Creatief: Wie schrijft, die blijft!
In de rubriek Creatief met… koppelen we een creatieve activiteit aan een ander vakgebied. Deze keer maken we de link met schrijfonderwijs en daarmee ook met de fijne motoriek. We decoreren vouwblaadjes, een speelse manier om de schrijfmotoriek te versterken.
Tekst en foto’s Janet de Vink
Goed leren schrijven vraagt tijd, aandacht en vooral veel oefening. Een goede schrijfhouding en lichaamscoördinatie zijn daarbij van groot belang. Tijdens het schrijven werken ogen, hersens, nek en vingers nauw samen. Dat maakt schrijven tot één van de meest complexe vaardigheden die we kinderen leren. Bovendien blijkt dat schrijven niet alleen goed is voor de motoriek, maar ook bijdraagt aan een betere concentratie.
De oefeningen arceren en inkleuren vormen de basis voor een goede schrijfmotoriek. Met arceren train je de oog-handcoördinatie en de controle over de fijne motoriek. Kinderen maken rechte lijntjes, rondjes, ellipsen en kruisen op regelmatige afstand binnen een afgebakend vlak. Zo krijgen ze oog voor letterafstand, hoogte en vorm van de letters.
Door kinderen met kleine ronddraaiende bewegingen te laten inkleuren, ontwikkelen ze meer controle over het kleurvlak. Dat versterkt wat teken- en schrijfspecialisten ‘grafisch zelfbewustzijn’ noemen: het besef hoe beweging, richting en druk invloed hebben op wat er op papier verschijnt (Tekenderwijs.nl).
Waarom zou je arceren?
Door te arceren leren kinderen:
- De rechte neerhaallijn te maken, een basisbeweging voor veel schrijfletters.
- Op regelmatige afstand te werken en binnen de lijnen te blijven.
- Nauwkeurig te beginnen en eindigen met elke streep.
Een goede techniek is om het papier wat te draaien, zodat de vingers en pols soepel kunnen bewegen. Zo vermijdt het kind onnatuurlijke bewegingen vanuit de schouder.
Aan de slag in de klas
- Geef geen gewone schrijfles, maar een creatieve activiteit met vouwblaadjes. Decoreer je eigen vouwblad door te arceren en te oefenen met schrijfpatronen.
- Maak een eenvoudig vouwwerk en geef de ontstane driehoeken en vierkanten op verschillende manieren kleur en patroon (rekenen-meetkunde). Zo ontstaat een persoonlijk kunstwerk, terwijl het kind verschillende motorische vaardigheden oefent.
Stappenplan
- Leg het materiaal klaar. Zorg voor stiften in verschillende kleuren.
- Maak een basisvouwsel, bijvoorbeeld ‘16 vierkantjes’ of ‘een recht en een schuin kruis’. Dit vormt het raster waarin je gaat arceren.
- Kies met welke patroontjes je wilt arceren. Draai het papier tijdens het werken, zodat je de lijnen kunt trekken met een buig- en strekbeweging vanuit je vingers en pols.
Tip
Wil je differentiëren? Vervang de stiften door fineliners of een kroontjespen met Oost-Indische inkt