Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
16/05/2023
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Lidy Peters

Functioneel meertalig leren

In het aprilnummer van JSW verscheen het artikel ‘Waarom taalvriendelijk beleid?’ (Peters, 2023) over wat taalvriendelijk beleid is, wat de voorwaarden zijn om dat te kunnen uitvoeren, wat het volgens wetenschappelijke inzichten oplevert en wat de nieuwe boodschap aan ouders moet zijn. Dit vervolgartikel gaat over de praktijk van functioneel meertalig leren in de klas.

Save the children

Figuur 1 – Het model functioneel meertalig leren ingevuld naar aanleiding van een leerlingpopulatie in Friesland (Duarte, 2020)

Functioneel meertalig leren (FML) (Sierens & Avermaet, 2013) betekent dat alle talen van leerlingen worden aangesproken in dienst van hun leerproces. Dat kan betrekking hebben op het vergroten van kennis, het begrijpen van nog niet begrepen Nederlandse woorden, het (beter) begrijpen van Nederlandse teksten en het beter beheersen van de Nederlandse taal. In figuur 1 is FML vormgegeven in een continuüm dat is verdeeld in vijf domeinen en loopt van waardering naar gebruik in instructie. De genoemde talen in figuur 1 hebben betrekking op een specifieke schoolpopulatie. Invulling van talen in de verschillende domeinen moet passen bij de school, de instructietalen die daar een rol spelen, de talen van de regio en de talen van de leerlingen. Onder alle domeinen uit het continuüm ligt een onmisbaar fundament: het waarderen van de thuistalen van de leerlingen.

Waarderen van thuistalen
Het gebruik van de meertaligheidsdidactiek translanguaging houdt in dat de leerlingen de gelegenheid krijgen van de ene taal naar de andere te switchen. De didactiek is verankerd in de attitude ten opzichte van meertalige leerlingen. Elke school zal zijn afwegingen maken wanneer translanguaging wel en niet wordt ingezet. Zo is het voorstelbaar dat een school die met taalvriendelijk lesgeven start, het niet meteen tijdens de instructiemomenten zal toepassen, maar ervoor kiest om leraren en leerlingen eerst op andere momenten succeservaringen te laten opdoen.

In groep 6 van leerkracht Emin zitten naast negentien Nederlandstalige leerlingen zeven Poolstalige leerlingen. Die laatste zitten in de klas in twee tweetallen en in één drietal achter elkaar en mogen bijvoorbeeld tijdens een rekenopdracht samen in het Pools overleggen. Vraagt de leerkracht naar de uitkomst en in welke stappen deze gevonden is, dan wordt verwacht dat ze dat in het Nederlands vertellen. Omdat hun beheersing van het Nederlands verschilt, mogen ze elkaar op dat moment ook hardop in het Nederlands helpen.

Het gebruik van de meertaligheidsdidactiek translanguaging houdt in dat de leerlingen de gelegenheid krijgen van de ene taal naar de andere te switchen

Praktijkvoorbeelden
Hoewel soms wordt verondersteld dat er met taalvriendelijk lesgeven weer iets wordt toegevoegd voor de leerkracht dat om extra tijd vraagt, blijkt in de praktijk juist het tegendeel. De leerkracht hoeft niet langer extra tijd te steken in het moeizaam communiceren met leerlingen die het Nederlands nog onvoldoende begrijpen. Meertalige materialen, digitale vertaaltools en klasgenoten die dezelfde taal spreken, vervangen dat en het wordt de leerkracht juist makkelijker gemaakt. In de hiernavolgende praktijkvoorbeelden passen de leerlingen en/of de ouders translanguaging toe.

1. Taalbewustzijn
Taalbewustzijn is voor zowel meertalige leerlingen als voor eentalige leerlingen van belang. Zo kan het voor eentaligen een hele ontdekking zijn dat klasgenoten thuis een andere taal spreken. En voor alle leerlingen dat die talen niet allemaal hetzelfde schrift gebruiken. Taalbewustzijn wordt al in gang gezet wanneer in de school en in de klas de thuistalen van de leerlingen zichtbaar gemaakt worden.
In groep 1/2 van leerkracht Suzanne komen de belangrijkste themawoorden in tekst en plaatjes op de themamuur te hangen in alle talen van haar leerlingen. Voor de ouders uit haar groep is het inmiddels een gewoonte om tijdens de inloop met hun kind naar de themamuur te lopen. Hangen er nieuwe woorden? Er staat altijd een bakje met papier en potlood waarop de ouder dat woord in de thuistaal noteert. Suzanne is goed op de hoogte van de talen van de ouders en hoewel ze die talen niet spreekt, herkent ze wat Tigrinya, Chinees, Oekraïens, Bulgaars, Turks of Arabisch is. Zij maakt er woordkaarten van, de leerlingen mogen deze erbij hangen en zo groeit de themamuur in alle talen van de leerlingen.

Elke school zal zijn afwegingen maken wanneer translanguaging wel en niet wordt ingezet

2. Taalvergelijking
Taalvergelijking is op allerlei manieren toe te passen. Bijvoorbeeld door woorden uit verschillende talen met elkaar te vergelijken en door meertalig materiaal te gebruiken, zoals meertalige- en anderstalige boeken.
Van de vierentwintig leerlingen in groep 3 van leerkracht Tim spreken er dertien thuis een andere taal. Hij heeft tien raadsels die hij één voor één opgeeft. De leerlingen krijgen de opdracht het antwoord in het Nederlands en in hun thuistaal op te schrijven. De antwoorden worden besproken, de leerlingen met een andere thuistaal laten horen wat het woord in hun thuistaal is. Daarna deelt Tim een schema uit (zie figuur 2) waarin de goede antwoorden op de raadsels in de verschillende talen naast elkaar zijn gezet: in het Nederlands, Frans, Pools, Oekraïens (in het rood fonetisch) en Turks. Nu krijgen de leerlingen in duo’s de opdracht te zoeken naar overeenkomsten. De leerlingen vinden opvallende schrift- of uitspraakgelijkenissen, onder andere bij een fiets, een banaan, een raket en de zon.

Figuur 2 – Schema taalvergelijking van goede antwoorden op raadsels

Meertalige boeken bevatten een Nederlandse én een anderstalige tekst, zoals het prentenboek Slaap lekker, kleine wolf (tweetalig in meer dan twaalf talen, onder andere Koerdisch, Turks, Arabisch en Vietnamees) (Renz, 2015; zie ook: www.childrens-books-bilingual.com) en meertalige beeldwoordenboeken (bijvoorbeeld de BabaDada-serie (in negentig talen) (BABADADA Gmbh) en de Van Dale beeldwoordenboeken).
Op de school van de Syrische Mohammad, die in groep 5 van leerkracht Kati zit, zijn voor alle groepen voorleesmomenten ingeroosterd waarop anderstalige ouders in de schoolbibliotheek komen voorlezen in hun thuistaal. Mohammad’s moeder Amira beheerst het Nederlands lezen beperkt, in tegenstelling tot het Arabisch, dat zij sprekend en lezend vloeiend beheerst. Leerkracht Kati heeft Amira uitgelegd hoe belangrijk het is om de moedertaal te onderhouden en Amira leest nu niet alleen thuis, maar ook op school in het Arabisch voor. Wanneer zij is ingeroosterd voor de groep van haar zoon zit ze in de schoolbibliotheek naast Kathelijne. Om de beurt lezen zij uit hetzelfde boek voor; Amira eerst een passage in het Arabisch, daarna Kati dezelfde passage in het Nederlands. Wanneer Kati een vraag stelt over wat voorgelezen is, kan Amira, die het Nederlands wel behoorlijk goed begrijpt, de vraag in het Arabisch stellen.

3. Receptieve meertaligheid
Receptieve meertaligheid is een fenomeen dat leerlingen soms spontaan toepassen. Het betekent een taal luisterend begrijpen, dat wil zeggen dat meertalige communicatie wordt toegepast tussen gesprekspartners die allebei een andere taal spreken. Toch begrijpen zij elkaar, omdat zij van de taal die ze zelf niet of maar gedeeltelijk beheersen voldoende woorden herkennen of kunnen herleiden om de ander te begrijpen. Verwantschap van talen speelt hier een rol, denk aan de Romaanse taalfamilie, waar onder andere Frans, Italiaans en Spaans onder vallen, en aan de Oost Slavische taalgroep Russisch, Wit-Russisch en Oekraïens, die soms onderling te begrijpen zijn.

4. CLIL
Content and Language integrated Learning (CLIL) betekent dat de thuistaal wordt toegepast in een niet-taalvak, zoals zaakvakken en rekenen. Hoe ouder leerlingen zijn, hoe makkelijker het is dat zij zelf vertaaltools of woordenboeken (van Nederlands naar thuistaal-van thuistaal naar Nederlands) in de klas gebruiken. Meertalige leerlingen hebben in hun thuistaal al kennis en woordenschat opgebouwd en zij kunnen zelf controleren: wat weet ik al van dit onderwerp?
In hun thuistaal beheersen zij vaak al abstracte rekentermen (zoals: plus/erbij, min/eraf), maar meestal kennen zij het Nederlandse equivalent nog niet. De meertalige leerlingen in groep 7/8 van meester Bart maken gebruik van gelamineerde placemats met drie kolommen: de rekenterm in het Nederlands, de term in de thuistaal, en de uitleg in het Nederlands. (iMAT: instrument Mathematics Anderstaligen Thuistaal rond de thema’s: Wiskundige termen, Getallen, Breuken, Procenten en Meten. Te downloaden via https://meertaligheid.be).

5. Immersie
Immersie is de ultieme vorm van functioneel meertalig leren, maar het omgekeerde van wat we doorgaans onder immersie verstaan. In plaats van ‘onderdompeling’ in de taal die de leerling moet gaan leren, zoals in schakelklassen en taalscholen voor nieuwkomers van toepassing is, wordt in dit continuüm met immersie bedoeld dat de instructie wordt gegeven in de thuistaal van de leerling.
Hoe meer talen de school binnen komen, hoe lastiger het zal zijn om de in het continuüm bedoelde immersie te realiseren; het is niet alleen de vraag of er in alle talen van de leerlingen leerkracht beschikbaar zijn, maar ook – als dat wel het geval is – of dat financieel haalbaar is.

Taalbewust lesgeven
Gelukkig kan de leerkracht die zelf alleen het Nederlands beheerst op allerlei manieren talenbewust lesgeven, een beroep doen op de talen van leerlingen en deze als hefboom gebruiken om het Nederlands (beter) te leren.

Eerder artikel over meertaligheid
Lees hier het eerste artikel, de voorloper van dit artikel, over een taalvriendelijk beleid.

Book iconLiteratuurlijst

• Duarte, J. (2020) Troef of trend? Actuele ontwikkelingen in de meertaligheidsdidactiek, NHL Stenden.
• Slaap lekker, kleine wolf. Ulrich Renz/Barbara Brinkmann, uitgeverij Sefa.
• De BabaDada-serie, Gmbh. Ook te downloaden op: https://www.lowan.nl/po/lesmateriaal/woordenboek/. Zie ook: https://babadada.com/
• Van Dale beeldwoordenboeken.
• iMAT: instrument Mathematics Anderstaligen Thuistaal rond de thema’s: Wiskundige termen, Getallen, Breuken, Procenten en Meten. Te downloaden via https://meertaligheid.be
• Peters, L. (2023) ‘Draagvlak en kennis creëren. Waarom taalvriendelijk beleid?’ In: JSW jaargang 107, nummer 8, april 2023