Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
17/03/2020
Leestijd 4-6 minuten
Geschreven door Anneke Boonacker

Instructie geven in het Engels

Je wilt iets uitleggen in het Engels, maar kunt de woorden niet helemaal vinden. Dat uit zich in een spraakwaterval of juist in een aaneenrijging van een paar woorden met veel pauzes. Leerlingen kijken je glazig aan. Je zucht en legt het toch in het Nederlands uit zodat de leerlingen kunnen beginnen aan de oefening. Herken je dit? Gelukkig kan het ook anders.

Save the children

Er zijn meerdere manieren om jezelf te helpen instructie in het Engels te geven en je leerlingen te helpen deze te begrijpen. Allereerst is het heel belangrijk om je instructietaal van tevoren te plannen. Als je weet wat je gaat zeggen, scheelt dat heel veel in hoe duidelijk je bent en kun je ervoor zorgen dat je ook correct Engels gebruikt. Kies een paar instructiezinnen, schrijf ze op een blaadje en leg dit op een plek neer waar je er makkelijk op kunt kijken of hou het in je hand. Er zijn meerdere lijsten van Classroom Language beschikbaar waar deze zinnen uitgeschreven staan. Mijn advies is om je instructiezinnen short, snappy en familiar te houden. Hou het kort en helder. Het is niet nodig hele verhalen te houden, want dan loop je het risico onderweg je leerlingen kwijt te raken.
Je zult misschien de neiging hebben om verschillende manieren door elkaar te gebruiken, omdat je denkt dat het saai wordt als je steeds hetzelfde zegt. Voor de leerlingen is het juist heel fijn dat ze steeds hetzelfde horen. Zo kunnen ze herkennen wat je bedoelt zonder misschien alles te verstaan. Kies een zegswijze die jij fijn vindt, zoals: ‘Let’s …’ of ‘Could you please …?’ en gebruik die steeds opnieuw.

Peil. Engels
Sinds 1986 is het geven van Engels in het basisonderwijs verplicht vanaf groep 7. Steeds meer scholen bieden het echter al veel eerder aan. Dat loont. Uit het onderzoek Peil. Engels van de Onderwijsinspectie blijkt dat leerlingen het Engels al behoorlijk onder de knie hebben voordat ze naar het voortgezet onderwijs gaan (http://peil-engels.nl). Twee derde van hen spreekt minimaal op ERK-niveau (A1 en A2) en meer dan een kwart van hen leest al Engels op B1-niveau. Uit hetzelfde onderzoek blijkt echter dat leerkrachten niet zo tevreden zijn over hun eigen Engelse schrijf- en spreekvaardigheid. Vier van de vijf leerkrachten is ook ontevreden over de omvang en inhoud van het vak Engels op de pabo.

Laat zien wat je bedoelt
Nu je de instructietaal hebt uitgekozen, ben je al een eind op weg. Nu de leerlingen nog. Hoe kun je hen helpen die instructietaal ook te begrijpen en de instructies daadwerkelijk uit te voeren? Het makkelijkste is als je leerlingen eerst de instructietaal aanleert. Dit kun je doen door bijvoorbeeld een TPR-oefening te gebruiken, zoals Simon Says (Cameron & McKay, 2010): ‘Could you please open your book?’, ‘Could you please raise your hand?’
Ondersteun je instructie met gebaren en afbeeldingen. Demonstreer hierbij ook wat je verwacht: ‘I’ll show you what I mean’, ‘Listen to me first.’ Je zult merken dat leerlingen op deze manier heel vlot het grootste deel van jouw Engelse instructies zullen kunnen volgen. Een kleine kanttekening hierbij: als je een leerling hebt die de instructie echt niet kan volgen, ook niet met steun van medeleerlingen, en daar (heel begrijpelijk) verdrietig van wordt, schroom dan niet om in het Nederlands nog individuele instructie te geven. Uiteindelijk gaat het erom dat de leerlingen zich veilig voelen in de klas en plezier beleven aan het Engels.

Er zijn meerdere manieren om jezelf te helpen instructie in het Engels te geven en je leerlingen te helpen deze te begrijpen

In English, please!
Met je eigen spreken in het Engels gaat het al een heel stuk beter. Het lukt je de instructie (grotendeels) in het Engels te geven en je leerlingen begrijpen wat je bedoelt. Maar nu? In de oefening staat dat leerlingen samen een gesprekje in het Engels moeten houden over een plaatje dat in het boek staat. Je loopt rond en hoort eigenlijk alleen maar Nederlands met een paar woorden Engels ertussendoor. ‘Wel Engels praten, hé, jongens?’ Ze proberen het, maar als je doorloopt, gaan ze direct weer terug naar het Nederlands. Hoe komt dit en hoe kun je jouw leerlingen helpen meer Engels te praten?
Er wordt vanuit de methode verwacht van leerlingen dat ze de onderdelen die ze eerder hebben gehad (woorden, zinnetjes) zelf samenvoegen tot een gesprek, net zoals ze dat in het Nederlands zouden doen. Dit is voor veel leerlingen echter een stap te ver. Als ze niet weten hoe ze iets moeten zeggen, dan zal het ze ook niet lukken dit te doen. Er is eerst input nodig om output te kunnen leveren. Gelukkig kan je je leerlingen hiermee een eind op weg helpen door taalsteun (scaffolding) te bieden.

Help leerlingen op weg door hen taalsteun (scaffolding) te bieden. Eerst denk je na over: wat wil ik dat de leerlingen gaan zeggen?

Scaffolding voor een gesprekje
Eerst denk je na over: wat wil ik dat de leerlingen gaan zeggen? Hoe ga ik ze dit leren of helpen herinneren hoe het moet? Als je het antwoord op deze twee vragen hebt, dan kan je de benodigde toevoeging aan de methode ontwerpen.
Stel dat leerlingen in een klas samen een gesprek moeten voeren alsof ze in een winkel zijn. De ene leerling speelt de klant (A) en de andere leerling de winkelbediende (B). Je ondersteunt je leerlingen hierbij het beste door het gesprek voor ze uit te schrijven. Je kunt dan meteen ook zorgen voor het correcte Engels en de aangeleerde woordenschat in het gesprek opgenomen worden. Dit gesprek projecteer je op het bord. Vervolgens ga je het met de leerlingen oefenen volgens het principe van voor, koor, door. Kies een leerling, of klassenassistent/stagiair, uit die zich prettig voelt bij het spreken van Engels en vraag hem of haar bij jou te komen staan bij het bord. Samen voeren jullie het gesprek terwijl de andere leerlingen luisteren.
Na deze eerste doorloop gaan de andere leerlingen ook meedoen. Je verdeelt de rest van de klas in A- en B-sprekers. Zij moeten de zinnen nazeggen van hun rol. Jij zegt het voor en zij zeggen het allemaal tegelijk na. Nu gaan jullie het gesprek nog één keer uitvoeren en wisselen de overige leerlingen van rol. Door op deze manier het gesprek voor te doen en te laten oefenen, zorg je ervoor dat alle leerlingen de hele tekst gehoord en uitgesproken hebben voordat ze zelfstandig het gesprekje moeten doen. Je geeft ze de handvatten en het zelfvertrouwen om de oefening goed te kunnen uitvoeren.
Leerlingen kunnen nu zelf aan de slag met het gesprekje terwijl je rondloopt om ondersteuning te bieden. Laat het gesprek op het bord staan tijdens de oefening zodat ze het kunnen gebruiken als geheugensteuntje. Je kunt ervoor kiezen om na het oefenen alle tweetallen te vragen het gesprekje voor de klas uit te voeren. Dit heeft twee voordelen. Leerlingen hebben een extra stimulans tijdens het oefenen en jij krijgt als leerkracht inzicht in het leren van de individuele leerlingen (assessment for learning). Scaffolding komt er dus op neer dat je niet alleen de oefening voordoet, maar ook de taal geeft om de oefening te kunnen uitvoeren. Je zult merken dat leerlingen, nu ze weten wat en vooral hoe ze het moeten doen, veel makkelijker en beter zelf Engels zullen spreken bij het uitvoeren van de oefeningen.

Meer Engels in de klas
Hopelijk zullen de tips uit dit artikel je helpen om zelf duidelijker en met meer spreekvertrouwen instructie te geven in het Engels op een manier die je leerlingen begrijpen. En zullen je leerlingen met meer vertrouwen en plezier zelf ook Engels gaan spreken. Mocht je meer tips willen of zelf willen oefenen met deze technieken, dan kun je de conferentie ‘Taal en wereldburgerschap in het basisonderwijs? Yes, ja bitte, oui!’ bezoeken op 11 september 2020 in Ede (www.nuffic.nl/agenda/conferentie-internationalisering-op-de-basisschool). Je kunt ook contact opnemen met de auteur, via: anneke@annekeboonacker.nl.

Book iconLiteratuurlijst

• Cameron, L. & McKay, P. (2010). Bringing Creative Teaching into the Young Learner Classroom. Oxford: Oxford University Press.