Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Sociaal-emotionele ontwikkeling
08/09/2026
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Petra Verbrugge-T...

Creatief: bonenplantjes

De start van een nieuw schooljaar: voor je zit een frisse groep leerlingen. Kinderen die het komende jaar allemaal op hun eigen manier en in hun eigen tempo groeien. Met het zaaien van bonenplantjes laat je zien hoe ontwikkeling kan variëren en breng je het gesprek op gang.

Save the children

Tekst en foto’s Petra Verbrugge-Tromp

Laat elk kind een bonenzaadje planten in een pot. Zet de potjes in de vensterbank en volg samen hun ontwikkeling. De bonen krijgen hetzelfde zonlicht en evenveel water. Toch groeit elk plantje anders. Op sommige dagen groeit het snel. Op andere dagen lijkt het alsof er niets gebeurt. Dan maakt het plantje nieuwe wortels en verzamelt kracht om verder te groeien.

Het is een mooie metafoor voor de ontwikkeling van kinderen en een goede aanleiding om dit te bespreken:
Met jullie gaat het eigenlijk net zo. We leren allemaal in dezelfde klas, hebben les van dezelfde leerkracht, maar het gaat niet bij iedereen op dezelfde manier of in hetzelfde tempo. Soms begrijp je iets meteen. Soms heb je wat meer tijd nodig. Groeien is geen wedstrijd.
Iedereen heeft een eigen tempo, eigen talenten en een moment om te bloeien. Net als een plantje ontwikkel jij elke dag een beetje meer.

Zo pak je het aan

  • Verzamel voor iedere leerling een glazen potje, zonder deksel en etiket. Leg op de bodem een nat wattenschijfje en plaats hierop een droge boon. Koop hiervoor droge bonen in de supermarkt.
  • Sluit de bovenkant van het potje af met vershoudfolie en een elastiekje. Zet de naam van de leerling erop.
  • Wijs twee leerlingen aan die drie keer per week de potjes controleren en de schijfjes nat houden met een plantenspuit.
  • Als de potjes op de vensterbank staan, lees je een boek over groeien voor.
  • Als het plantje de folie raakt, verwijder je de folie. Doe wat potgrond in het potje, zodat het plantje daarin verder kan groeien.

Tekentips
Houd wekelijks een teken­moment. Laat de kinderen hun plantje goed bekijken en natekenen. Ze kunnen potlood, houtskool of een fineliner gebruiken.

  • Laat ieder kind drie dingen benoemen die opvallen. Bespreek het klassikaal of met een schoudermaatje.
  • Begin met het tekenen van de grote vorm (het hele plantje), daarna de middelgrote vormen (stengel en ­bladeren) en eindig met de details (nerven, textuur, stipjes).
  • Experimenteer met potlooddruk. Teken licht voor de schets, druk ­harder voor randen of schaduw en veeg voor schaduwvlakken.
  • Teken alles na, maar maak het niet te druk. Kies twee of drie interessante details en werk die goed uit.
  • Maak eerst een lichte schets, versterk daarna de contouren en voeg tot slot schaduw en textuur toe.

Meten en tekenen
Zodra de boontjes beginnen te ont­kiemen, plan je een dagelijks meetmoment in. Met een liniaal meten de kinderen de groei van hun eigen plantje. De meetgegevens verwerken ze in een grafiek, zodat de groei per dag zichtbaar wordt.

Petra Verbrugge-Tromp

Petra Verbrugge-Tromp is leerkracht basisonderwijs en taalcoördinator. Zij is ook lid van de redactieraad van JSW.