Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
15/03/2021
Leestijd 3-4 minuten

Praktijk: BiebBoys in de klas

Iedere maand maken de BiebBoys Kees en Joran van de Bibliotheek Gelderland Zuid, een video met een challenge rondom leesbevordering en brengen leesplezier en leesmotivatie de klas in. Ze duiken de lift in en gaan aan de slag met boekintroductie, het belang van voorlezen en praten over boeken.

Save the children

In de aflevering ‘Elevator Pitch’ spelen de BiebBoys een wedstrijd wie de meeste mensen enthousiast kan krijgen voor een boek. Maar de mensen die ze willen overtuigen, hebben weinig tijd en ze eindigen steeds in een lift. Het korte ritje in de lift is alle tijd die ze krijgen om de boeken te promoten. Gaat dit lukken?
Na het kijken van de aflevering gaan de leerlingen zelf aan de slag met het pitchen van een boek. Weten zij hun boek zo te promoten dat de hele klas deze graag wil lezen? In de les komt ook voorlezen, praten over boeken en een verwerkingsopdracht aan bod.

De BiebBoys doen een challenge rondom leesbevordering en brengen zo leesplezier en leesmotivatie de klas in

1. Introductie: BiebBoys kijken
Om de les te introduceren, bekijk je met de leerlingen de aflevering Elevator Pitch van de BiebBoys (hieronder). Bespreek de video en stel de volgende vragen: Hoe gaven de BiebBoys de mensen boekentips? Welk boek dat de BiebBoys als tip gaven, zou jij zelf willen lezen? Heb je zelf weleens een boekentip gegeven? Aan wie vragen jullie tips? Hoe kies je meestal een boek uit? Waar kijk je naar?

2. Kern: Elevator Pitch
In de kern van de les gaan de leerlingen zelf een Elevator Pitch maken van een boek dat zij hebben gelezen en graag willen presenteren.
• Leg de kinderen uit dat een Elevator Pitch inhoudt dat je in één minuut (de tijd van een ritje in de lift) iets probeert te verkopen of te promoten. In dit geval een boek.
• Zorg ervoor dat elke leerling een eigen boek bij zich heeft wat hij/zij gelezen heeft.
De leerlingen gaan aan de slag met kopieerblad 1 (zie pagina 26). Hiermee bereiden ze hun eigen Elevator Pitch van een boek voor. Laat de leerlingen ook hun presentatie oefenen.
• Kies vervolgens vijf leerlingen uit om hun Elevator Pitch te presenteren. De andere leerlingen kunnen hun pitch op een ander moment doen, bijvoorbeeld de volgende dag of volgende week.
• Geef de rest van de klas de taak om goed te luisteren en de presentatie te kiezen van het boek waarnaar ze het meest nieuwsgierig zijn.
• Kies één boek met de hele klas. Lees zelf een hoofdstuk uit het boek voor.

Voorlezen draagt bij aan leesbevordering. Voorlezen leert dat lezen leuk is, prikkelt kinderen om zelf te lezen en laat kinderen in aanraking komen met verschillende soorten verhalen en verhaalvormen. Voorlezen vergroot de woordenschat en de verschillen in leesniveau doen er minder toe. Door regelmatig één hoofdstuk van een boek voor te lezen, komen er veel boeken langs in de klas die nieuwsgierigheid bij kinderen kunnen opwekken.

3. Afsluiting: Vertel eens?
Na het voorlezen ga je met de kinderen het hoofdstuk wat je hebt voorgelezen nabespreken. Praten over boeken is een belangrijk onderdeel van leesbevordering. Niet alleen draagt dit bij aan de taalontwikkeling maar leerlingen leren hun gedachten onder woorden te brengen, naar elkaar te luisteren en te reageren op argumenten van anderen. Uit onderzoek blijkt dat klassen waarin over boeken wordt gepraat, de leesresultaten beter zijn. Aidan Chambers, schrijver en leerkracht, bedacht de methode ‘Vertel eens’, waarbij de beleving van het boek centraal staat. Iedereen beleeft een boek anders. Door over een boek te praten, worden leerlingen zich bewust van de emotionele beleving en kunnen ze dit koppelen aan hun eigen ervaring en leefwereld. Chambers zegt hierover: ‘Praten over wat je gelezen hebt, is essentieel, omdat we meestal pas weten wat we denken als we het onszelf horen zeggen.’
Chambers heeft verschillende soorten vragen bedacht. Hieronder een aantal vragen die je kunt gebruiken voor de nabespreking van het hoofdstuk. Belangrijke regel: alles is goed of niks is fout. Het gaat immers om ieders eigen beleving!

• Basis A-vragen: Wat vond je leuk of mooi aan dit hoofdstuk? Wat vond je stom of saai? Waar zou je meer over willen horen? Wat vond je moeilijk of onduidelijk?
• Algemene B-vragen: Ken je andere boeken/verhalen die hierop lijken? Zijn je woorden opgevallen of zinnen die je mooi vond? Of lelijk? Was er iets in dit hoofdstuk dat je zelf wel eens hebt meegemaakt? Zag je tijdens het voorlezen het hoofdstuk voor je ogen gebeuren? Als het hoofdpersonage nu de klas in zou stappen, wat zou je hem/haar willen vragen? Hoe denk je dat het verhaal verder gaat?
• Speciale C-vragen: Wie vond jij het leukste personage uit het hoofdstuk? Doet een personage in het verhaal je denken aan iemand die je kent?
• Laatste vraag: Was je verbaasd over wat iemand over het hoofdstuk zei?

Extra verwerkingsopdracht
Als leerlingen vanuit verschillende perspectieven met een verhaal bezig zijn, krijgt het verhaal meer context. Dit is goed voor de woordenschat, de leesbeleving en het vergroten van leesplezier.
Als extra opdracht kunnen de leerlingen aan de slag met kopieerblad 2 (zie pagina 27). De leerlingen maken een tekening van de woonkamer van de hoofdpersoon uit het boek waar net een hoofdstuk uit is voorgelezen. Leuk om de tekeningen na te bespreken en samen te bekijken hoe de woonkamers er uit zien. Wat is anders en wat komt overeen?

Meer weten over BiebBoys in de klas?
Vraag ernaar bij jouw lokale bibliotheek of kijk op: www.obgz.nl/biebboysindeklas.

Joran Floor

Kees Meulendijk

Petra Mackenbach