Wetenswaardig
Steeds meer scholen zijn op zoek naar manieren om de wereldoriënterende vakken geïntegreerd met taalonderwijs aan te bieden. Wetenswaardig is een zeer compleet uitgewerkte lesmethode voor groep 4 t/m 8. De vakgebieden worden hierin met behulp van een grondig algemene kennisbasis aangeboden.
Wetenswaardig, uitgegeven door het Nederlands Mathematisch Instituut, is een methode bedoeld voor klassikale en gezamenlijke kennisopbouw. Het doel van de methode is om leerlingen een stevige algemene kennisbasis en taalvaardigheid mee te geven, hieraan werkend door een groot aantal specifieke onderwijsdoelen geïntegreerd aan te bieden. Alle kerndoelen onder ‘Oriëntatie op jezelf en de wereld’ worden met de lesmethode gedekt, met uitzondering van de basistopografie. Ook de kerndoelen onder ‘Nederlands’ worden gedekt, met uitzondering van technisch lezen, spelling en grammatica.
Principes en doelen
Wetenswaardig is gebaseerd op een aantal leidende principes. Zo gaat de methode uit van de klas als kennis- en taalgemeenschap, waar gezamenlijk kennis opgebouwd wordt. Door middel van de vragen en opdrachten vindt er interactie plaats tussen de leerkracht en de leerlingen en de leerlingen onderling, bijvoorbeeld door te overleggen met een schoudermaatje. De leerkracht-gestuurde lessen zijn opgebouwd middels het directe instructiemodel met veel aandacht voor herhaling. De rijke verhalende en informatieve teksten die in de lessen zijn verwerkt zijn van een hoog niveau (niet aangepast tot een bepaald AVI-niveau) en bedoeld om met ondersteuning van de leerkracht te lezen. Teksten worden vaak onderverdeeld in tekstdelen, met bijpassende leesvragen die vooraf aan de leerlingen gesteld worden. De thema’s die in de methode aan bod komen vertrekken vanuit één specifiek vakgebied, maar worden ook vanuit andere vakgebieden belicht. Naast de eerder benoemde (kern)doelen onder OJW en mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid is er aandacht voor burgerschapskennis en burgerschapsvaardigheden. Ook kaartvaardigheden en digitale informatievaardigheden komen aan bod in de methode. Leerlingen ontwikkelen daarnaast metacognitieve leesstrategieën die hen kunnen helpen om teksten beter te begrijpen en er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van metacognitieve leerstrategieën.
Opbouw en inhoud, materiaal
De methode is opgebouwd uit 30 thema’s, verdeeld over de groepen 4 t/m 8 (6 thema’s per leerjaar). Ieder leerjaar worden twee geschiedenisthema’s aangeboden, twee aardrijkundethema’s (fysisch en sociaal) plus een techniek- en een biologiethema. Het zijn allemaal unieke thema’s die op elkaar voortbouwen. Het is hierbij belangrijk de vaste volgorde aan te houden, omdat het voor de kennisopbouw voorwaardelijk is dat de voorgaande thema’s behandeld zijn.
Er is één algemene handleiding bij de methode en daarnaast is er voor ieder thema een lesboek voor de leerkracht en een lesboek voor de leerling beschikbaar. In het lesboek voor de leraar zijn voor ieder thema literatuur- en excursiesuggesties opgenomen. Achterin de leerling boeken is een lexicon opgenomen, waarin alle belangrijke begrippen uit het thema worden herhaald op een rijtje met een toelichting met jaartallen en belangrijke personen. Het lexicon is bedoeld als naslagwerk of studiehulp (bijvoorbeeld door een briefje op de definitie van een concept te leggen en jezelf op die manier te overhoren). Tenslotte is er een digitale lesomgeving ontwikkeld die bedoeld is om het onderwijsproces te ondersteunen. Per les zijn hier bijvoorbeeld alle multimedia (zoals geluidsfragmenten en video’s) verzameld.
De themaopbouw is in ieder thema hetzelfde, waarbij een kerngedachte en verhaallijn (narratief) centraal staan. Een thema bestaat uit 20 lessen. Er wordt gestart met vier (facultatieve) herhaallessen, die verwijzen naar eerder behaalde doelen. In de vierde herhaalles staat taalbeschouwing centraal. Vervolgens zijn er steeds drie introductielessen, bedoeld om leerlingen te prikkelen en de belangrijke begrippen in te leiden die nodig zijn om de verdiepingslessen (totaal 5) te begrijpen. In deze lessen wordt het thema ook vanuit andere vakgebieden belicht. De volgende serie van 5 lessen zijn toepassingslessen, waarin nog steeds kennis wordt opgebouwd, maar leerlingen deze ook steeds meer zelf gaan toepassen. Hierbij kan gedacht worden aan een atlas-les, een historische analogie (vergelijking tussen vroeger en nu) of bijvoorbeeld een maatschappelijk debat. In de laatste toepassingsles van ieder thema staat taalbeschouwing centraal. Het thema wordt vervolgens afgesloten met drie lessen met een kennisquiz en een eindopdracht voor de leerlingen. De eindopdracht is steeds een schrijf- of een maakopdracht.
De structuur van de lessen kent een vaste opbouw. Fases die steeds herkenbaar terugkomen zijn het ophalen van voorkennis, een introductie van de les met behulp van het narratief, instructie van het concept, bestuderen van het bronmateriaal, schriftelijke en mondelingen informatieverwerking en een afsluitende (schrijf)opdracht. Tijdens de lessen maken de leerlingen veel aantekeningen in hun schrift, waarbij ze bijvoorbeeld de definities van de aangeboden concepten overschrijven of schematische weergaven als een tijdlijn maken. Door de leerkracht worden er tijdens de lessen veel denkvragen gesteld. Daarnaast is er ruimte voor het overleggen met een schoudermaatje, bijvoorbeeld om voorkennis op te halen.
Doorkijkje: thema 20 ‘De aarde van binnen en van buiten’
In het narratief staat onder andere omschreven dat de aarde continu in verandering is door zowel invloeden van binnenuit als van buitenaf. Van binnen komen de veranderingen door de convectiestromen in de aardmantel, die leiden tot verschijnselen als platentektoniek, aardbevingen en vulkanisme. Dit zijn de endogene krachten. Van buiten komen de veranderingen door weersinvloeden, door water, planten en dieren, die leiden tot verschijnselen als erosie, sedimentatie en het verdwijnen van stukken land. Dit zijn de exogene krachten.
Les 5 uit dit thema gaat de aarde van binnen en van buiten. Leerlingen leren in deze les uit te leggen welke twee belangrijke krachten invloed uitoefenen op de aardkorst en kunnen van elke kracht een voorbeeld geven. Tijdens deze les schrijven de kinderen onder andere de definitie van ‘werelddeel’ op in hun schrift, tekenen zij een schematische weergave van de aardbol (instructie van het concept) en lezen samen met de leerkracht een tekst over endogene en exogene krachten (bestuderen bronmateriaal). Tijdens de informatieverwerking wordt een associatievraag behandeld waarin gevraagd wordt welke van de woorden (‘van buiten’, ‘langzaam’, ‘magma’ en ‘sedimentatie’ het best passen bij exogene kracht en waarom. De afsluitende opdracht is een schrijfoefening waarin kinderen een vijftal definities in hun schrijft schrijven (bijvoorbeeld: Endogene krachten zijn krachten die…).
Lesvoorbereiding en differentiatie
De 12 thema’s voor groep 5 en 6 en de 12 thema’s voor groep 7 en 8 zijn van hetzelfde niveau, zodat in een combinatiegroep 5/6 of 7/8 de leerlingen aan hetzelfde thema kunnen werken. In de algemene handleiding van de methode zijn aanbevelingen opgenomen hoe er in diverse vormen van combinatiegroepen (zowel twee- als driejarig) met de methode gewerkt kan worden. Hierbij is rekening gehouden met het afwijken van de chronologische volgorde van de geschiedenisthema’s en de opbouw van de herhalingsweken.
Binnen de afzonderlijke lessen zijn er beperkte differentiatiemogelijkheden. Het uitgangspunt van de methode is om klassikaal en samen te werken aan een inhoudelijk hoog niveau, waarbij de leerkracht een belangrijke en sturende rol heeft. Dit houdt in dat de leerkracht het tempo van het doorlopen van de opdrachten bepaalt, er veel gezamenlijk wordt gelezen en overlegd en leerlingen niet individueel aan de lessen werken. Voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, zijn veel lessen voorzien van optionele verdiepingsvragen en verdiepingsopdrachten.
Gebruikerservaringen
CBS het Sterrenlicht in Bunschoten-Spakenburg werkt met Wetenswaardig. Schoolleider Daniëlle Hop geeft aan dat de kinderen dagelijks 45 minuten uit de methode werken, waarbij wekelijks 3 lessen aan bod komen. Zowel de opbouw als de beschikbare materialen bij de methode bevallen goed. Het voorbereiden van de lessen kost ongeveer 20 minuten voor de leerkrachten. Omdat in lessen de EDI-instructie, kennisopbouw, taal activiteiten en dieper lezen aan bod komen ervaren de leerkrachten dit als werkdruk-verlagend. De kinderen moesten in het begin erg wennen aan het vele schrijven van aantekeningen en de structuur van de lessen, maar zijn hier nu aan gewend. Marit Koster, leerkracht en intern begeleider op de De Sterrenpracht in Axel geeft daarnaast aan dat het taalaanbod goed verweven is met de themaonderwerpen. Zij hebben op het wekelijkse rooster vier keer anderhalf uur opgenomen om aan Wetenswaardig te werken en komen hiermee goed uit. Charis Tsafaridis en Freek van Run van De Dukendonck uit Nijmegen vertellen dat de ruimte voor input en leervragen van kinderen afhankelijk is van het thema. Zij ervaren dat de methode uitgebreid en dekkend is. De nieuwe kennis wordt gekoppeld aan eerder aangeboden kennis en er zijn regelmatig koppelingen met de actualiteit. Door de opgedane kennis van kinderen is het mogelijk deze actualiteit met meer diepgang te bespreken.
Conclusie
Wetenswaardig is een complete methodiek die het wereldoriëntatie- en taalonderwijs aan elkaar verbind. De lessen zijn van een hoog niveau, waarbij uit wordt gegaan van hoge verwachtingen. De uitgever heeft ervoor gekozen een belangrijke en sturende rol weg te leggen voor de leerkracht, die de kinderen stap voor stap aan de hand meeneemt door de lessen. Voor scholen die op zoek zijn naar een methodiek voor wereldoriëntatie en taal, is dit een belangrijk aspect om bij stil te staan. Past deze manier van werken bij de visie van de school op onderwijs? De differentiatiemogelijkheden binnen de methode zijn beperkt, wel zijn er verdiepingsvragen opgenomen in de handleiding. Er is veel aandacht voor herhaling in de methode en de leerlingen werken aan kennisopbouw door iedere les aantekeningen te maken in hun schrift. Ook hierbij heeft de leerkracht een sturende en controlerende rol. De leerlingen werken afwisselend individueel of in groepjes aan de eindopdrachten van het thema, waarbij er tussentijdse feedback van de leerkracht wordt verwacht. De lessen kunnen, mede door het hoge niveau, veel tijd innemen. Het wordt daarom aangeraden indien nodig lessen in stukken te delen en op een ander moment af te maken. Dit vraag flexibiliteit en ruimte in het rooster van leerkrachten, ook om tijd te maken voor vragen en inbreng van leerlingen die geprikkeld zijn door het onderwerp.
Judith Flux in eigenaar van Flux Onderwijs en Training en werkzaam als onderwijsadviseur. Daarnaast is ze redactielid van JSW.