Speciaal Onderwijs vol… wat nu?
Het speciaal onderwijs zit vol. Wachtlijsten groeien en steeds meer basisscholen zoeken naar manieren om kinderen in hun eigen buurt te laten leren. In Tilburg deed De Stappen dat met een hybride groep, in Teteringen koos De Wegwijzer voor de Parelklas. Beide scholen startten vorig schooljaar met hun aanpak en werken ieder op hun eigen manier aan inclusief onderwijs.
Tekst en foto’s ROSALIE VAN ZIJP
In de gang van basisschool De Wegwijzer in Teteringen lopen twee kinderen hand in hand naar hun klas. De een komt uit de Parelklas, een groep waar leerlingen extra ondersteuning en zorg krijgen binnen de school. De ander zit in de integratieklas, waar deze kinderen meedraaien met hun leeftijdsgenoten. Onderweg praten ze over de muziekles die straks begint. Voor intern begeleider Marja is het een gewoon tafereel, maar ook een bevestiging van wat ze voor ogen had. “Het is zo mooi om te zien dat deze kinderen nu echt kunnen meedoen.”
Tientallen kilometers verderop, in Tilburg, ziet leerkracht Dagmar iets vergelijkbaars. In haar hybride groep op basisschool De Stappen krijgen leerlingen met leerachterstanden tijdelijk extra begeleiding, zodat ze kunnen groeien in hun eigen tempo. Kinderen die eerder stil en onzeker waren, komen er binnen met opgeheven hoofd. “Ze maken niet alleen stappen in hun leren, maar ook in hun zelfvertrouwen.”
Beide scholen besloten niet langer te verwijzen naar het speciaal onderwijs, maar het zelf te doen. De Stappen richtte een hybride groep op om leerlingen extra ondersteuning en rust te bieden, zodat uitval wordt voorkomen. De Wegwijzer koos voor integratie binnen de muren van de school, met de Parelklas als plek waar onderwijs en zorg samenkomen. Twee verschillende routes met één doel: ieder kind een plek geven in zijn eigen buurt.
Niet doorverwijzen, maar dóórpakken
Op basisschool De Stappen in Tilburg begon het met één vraag. Waarom moeten zoveel kinderen de wijk uit om onderwijs te krijgen dat bij hen past? Directeur Maarten zag het aantal verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs toenemen. Omdat er in de buurt geen SBO-school was, moesten leerlingen uitwijken naar andere stadsdelen. Samen met het ondersteuningsteam van de school ontwikkelde hij een plan. Met steun van het samenwerkingsverband en het bestuur werd een hybride groep ingericht.
De leerlingen in die groep volgen drie ochtenden per week onderwijs in een rustige setting, gericht op rekenen, lezen en spelling. Daarnaast is er wekelijks aandacht voor hun welbevinden. Zo krijgen ze een Rots & Water training, waarin ze werken aan weerbaarheid en het omgaan met emoties en oefenen ze hun executieve functies, zoals plannen en concentratie. De rest van de week draaien ze mee in hun eigen klas. Zo blijven ze onderdeel van de schoolgemeenschap, terwijl ze op hun eigen tempo kunnen werken.
“Veel van deze leerlingen zaten niet lekker in hun vel,” vertelt Dagmar. “Hier krijgen ze weer succeservaringen en rust.”
Het team ziet dat juist die combinatie werkt: kleinschaligheid en verbondenheid. De hybride groep draait in schooltijd onder regie van de kwaliteitscoördinator en de groepsleerkracht. Wekelijkse afstemming voorkomt dat leerlingen weglekken uit hun groep en houdt de leerlijnen in balans.
Inmiddels telt de groep zeventien leerlingen van groep vier tot en met acht. De lessen zijn afgestemd op het rooster van de rest van de school, zodat niemand iets mist. “Het draait om eigenaarschap en voorspelbaarheid,” zegt Maarten. “Dat geeft veiligheid, en vanuit veiligheid komt leren.” Sinds de start worden er vrijwel geen leerlingen meer verwezen naar het speciaal basisonderwijs. Een leerling uit groep 6 startte drie ochtenden in de hybride groep en bouwde dit in vier maanden af naar één ochtend; de rest van de week draait hij weer volledig mee met zijn klas. Kinderen tonen meer rust, meer vertrouwen en meer leerplezier.
Alles onder één dak
Waar De Stappen vooral probeert uitval te voorkomen, kiest basisschool De Wegwijzer in Teteringen voor een andere route. Hier krijgen juist kinderen met een cluster-3-indicatie een plek binnen het reguliere onderwijs. De klas bestaat uit maximaal twaalf leerlingen, elk met hun eigen ondersteuningsbehoeften. “Elk kind is anders,” zegt intern begeleider Marja. “Ze hebben allemaal hun eigen manier van leren en van omgaan met prikkels.”
De Parelklas ligt midden in de school, niet in een aparte vleugel. Zo blijven leerlingen letterlijk en figuurlijk zichtbaar. Ze volgen er een deel van de week les en zijn daarnaast gekoppeld aan een integratieklas met leeftijdsgenoten. Leerkracht Jolanda legt uit: “We kijken wat een kind zelfstandig kan, wat nog lastig is en hoe het sociaal in de groep functioneert. Op basis daarvan maken we een rooster dat precies bij dat kind past.”
Dat rooster hangt op een groot planbord in de klas en verandert voortdurend. Het team past de indeling aan zodra een kind toe is aan meer of minder prikkels. “We halen veel prikkels weg,” vertelt Jolanda. “Dat geeft rust en duidelijkheid. Vanuit die structuur kunnen ze leren.”
De klas ademt rust. Op de tafels liggen taakjes, in de hoeken staan rustige plekken en materialen om prikkels te reguleren. Het team paste het lokaal vorig jaar wel twintig keer aan om het steeds beter af te stemmen op nieuwe leerlingen.
De Parelklas draait op een klein team van drie: een leerkracht, een onderwijsassistent en een zorgassistent. Voor elke leerling is er een ontwikkelingsperspectiefplan en drie keer per jaar een multidisciplinair overleg met school, ouders en externen. Het samenwerkingsverband beoordeelt jaarlijks of de plaatsing en doelen passend blijven. De school bouwden samen met het samenwerkingsverband en de gemeente een voorziening op maat. “We hadden een leeg lokaal en veel motivatie,” zegt Marja. “Toen zijn we gewoon begonnen.” Vanaf het begin werd het hele team betrokken, zodat de integratie vanzelfsprekend werd. Inmiddels voelen leerlingen zich onderdeel van de school en reageren ouders enthousiast. Ook de gemeente ziet het effect: minder administratiedruk, minder vervoer en meer kinderen die in hun eigen wijk onderwijs kunnen volgen.
Samen knutselen in de integratieklas op basisschool De Wegwijzer
Zoeken, vallen, opstaan en doorgaan
Niets aan deze manier van werken gaat vanzelf. Wie kinderen in hun eigen wijk wil houden, moet ook de schoolcultuur laten meebewegen. In Tilburg betekent dat voortdurend schakelen. Dagmar stemt wekelijks af met collega’s over wat een leerling nodig heeft om weer volledig mee te kunnen doen in de klas. Soms lukt dat snel, soms kost het maanden. “Je ziet het pas echt werken als een kind de overstap terug durft te maken,” zegt ze.
Het vraagt tijd, vertrouwen en vasthoudendheid. Niet elke hulpvraag past in deze setting. Bij zeer intensieve zorgvragen of onveilig gedrag zoekt de school in overleg met ouders en het samenwerkingsverband naar een andere passende plek. “Het is mooi werk,” zegt Dagmar. “Maar ook intensief. Je doet iets waar nog geen handleiding voor is.”
Op De Wegwijzer in Teteringen gaat het vooral om het verleggen van grenzen binnen het reguliere systeem. Leerkracht Jolanda kent die praktijk van binnenuit. Ze werkte in elke groep en is moeder van een kind met autisme en een verstandelijke beperking, dat zelf cluster 3-ondersteuning krijgt. Structuur en duidelijkheid zijn voor haar vanzelfsprekend, maar de Parelklas liet haar opnieuw kijken naar wat onderwijs kan zijn. “Je leert elke dag, van collega’s en van de kinderen,” zegt ze. “Het vraagt veel, maar het geeft ook veel terug.”
In de Parelklas werkt ieder kind aan doelen die haalbaar en betekenisvol zijn, soms cognitief, soms sociaal-emotioneel. Op het planbord staat precies wanneer ieder kind waar is. Zo weten leerlingen wanneer ze in de Parelklas werken en wanneer ze weer aansluiten bij hun klas. Sommige kinderen lopen inmiddels zelfverzekerd alleen door het gebouw, anderen worden nog opgehaald door een onderwijsassistent. Die voorspelbare structuur geeft rust en ruimte om te groeien in zelfstandigheid. “Vanuit die veiligheid kan een kind leren,” zegt Marja.
Een praktisch knelpunt is de drukte rond pauzes en tussenschoolse opvang. Sommige leerlingen hebben daar nog begeleiding bij nodig, waardoor roosters en pauzetijden van het team meebewegen. Beide teams leerden dat inclusief onderwijs niet begint bij een plan, maar bij een houding. Het vraagt mensen die durven zoeken, die elkaars expertise gebruiken en blijven geloven dat het kan, ook als het moeilijk is. “Je kunt er eindeloos over praten,” zegt Marja. “Maar uiteindelijk moet je het gewoon gaan doen.”
Wat ze doen in Tilburg en Teteringen raakt aan de kern van het vak. Het laat zien dat verandering niet ontstaat door beleid of protocollen maar door de dagelijkse keuzes van leerkrachten, door samen te werken, te reflecteren en vol te houden.
Samen binnenlopen, zonder verschil
In de vroege ochtend, als de dag nog moet beginnen, wordt dat zichtbaar op het plein van De Wegwijzer. Kinderen uit de Parelklas komen samen met hun klasgenoten aanfietsen. Ze zetten hun fietsen in het rek, lachen naar elkaar en lopen het gebouw binnen. Voor Marja is dat het mooiste moment van de dag. “Dat is waar we het voor doen,” zegt ze. “Samen beginnen, allemaal op dezelfde plek. Misschien begint inclusief onderwijs precies daar, waar kinderen samen binnenlopen zonder dat iemand het verschil nog ziet.”