Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
30/03/2020
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Suzanne Unck

Afstandsonderwijs: samen onderwijs ontwerpen

Waarschijnlijk ontdek je ook dat het letterlijk en figuurlijk kopiëren van lessen uit de methodes in deze situatie van afstandsonderwijs niet werkt. Hoe geef je instructie? Hoe hou je zicht op voortgang? Hoe kun je differentiëren op afstand en hoe hou je rekening met verschillen in tempo en begeleiding door ouders?

Save the children

Om echt je onderwijs aan te passen aan deze situatie, kan het helpen om de leerstof vanuit leerlijnen en leerdoelen vorm te geven. Het burritomodel kan helpen dit samen te doen op een gestructureerde manier en met de juiste onderbouwing. Op de website van het burritomodel zie je hoe je in algemene zin met het model kunt werken en er staan twee voorbeelden. Ik laat je zien hoe je ermee aan de slag kunt in het kader van afstandsonderwijs.

Voorbereiding
Onderwijs ontwerpen met het burritomodel doe je idealiter met je collega’s samen. Met je duo of in je bouw. Je kunt natuurlijk ook groepsdoorbrekend onderwijs ontwikkelen nu. Maar het burritomodel is ook bruikbaar als je alleen aan de slag gaat. Als je samenwerkt, kijk dan hoe je dit slim online kunt doen, daar hebben jullie inmiddels vast alle faciliteiten voor ingericht. Tip: als meer collega’s dit model gebruiken, geef elkaar dan input en feedback. Dat maakt je leeraanbod rijker en je stemt het beter af met je collega’s.
Wanneer je gaat werken vanuit leerlijnen en leerdoelen, doe dit dan met je team op dezelfde manier, zodat de groepen op elkaar aansluiten. Je kunt bijvoorbeeld deze situatie nu (tot de zomer) als pilot benoemen zodat je ermee gaat oefenen en ontdekt wat wel en niet werkt. Dan kun je na de zomer (ook als kinderen weer naar school komen) doorgaan met het werken vanuit leerlijnen in de situatie zoals deze dan is.
Een fijne manier om vanuit leerlijnen te werken, is bijvoorbeeld te starten met één of enkele vakgebieden. Dat kan rekenen of taal zijn, maar ook kunstzinnige vorming, bewegingsonderwijs of digitale geletterdheid. Leerlijnen vind je via SLO (even grasduinen), in de boeken over leerlijnen en leerdoelen van Nieuw Leren of voor digitale geletterdheid op FutureNL. Ook kun je alvast kijken naar de herziene kerndoelen/bouwstenen op curriculum.nu. Kies de leereenheid die je wilt ontwerpen. Je kunt hierbij denken aan één vakgebied voor een week of 6. Bepaal welke leerdoelen centraal staan. Print de poster, houd pen en sticky notes bij de hand en neem een goede kop koffie. Hieronder de stappen van het burritomodel.

1. Onderwijsvisie
Dit is een deel dat je met je hele team formuleert. Het is namelijk van belang dat je allemaal werkt vanuit een gemeenschappelijke visie op hoe jullie onderwijs er de komende tijd uitziet. Wat is kenmerkend voor jullie visie op onderwijs (website, schoolplan) en hoe zou je dit kunnen vertalen naar de huidige situatie? Denk aan: instructiemodel, volgen, toetsen en beoordelen, eigenaarschap van leerlingen (eigen initiatief, ruimte voor verschillen), focus binnen het onderwijs (bv. lezen of juist creatieve vaardigheden), samenwerking tussen leerlingen, maar ook samenwerking tussen leerkrachten en ouders, sociale veiligheid. Schrijf in een paar zinnen op vanuit welke visie en keuzes afstandsonderwijs vanuit jullie school wordt vormgegeven.

2. Mate van Maatwerk
Op pagina 9 van het document Het organiseren van gepersonaliseerd leren van het iXperium, zie je het model dat kan helpen om keuzes te maken in de mate van maatwerk die je binnen afstandsonderwijs wilt realiseren. Hou vooral rekening met de veranderde leeromgeving en de mindere mate van controle die je als leerkracht in deze situatie hebt. Bovendien zijn er juist wel meer kansen om te differentiëren omdat er meer mogelijkheden zijn voor zelfregie (ondersteund door ouders). In het model geef je aan wat je ambities zijn (teken het model na en zet een A op de juiste plek), maar ook wat tot nu toe de situatie was, met de N van nu. Verbind de keuze ook aan je onderwijsvisie, dat moet logischerwijs kloppen.

3. Randvoorwaarden
Dit onderdeel vul je niet eenmalig in, maar bij het zetten van volgende stappen, kijk je steeds naar de voorwaarden die nodig zijn om het te organiseren en realiseren. In deze situatie zijn de digitale randvoorwaarden natuurlijk erg belangrijk, maar ook instructies die ouders nodig hebben, benodigde materialen, de leeromgeving en (externe) expertise.

4. Leerlingen
Voor welke groep leerlingen ga je onderwijs ontwerpen? Benoem alle relevante eigenschappen en omstandigheden. Doe bijvoorbeeld een inventarisatie naar het welzijn van je leerlingen op dit moment en krijg zicht op hoe zij hun dagen invulling geven (hoe ziet hun schoolplek eruit, hoeveel ondersteuning is er vanuit thuis, leren ze alleen of met broers/zussen, hoe voelen ze zich in deze situatie, wat hebben ze nodig, is er een vast dagritme, hoe is het met de ouders, wat doen ze in het weekend, hoe reageren ze op de leerstof (genoeg, te veel, te weinig)? Ook kun je aangeven hoe groot de diversiteit in de groep is op dit moment.

5. Eindproduct
Wat is het toetsbare product waarmee leerlingen laten zien dat ze het leerdoel / de leerdoelen behaald hebben? Kies een vorm die recht doet aan het leerdoel en aan de mate van maatwerk. Het kan een toets zijn, maar ook een gesprek (videocall) of een echt product dat ze gemaakt hebben (laat je inspireren door maakonderwijs). Werk je met een digitaal portfolio (Bordfolio is voorlopig gratis, maar er zijn meer mogelijkheden)? Dan kun je leerlingen ook een filmpje laten maken met toelichting bij het eindproduct dat ze uploaden. Maar uiteraard kun je ook zelf een methodetoets laten maken of een Kahootquiz klaarzetten. Hou er rekening mee dat je thuiswerkende ouders niet teveel belast met allerlei intensieve opdrachten en uploads voor de verschillende vakken; zorg voor balans. Aan de andere kant zijn er juist mogelijkheden om creatief te zijn in typen eindproducten; als het jou als leerkracht maar inzicht biedt in de ontwikkeling van je leerlingen. Je kunt ook rubrics maken van de verschillende leerdoelen waar leerlingen aan werken, ook inzichtelijk voor de leerlingen. Dat kan op elk niveau, aangepast aan (ontwikkelings)leeftijd. Voor leerlingen is het fijn als ze (digitaal) kunnen afvinken.

6. Startpunt
Bij afstandsonderwijs is het een uitdaging om het samen-gevoel te creëren, maar leerlingen (en jij waarschijnlijk ook) hebben hier wel behoefte aan. Denk na over een gezamenlijke start van de onderwijseenheid. Een Teams-sessie met de hele groep, een gedeeld document met alle foto’s van leerlingen zoals ze aan het werk zijn thuis, een filmpje dat je voor ze maakt als inleiding op het onderwijs. Je kunt zelf vast meer opties bedenken. Ook kun je starten met het in kaart brengen van de beginsituatie en opwekken voorkennis, bijvoorbeeld met een formatieve toets of een andere aansprekende werkvorm (die aansluit bij de huidige context). Een Kahoot bijvoorbeeld.

7. Stations en substations: lesonderdelen
Dit is het deel waarin je het daadwerkelijke lesontwerp vormgeeft. Ga uit van drie tot vijf onderdelen en bij elk hiervan ook drie tot vijf subonderdelen. Je bepaalt op basis van de indeling of alle leerlingen alles doen of dat er juist ruimte is voor eigen keuzes en/of (niveau)differentiatie. Bijvoorbeeld: stel je voor dat je met deze leerdoelenkaarten werkt en je wilt in deze periode met breuken (leerdoelenkaart voor zwakke rekenaars) aan de slag. Je wilt graag differentiëren op drie niveaus en bent van plan om diverse verwerkingsvormen aan te bieden zodat leerlingen wat keuzevrijheid hebben. Je maakt gebruik van de nieuwe leeromgeving om betekenisvolle leersituaties te creëren. Verder is het vanuit de onderwijsvisie van belang om samenwerking te stimuleren en wil je regelmatig contact met leerlingen zodat je ze kunt volgen. Je kunt per station en zelfs per substation subdoelen voor jezelf opstellen en nadenken over of, hoe en wanneer je deze toetst (of wellicht bij sommige leerlingen wel en bij andere niet).
Je kiest er in dit voorbeeld voor om dagelijks (maandag tot vrijdag) gedurende twee weken te zorgen voor opdrachten (half uur per dag). Leerlingen mogen dit flexibel inrichten, maar ouders kunnen er ook voor kiezen om deze structuur vast te houden. Je schrijft een instructie voor ouders over deze opdracht.
Eindproduct: leerlingen delen hun breukenfoto’s met de leerkracht in een breukenportfolio (map). Ze vertellen (filmpje/verslag) welke keuzes ze maakten, wat ze moeilijk vonden, hoe ze hiermee omgingen, waar ze trots op zijn en wat ze geleerd hebben. En wat de funfactor van dit project was.

Vier stations
Er zijn vier stations die alle leerlingen doorlopen. Binnen de stations is er differentiatie mogelijk op niveau en op interesse/creativiteit. Bepaal in ieder geval het moment dat iedereen met een station bezig is zodat er samengewerkt kan worden.

Station 1: Instructie.
Op verschillende manieren kunnen leerlingen instructie krijgen:
1. Opgenomen instructiefilmpje/digiles waarin een toelichting en inhoudelijke instructie wordt gegeven op alle stations en substations (bijvoorbeeld in vier delen)
2. Zelf de instructie lezen in het rekenboek
3. Instructie via Teams door de leerkracht (leerlingen melden zich vooraf aan, zodat groepjes van maximaal 4 leerlingen tegelijk de instructie volgen)
4. Leerlingen gaan zonder instructie aan de slag en zoeken zelf hulp (filmpje, contact met leerkracht) indien nodig

Station 2: Inoefening/verwerking
Leerlingen maken een keus (of kiezen meer opties als ze snel klaar zijn):
1. Pakketje werk vanuit de rekenmethode (methodesoftware)
2. Breukenspel online
3. Oefenen met breuken.nl
4. Sommen voor elkaar maken en nakijken van elkaar (in duo’s)

Station 3: Creatief met breuken
1. Maak een breukencollage van minimaal 6 foto’s met breuken plus schrijfwijze erbij
2. Maak een breukencollage van de moeilijkste breuken (op basis van je resultaat bij station 2)
3. Maak foto’s van breukensommen, wees creatief

Station 4: Delen en inspireren
1. Maak sommen van de breukenfoto’s die je hebt gemaakt en maak een breukenfoto van het antwoord.
2. Deel online zes breukenfoto’s met twee klasgenoten en maak er samen sommen van.
3. Maak een breukenraadsel: je maakt een breukenfoto en je klasgenoten raden om welke breuk het gaat.

Tot slot
Als leerkracht kun je vanuit de opdrachten steeds zicht houden op de voortgang als leerlingen in een digitaal portfolio hun werk plaatsen. Je kunt steekproefsgewijs kijken hoe de voortgang verloopt en je kunt een instructie(filmpje) voor ouders maken voor deze breukenopdracht. Het gaat erom dat je vanuit de leerdoelen vormgeeft aan het onderwijs, waarbij je gebruik maakt van allerlei mogelijke content, die je checkt op kwaliteit. Zowel vanuit methodes als online mogelijkheden, maar ook creatieve vormen die nu mogelijk zijn omdat leerlingen in een andere leeromgeving zijn. Je kunt het burritomodel ook gebruiken om een hele leerlijn in te ontwerpen voor verschillende leerjaren (verticaal) of voor verschillende leerdoelen binnen je eigen leerjaar.
Zie het burritomodel als een puzzel en leer hoe het werkt door ermee te werken. Het is geen wondermiddel, maar een manier om leerstof en maatwerk te organiseren. Ga door met wat werkt voor jou, voor je leerlingen, in deze context en maak er jouw model van. Zie www.slimmerlerenmetict.nl/burritomodel voor tips en voorbeelden.