Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
13/10/2020
Leestijd 6-9 minuten

Startende leerkrachten begeleiden

‘Hier zijn meneer Veul en meneer Den Besten.’ Zo werden Tim en Nicolaas voorgesteld als nieuwe leerkrachten in 100 dagen voor de klas. Maar hoe gaan wij eigenlijk om met beginnende leerkrachten en wat vraagt dat van de begeleiding in de praktijk? ‘Laat je mij spartelen of schiet je mij te hulp?’

Save the children

In reportageserie 100 dagen voor de klas keek heel Nederland mee hoe programmamakers Tim den Besten en Nicolaas Veul met het nodige vallen en opstaan hun eerste stappen zetten als leerkracht. Beide heren vragen zich al in de eerste aflevering hardop af: ‘Waar zijn we aan begonnen?’ Den Besten en Veul gaven les in het voortgezet onderwijs, maar de uitdagingen waar deze programmamakers mee worstelden (onder andere orde en overzicht houden, zorgleerlingen en een gedegen voorbereiding), zullen ook voor veel beginnende leerkrachten in het primair onderwijs herkenbaar zijn. Evenals de verschillende invalshoeken op het gebied van begeleiding vanuit de praktijk. Variërend van begeleidende collega’s die de nieuwbakken leerkrachten wat meer bij de hand namen, tot leerkrachten die waarschuwden met: ‘Ik ga je wel een beetje laten spartelen (De Maar & Vloet, 2020).’ Net als Den Besten en Veul starten jaarlijks duizenden jongeren onbevangen als leerkracht in opleiding aan de pabo. Ook zij krijgen te maken met de nodige uitdagingen in de onderwijspraktijk.

Stoppen of doorgaan?
Juist nú biedt het primair onderwijs grote uitdagingen voor beginnende leerkrachten. Uit een recente enquête blijkt dat leerkrachten in het primair onderwijs voor grote uitdagingen staan. Van de 5000 ondervraagde leerkrachten geeft 98,6 procent aan een te hoge werkdruk te ervaren en 77 procent laat andere taken liggen, omdat passend onderwijs te veel tijd in beslag neemt (AOb, 2019). Tegelijkertijd is met de prognose van een lerarentekort in het primair onderwijs van 4100 fte in 2022 en 11.000 fte in 2027 (Rijksoverheid, 2020), de noodzaak groter dan ooit om toekomstige leerkrachten adequaat voor te bereiden en te binden aan de sector. De uitval van startende leerkrachten is de afgelopen jaren redelijk constant. Ongeveer acht procent van de startbekwame leerkrachten heeft het werkveld verlaten na één jaar en na drie jaar is dit ongeveer 15 procent (Kennisrotonde, 2020).
Hiermee rijst de vraag hoe we kunnen voorkomen dat beginnende leerkrachten stoppen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat zij juist willen doorgaan? ‘In geen enkel beroep is de overgang tussen student en als afgestudeerde zo abrupt. Op veel plekken: in de zorg, het bedrijfsleven, de overheid, et cetera start je als trainee of junior, met beperkte verantwoordelijkheden, onder supervisie van een senior. Langzamerhand nemen, met je ervaring, ook je verantwoordelijkheden toe (Snoek, 2014).’ De praktijkbegeleiding van deze beginnende leerkrachten (zowel studenten als startbekwame leerkrachten) speelt dus een belangrijke rol.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat startende leerkrachten willen doorgaan?

Studentbegeleiding in de onderwijspraktijk
De term ‘begeleiding’ kan in het geval van studentbegeleiding refereren aan verschillende aspecten, zoals een specifiek aanbod van lesgeven en leren tijdens een studieonderdeel (Hounsell, McCune, Hounsell, & Litjens, 2008). De Vrije Universiteit (2019) definieert studentbegeleiding als volgt: studentbegeleiding is erop gericht om studenten te adviseren, begeleiden, stimuleren en inspireren, opdat zij hun kennis, competenties, inzichten en toepassing daarvan optimaal ontwikkelen. Maar hoe ziet die begeleiding van beginnende leerkrachten er in de praktijk nu precies uit? Wie zijn er betrokken bij deze begeleiding en hoe wordt deze opgestart?

1. Studenten
Tijdens hun opleiding tot leraar basisonderwijs verzorgen de mentoren de individuele begeleiding van de studenten vanuit de opleidingsschool. In tegenstelling tot Den Besten en Veul in 100 dagen voor de klas, is hierdoor tijdens de opleiding vaak een wat zachtere landing en een minder abrupte start van het leraarschap. Na een observatieperiode is er een duidelijke opbouw in lesgevende taken. Door middel van vakgerelateerde opdrachten groeien studenten in hun rol als leerkracht. Aan de hand van gerichte didactische lessen en opdrachten, leren zij hoe de lesstof aangeboden kan worden. Gedurende de opleiding nemen de verantwoordelijkheden vanaf het derde jaar toe. Instituutsopleiders en schoolopleiders vormen de brug tussen de opleiding en de praktijkscholen. Zij onderhouden het contact met de praktijk en volgen door middel van lesobservaties de studievoortgang en didactische vaardigheden van de student. Om de kwaliteit en uniformiteit van de begeleiding en beoordeling te waarborgen, zijn er heldere afspraken gemaakt in het traject ‘Samen opleiden in de school’.

2. Startbekwame leerkrachten
Naast studentbegeleiding zijn startbekwame leerkrachten ook gebaat bij een goed begeleidingstraject, ook wel inductiearrangement genoemd. In 2017 ontving 88 procent van alle startende leerkrachten een vorm van begeleiding (OCW, 2017). In de cao is vastgelegd dat startende leerkrachten op jaarbasis recht hebben op veertig uur extra voor professionalisering en recht hebben op een coach. Hoe er precies invulling gegeven wordt aan dit professionaliseringstraject of de coaching verschilt per school en bestuur en is ook afhankelijk van de ondersteuningsbehoefte van de leerkracht.

Starters ervaren grote verschillen in begeleiding tussen mentoren

Effecten van begeleiding bij beginnende leerkrachten
Studentbegeleiding blijkt een sterke voorspeller van de ontwikkeling van academische en generieke vaardigheden en loopbaanoriëntatie (Skaniakos, Honkimäki, Kallio, Nissinen & Tynjälä, 2019).
Uit een onderzoek onder Finse taalstudenten (Honkimäki & Tynjälä, 2007) blijkt dat studenten die extra begeleiding in het eerste studiejaar ontvangen, meer zelfregulatievaardigheden laten zien en gemotiveerder zijn. Aangezien zelfregulatievaardigheden een belangrijke voorspeller zijn van studievoortgang en -succes (Hailikari & Parpala, 2014), kan worden verondersteld dat studentbegeleiding zo een positieve bijdrage kan leveren aan de studievoortgang.
Startende leerkrachten die deelnemen aan een inwerk-/instapprogramma lijken een hogere mate van tevredenheid, betrokkenheid en binding met hun baan te ervaren (Ingersoll & Strong, 2011). Verder lijkt een hoge kwaliteit van coaching en supervisie, het reduceren van de werkdruk en het organiseren van sociale netwerken voor beginnende leerkrachten, de uitval van deze beginnende leerkrachten te reduceren (Den Brok, Wubbels, & Van Tartwijk, 2017).
Bovenstaande resultaten bieden belangrijke inzichten wat betreft het belang van de begeleiding van beginnende leerkrachten en ten aanzien van de mogelijke inhoudelijke invulling. Studentbegeleiding kan een positieve bijdrage leveren aan verschillende (academische) vaardigheden, het perspectief op de arbeidsmarkt, motivatie en zelfregulatievaardigheden. Daarmee is studentbegeleiding een belangrijke factor in de studieloopbaan van beginnende leerkrachten. Startende leerkrachten die adequate begeleiding en coaching ontvangen lijken daar op vergelijkbare manieren van te profiteren. De tevredenheid, betrokkenheid en binding is groter en de uitval minder.
Maar hoe hebben leerkrachten de start ervaren en waar ligt terugkijkend hun behoefte? Wat kunnen begeleiders van beginnende leerkrachten hiervan meenemen?

Ervaring met de opleiding
Wanneer beginnende leerkrachten worden bevraagd over hun ervaringen met de opleiding, blijken veel afgestudeerden tevreden te zijn (87 procent) over de stageschool. De tevredenheid over de begeleiding vanuit de opleiding blijft daar met 65 procent tamelijk bij achter. De aansluiting tussen de opleiding en de stageschool wordt hier als aandachtspunt genoemd. Heldere verwachtingen, goede en eenduidige feedback van de mentor en schoolopleider zijn van groot belang (Inspectie van het Onderwijs, 2015).
In een peiling onder pabo-studenten verbonden aan het bestuur Zaan Primair geven de bevraagde studenten aan dat een heldere communicatie, vrijheid en een luisterend oor de belangrijkste aspecten zijn in studentbegeleiding. Kern in het stimuleren van hun persoonlijke ontwikkeling is de vrijheid die zij ervaren van de mentoren, om zelf met initiatieven te mogen komen en te ervaren wat bij hen past. Het effect van een dergelijke begeleiding was dat studenten zich gehoord en begrepen voelden. Ook werden er grote verschillen in begeleiding tussen mentoren ervaren, met name wat betreft de ruimte die studenten tijdens hun stage kregen voor eigen initiatieven. Het aankaarten van moeilijkheden in de samenwerking met mentoren, ervaren studenten als lastig, mede door de hiërarchische positie waarin zij zich bevinden. ‘De mentor is toch een beetje de baas en daar wil je liever niet tegenin gaan.’ Communicatie als sleutelbegrip komt ook terug in de aandachtspunten die de studenten benoemen. Studenten ervaren dat zij heel duidelijk aan moeten geven wat hun wensen zijn qua begeleiding, feedback en hulp. Zij raden aan dat hier meer vaste momenten voor worden ingepland vanuit de stageschool/mentor, zodat ook minder mondige studenten gelijke kansen krijgen in hun ontwikkeling. ‘Er is nu geen eenduidige manier van begeleiden, maar misschien is dit ook niet wenselijk wanneer je werkt met individuen. (Visser-de Boer, 2020).’

Begeleiding belangrijk
De onderwijspraktijk zal altijd weerbarstig blijven. Een kwalitatief sterk gefundeerde begeleiding van beginnende leerkrachten is belangrijk, maar er zal altijd enige mate van diversiteit zichtbaar blijven. Echter zoals ook Den Besten en Veul hebben ervaren in hun lespraktijk, kunnen juist enige verschillen in benadering zorgen voor kwalitatieve ondersteuning. Tenslotte willen wij toch niet in een diverse onderwijspraktijk één keurslijf voor de diverse leerlingen, dan wel voor de beginnende leerkracht?

Handelingsadviezen voor adequate begeleiding van startende leerkrachten in de praktijk
• Faciliteer een omgeving waarin de startende leerkracht zich welkom en gehoord voelt.
• Bevorder een actief leerproces; geef studenten en startende leerkrachten het vertrouwen en de ruimte om zelf met initiatieven te komen.
• Ruim op structurele basis afdoende tijd in voor coaching, begeleiding en inductieprogramma’s en faciliteer en motiveer de deelname van de startende leerkracht aan deze programma’s.
• Zorg ervoor dat vanaf de aanvang openheid, positieve verwachtingen en zelfsturing, centraal staan bij communicatie en feedback.

Book iconLiteratuurlijst

• AOB (2019, juni). Enquête vijf jaar passend onderwijs. Geraadpleegd van: https://www.aob.nl/wp-content/uploads/2019/06/Enqu%C3%AAte-vijf-jaar-passend-onderwijs_web-1.pdf
• De inspectie van het onderwijs. (2015). Beginnende leraren kijken terug. Geraadpleegd van: file:///Users/anneberghaus/Downloads/beginnende-leraren-kijken-terug.pdf
• de Maar, K., (regie) & Vloet, E. (Regie). (2020, 23 april). 100 dagen voor de klas. Hilversum: VPRO.
• den Brok, P., Wubbels, T., & van Tartwijk, J. (2017). Exploring beginning teachers’ attrition in the Netherlands. Teachers and Teaching, 23 (8), 881-895.
• Hailikari, K., & Parpala, A. (2014). What impedes or enhances my studying? The interrelation between approaches to learning, factors influencing study progress and earned credits. Teaching In Higher Education,19 (7), 812-824.
• Honkimäki, S., & Tynjälä, P. (2007). Study Orientations in Different Tutoring Environments:
• University Language Students’ First two Years. Mentoring & Tutoring: Partnership in Learning 15 (2): 183–199.
• Hounsell, D., McCune, V., Hounsell, J., & Litjens, J. (2008). The Quality of Guidance and Feedback to Students. Higher Education Research & Development, 27(1), 55–67.
• Ingersoll, R., & Strong, M. (2011). The Impact of Induction and Mentoring Programs for Beginning Teachers: A Critical Review of the Research. Review of Education Research, 81 (2), 201-233.
• Kennisrotonde (2020). Hoe groot is de voortijdige uitstroom van pabostudenten en startende leraren in het primair onderwijs? Geraadpleegd van:
• https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2020/04/PDF-voor-website-Kennisrotonde-antwoord-VRAAG-782.pdf
• OCW in cijfers (2017). Aandeel startende leerkrachten dat begeleiding krijgt (naar cohort) geraadpleegd van: https://www.ocwincijfers.nl/verantwoord-begroten/dashboard-sectorakkoorden/dashboard-bestuursakkoord-po/professionele-scholen/aandeel-startende-leraren-dat-begeleiding-krijgt.
• Po raad (2020). Platform samen opleiden en professionaliseren. Geraadpleegd van https://www.poraad.nl/themas/professionalisering/steunpunt-opleidingsscholen.
• Rijksoverheid (2020). Lerarentekort in het primair onderwijs. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-het-onderwijs/aanpak-tekort-aan-leraren/lerarentekort-primair-onderwijs#:~:text=Op%20basis%20van%20de%20ramingen,2025%20oploopt%20naar%2010.000%20fte.&text=In%202022%20wordt%20een%20tekort,2027%20een%20tekort%20van%2011.000.
• Skaniakos, T., Honkimäki, S., Kallio, E., Nissinen, K., & Tynjälä, P. (2019) Study guidance experiences, study progress, and perceived learning outcomesof Finnish university students. European Journal of Higher Education, 9 (2), 203-218.
• Snoek, M. (2014). Startende leraren: zwemmen of verzuipen? Van twaalf tot achttien, 11, 7-8.
• Vrije Universiteit (2019). Handboek onderwijskwaliteit. Amsterdam: (z.u.).

Anne Berghaus

Linda Visser-de Boer