Speel je Mega Vega voor de groep of jezelf?
In Mega Vega zijn kinderen onderdeel van een groep die gezamenlijk de groenteprijzen bepaalt. Tegelijkertijd spelen kinderen voor zichzelf en proberen ze de duurste groenten te verzamelen. Het spel is daarmee een mini-oefening in burgerschap, waarin kinderen bijdragen aan een samenleving én zich zelfredzaam leren op te stellen.
Bij het kaartspel Mega Vega spelen kinderen zes rondes. In iedere ronde kiezen ze een kaart voor zichzelf. De laatste kaart bepaalt hoeveel de verschillende groentes in prijs stijgen. Zodra iedereen zes kaarten heeft liggen en de eindprijs per groente is bepaald, berekenen de spelers individueel hun punten.
Gezamenlijk proces
Het spel start met de hoofdrolspelers: tomaat, wortel, maïs, broccoli en aubergine. Iedere groente ligt op een kaart die de startprijs op de markt aangeeft. Daarna worden zoveel speelkaarten opengedraaid als er spelers zijn. Plus eentje extra. Nadat alle spelers een kaart hebben gekozen, blijft er dus één kaart over. Alle groentes op deze kaart gaan een of meerdere stapjes omhoog in marktprijs. Zodra een groente boven de 5 komt, crasht die markt en gaat de prijs weer naar 0.
Door kaarten wel of niet te kiezen, bepalen kinderen gezamenlijk welke kaart overblijft en welke groentes daardoor duurder worden of juist crashen. Omdat kinderen om de beurt startspeler zijn, is er steeds een ander kind dat de beslissende keuze maakt voor de twee laatste kaarten.
Let op je eigen kaarten!
Pak je een kaart om zelf meer punten te krijgen of pak je de kaart om te voorkomen dat de prijzen omhooggaan (of crashen)? In Mega Vega maken kinderen steeds de afweging: doe ik dit voor mezelf of doe ik dit voor de groep? Natuurlijk wil iedereen dat zijn of haar eigen groentes het meeste opbrengen. Maar dat kan alleen door af en toe een kaart met die groente te laten liggen om de prijs op te drijven. Omdat iedereen andere kaarten heeft, zijn de belangen verdeeld.
De groepsdruk kan daardoor voor een kind groot voelen bij het kiezen van een kaart. Hoe stevig staan ze in hun schoenen om toch het beste voor zichzelf te kiezen? Om kinderen hierbij steun te bieden, kun je ervoor kiezen Mega Vega in teams te spelen. Dat geeft kinderen gelegenheid om te overleggen. Samen kunnen ze meer weerstand bieden aan de groep.
Wil je er een coöperatief spel van maken? Probeer dan eens marktprijzen als einddoel te stellen. Bepaal met een dobbelsteen per groente de marktprijs. Kinderen moeten er gezamenlijk voor zorgen dat bijvoorbeeld de broccoli na zes rondes op 3 staat, de aubergine op 5, enz. Kinderen hebben gewonnen als het voor minimaal twee groentes is gelukt. De individuele kaarten tellen dan niet mee voor een eindtelling.
Uitgebreide rekensom
Aan het eind van het basisspel rekenen de kinderen hun puntentotaal uit. Tel alle tomaten bij elkaar op en vermenigvuldig ze met de marktprijs. Zo rekenen kinderen voor elke groente uit wat die waard is en tellen alles op. Dat is veel hoofdrekenen, een hulpblad om de som op te schrijven is daarbij handig.
Differentiatie
Draai de marktkaarten om naar de dynamische markt om een grotere sprong te maken naar de hoogste getallen. Marktkaarten lopen steeds van 0 naar 5. Natuurlijk kunnen kinderen ook zelf marktprijzen verzinnen. Misschien wel tien- of honderdtallen. Alles kan, de enige vereiste is dat de getallen oplopend zijn en het laagste getal altijd een nul is.
Extra uitdaging
Schud de twee weerkaarten door de stapel voor extra uitdaging. Wordt de zonkaart getrokken, dan is er een extra kaart in de ronde. Er blijven dan twee kaarten over, waardoor er extra stappen op de markt-
kaarten worden gemaakt: prijsveranderingen gaan veel sneller. Een tornadokaart in de ronde betekent dat groentes niet kunnen crashen van 5 naar 0. Een groente blijft dan op de 5 hangen.
Naam
Mega Vega
Wat?
Snel kaartspelletje voor 2 tot 6 spelers
Voor wie?
Kinderen vanaf 7 jaar
Uitgever
Studio Infinitus (Nederlandse uitgave)
Waardering
Sluit goed aan bij de leerdoelen slo
****
Makkelijk toepasbaar
*****
Aantrekkelijk voor leerlingen
*****