ik het mooi dat onze kinderen zich kunnen optrekken aan de kinderen van De Laak. Onze kinderen vinden bepaalde sociale interacties soms lastig. Ze zijn sneller verdrietig of boos, maar doordat ze zien hoe kinderen van De Laak zich gedragen, kunnen ze zich beter aanpassen in de groep. Dankzij dat voorbeeldgedrag bestaat ‘anders zijn’ niet meer. Dat vind ik mooi om te zien. Onze kinderen zijn hier niet speciaal. Ze worden geaccepteerd zoals ze zijn. Ik denk dat ik niet eens de helft zie van de waardevolle lessen die al deze kinderen de rest van hun leven meenemen.”
De samenleving ís al samen
“Wat ik andere scholen, die twijfelen over een inclusief traject of daaraan net zijn begonnen zou willen meegeven, is vooral het besef dat de samenleving al samen ís,” zegt meester Joep van groep 5-6 van De Laak. “Kinderen komen elkaar al tegen. Ooit is ervoor gekozen om scholen in te richten op die kinderen daar en die kinderen daar. Er zijn nu scholen die de samenleving weer bij elkaar brengen, waar kinderen elkaar weer ontmoeten, net zoals ook op straat, in de supermarkt en in de speeltuin gebeurt. Vanuit die visie is het alleen belangrijk om te kijken naar het volgende: doe samen wat samen kan. Kijk met een open blik. Denk niet meteen van oh, kan het wel of kan het niet. Leer eerst de kinderen kennen en laat de kinderen elkaar kennen en ga van daaruit kijken welke kleine stappen je kunt zetten.”
Wencke Müskens: “Ons inclusieve onderwijs levert veel op, vooral voor de kinderen. Ze laten voorbeeldgedrag aan elkaar zien en leren van en met elkaar. Er zit een stukje burgerschap in verweven en zoals Joep al zei: de samenleving is zo. Ik denk dat een samenwerking zoals tussen De Kom en De Laak straks op alle scholen gewoon wordt, als een afspiegeling van de samenleving. De gezamenlijke show is een prachtig voorbeeld daarvan.”
Maatjes
Een vorm die goed werkt op deze school, is het maatjes-systeem. Leerlingen van De Laak worden leesmaatjes van kinderen van De Kom. Ze leren daardoor niet alleen beter lezen, maar groeien ook in zelfvertrouwen en sociale vaardigheden. Ondertussen ervaren de kinderen van De Kom hoe het is om mee te draaien in een gewone klas. Dat geeft hen een gevoel van zelfstandigheid.
Natuurlijk is het niet allemaal vanzelf gegaan. De verschillen binnen zo’n groep zijn groot, qua tempo, gedrag en concentratie. Dat vraagt iets van een leerkracht. In Wamel lossen ze dat op door rustig op te bouwen: eerst één lesje samen, dan een tweede. Kijken wat werkt. Niet forceren, maar groeien. Leerkrachten kijken bij elkaar in de klas, geven elkaar feedback en maken samen plannen. Ze staan er niet alleen voor.
Ook ouders worden hierin meegenomen. Die hebben soms vragen of twijfels: “Wat betekent dit voor mijn kind?” Door duidelijk te communiceren en hen vooral uit te nodigen om te komen kijken, ontstaat vertrouwen. Ouders zien dat hun kind juist groeit van die gezamenlijke lessen.
De teams van beide scholen trekken samen op. Geen wij-zij, maar één club professionals, die samen nadenkt over wat goed onderwijs is. Ook als dat betekent dat je moet loslaten wat je altijd deed. Soms werkt een methode niet voor iedereen, dan verzinnen ze iets nieuws. Inclusief onderwijs hoeft niet groots en meeslepend te beginnen. Het begint met samenwerken.
De teams van beide scholen vormen één club professionals