Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Sociaal-emotionele ontwikkeling
16/06/2016
Leestijd 7-10 minuten
Geschreven door Anton Horeweg

Hoe maak je een goede groep?

Ben jij ze ook weleens tegengekomen? Klassen waar geen land mee te bezeilen is en waarin kinderen voortdurend bezig zijn elkaar dwars te zitten? Samenwerking is in die groepen ver te zoeken en de leerkracht is veel tijd kwijt met het oplossen van ordeverstoringen. Door in elke fase van de groepsvorming bewuste acties te verrichten kun je dit als leerkracht grotendeels voorkomen. Goed gedrag kun je aanleren.

Save the children

Volgens de theorie van de groepsdynamica maken groepen altijd een aantal fases door. Zo ook de groep in je schoolklas (Remmerswaal, 2006). Inzetten op groepsvorming in je klas is belangrijk. Wanneer je dit proces bewust beïnvloedt, kun je zorgen voor een positieve, goed werkende groep. Dat voorkomt veel probleemgedrag en in een groep met een fijne sfeer kun je beter lesgeven.

Groepsdynamica: vijf fases 
Er zijn vijf fases in de groepsvorming: forming, storming, norming, performing en adjourning (Tuckman, 1965). Wat houden deze fases in en wat is per fase de behoefte van de groep?

1. Forming
De kinderen kennen elkaar nog niet, of als de groep vorig jaar al bij elkaar was, weten ze niet of alles bij het oude is gebleven. Het is een verkenningsfase die bij nieuwe groepen één à twee weken duurt en die bij groepen die elkaar al kennen, in een paar dagen voorbij kan zijn. De groep is in deze fase vaak nog heel rustig, ook als deze groep kinderen bekend stond als een druk stel. Kinderen zijn nu meer bezig met zichzelf en hoe ze overkomen op de anderen. Ze bekijken bij wie ze zich fijn voelen en zoeken vooral veiligheid en duidelijkheid. Daarnaast zijn ze natuurlijk heel benieuwd hoe het allemaal gaat in hun nieuwe klas: waar ga ik zitten? Gaat het werken hier net zo als vorig jaar? Is de nieuwe juf of meester streng?

Save the children

2. Storming
De grenzen van de eigen veiligheid zijn verkend en na een week of twee gaan kinderen zich profileren – de ene leerling uiteraard wat minder dan de andere. De pikorde wordt bepaald. Er zijn onenigheidjes en ruzies. Dit hoort bij deze fase en hoeft niet verontrustend te zijn. De uitkomst van deze fase kan verschillen. Er kan een positieve of een negatieve groep uitkomen. Ook deze fase duurt een week of twee.

Met groepsopdrachten laat je kinderen zien dat samenwerken nodig is

3. Norming
Deze derde fase is de belangrijkste fase. Er wordt bepaald hoe de groep met elkaar omgaat. Wat kan hier wel en wat kan niet? Als leerkracht kan je bij de start van het schooljaar met de klas de afspraak maken dat iedereen aardig is voor elkaar, maar in deze fase wordt bepaald of die afspraak ook echt nageleefd wordt. Deze normen staan zo goed als vast en veranderen de rest van het jaar nauwelijks meer. Probeer er daarom vanaf dag één voor te zorgen dat er positieve groepsnormen ontstaan, want later kost het veel werk om negatieve normen om te vormen tot positieve. Als dat al lukt.

4. Performing
Na zes tot negen weken is de groep gevormd, de verhoudingen zijn in balans en de groep is klaar om te werken. Let op: de groep keert naar de vorige fases terug als er bijvoorbeeld een nieuw kind in de klas komt of wanneer een kind verhuist. Een terugkeer naar de vorige fase kan ook ontstaan wanneer er een invalleerkracht komt. In deze fase zorg je dat je groep een goede groep blijft door veel samenwerkingsvormen te gebruiken en regelmatig met je klas de dag of week te evalueren.

5. Adjourning
De groep nadert het eind van het jaar; in deze laatste fase kan er normvervaging optreden. Nu alles toch ophoudt, zijn de groepsafspraken ook niet meer zo belangrijk. Vooral groepen 8 maken deze fase heviger door dan de andere groepen. Kinderen voelen het afscheid nabij komen en reageren daar soms op door op elkaar te gaan lopen vitten. Ook vinden ze ineens de leerkracht niet meer zo leuk en de activiteiten ‘stom’. Zo maken ze het afscheid wat minder pijnlijk. Er zijn overigens ook groepen die ineens heel klef worden en na schooltijd allerlei dingen samen gaan doen.

Het 'wij-gevoel' draagt bij aan een goede sfeer: leerlingen die voelen dat ze erbij horen, doen minder snel vervelend

De fases die groepen altijd doorlopen, kun je als leerkracht beïnvloeden. Per fase kun je een aantal dingen doen om een positieve uitkomst van dit groepsproces te bewerkstelligen: als dat lukt, voorkom je daarmee veel gedragsproblemen.

Veilig klimaat
Allereerst moet je als leerkracht zorgen voor een veilig klimaat. Zorg voor een uitgebreide kennismaking. Doe veel kennismakingsspelletjes. Op internet vind je er velen: denk aan spelletjes als ‘mix-bevries’, ‘ik ook’, ‘de groep leidt de blindeman’, enzovoorts.

Kennismakingsspel ‘Dit ben ik’
Doel: Kinderen laten aan andere kinderen zien wie ze zijn.
Elk kind maakt een paar foto’s van zijn dagelijks leven: het gezin, de sportclub, buiten in de buurt. Kinderen presenteren dit op het digibord. Je kunt de foto’s ook uitprinten en in de klas hangen.

Vertel ook over jezelf. Wie ben jij en wat verwacht jij van de groep? Houd daarover gesprekjes met je klas. Zo haal je meteen de normingsfase naar voren en werk je vanaf minuut één in het schooljaar aan de groepsnormen. Het werk komt nog even op de tweede plaats. Maak samen met je klas zo’n vijf tot zeven groepsafspraken. Leg geen regels op; opgelegde regels werken minder goed. Iedereen, dus ook de leerkracht, moet de groepsafspraken ondertekenen. De afspraken hang je vervolgens op een goed zichtbare plek in de klas op.
Bespreek dagelijks de dag met de kinderen en benoem de positieve dingen, vooral de zaken die met de gemaakte afspraken te maken hebben. Laat negatieve gebeurtenissen bewust achterwege. Zo gaan de kinderen met een goed gevoel naar huis. Wat niet zo goed ging, bespreek je kort van tevoren wanneer die situatie zich weer aandient. Zorg ervoor dat vooral de kinderen aan het woord komen die het voorgaande jaar een positieve rol in de groep hadden. De informatie van je collega uit het voorgaande jaar kun je daar goed voor gebruiken. Evalueer de afspraken na een week en stel ze zo nodig bij. Herhaal de afspraken regelmatig.

Tip: om te kijken welke kinderen een bepaalde rol innemen, staat op de website www.gripopdegroep.nl de Checklist Rolherkenning (Van Engelen, 2007). Daarmee kan een leerkracht van een aantal kinderen informatie doorgeven die het volgend jaar bij het groepsvormingsproces gebruikt kan worden. Op deze site vind je ook extra oefeningen voor positieve groepsvorming en tools die je kunt gebruiken om je groep in kaart te brengen.

Houd ook gesprekjes over hoe de sfeer in de groep is en wat er misschien moet worden verbeterd. Probeer tijdens deze gesprekken eerst kinderen aan het woord te laten die positieve leiders zijn of zouden kunnen worden. De rest van de groep hoort daardoor positieve verhalen en zal net zo willen doen als die leiders. Andersom kunnen de groepsleden positieve dingen noemen waar de leiders aan willen voldoen, zodat zij leider kunnen zijn met goedkeuring van de groepsleden.

Niemand blijft alleen
Zorg de eerste twee weken voor een scala aan groepsvormende spelletjes. Doe er een aantal per dag. De spelletjes zorgen voor veel plezier en voor een positieve groepssfeer. Als leerkracht kies je zelf de groepjes. Als kinderen zelf kiezen, blijven er vaak kinderen over of zijn er kinderen die altijd als laatste gekozen worden. Kies bij elk spel andere combinaties: jongens, meisjes, sportief, niet sportief, alles door elkaar. Natuurlijk kun je ter afwisseling best eens de kinderen zelf laten kiezen. Mocht er op zo’n moment een kind overblijven, dan kun je dit meteen bespreken. Hiermee doe je een beroep op de groepsverantwoordelijkheid: we horen er allemaal bij. Wanneer het op een dag niet zo lekker gaat, doe dan tóch de groepsvormende spelletjes. Bespreek wel dat je het jammer vindt dat het daarvoor niet zo goed ging. Als je de spelletjes afblaast, werkt dit negatief op het groepsbeeld: ‘Zie je wel, we kunnen het toch niet.’

Kring van knieën
Doel: laten zien dat samenwerken nodig is.
Zet de tafels aan de kant. De kinderen staan in twee kringen met hun gezicht naar het midden. Laat iedereen een kwartslag draaien. Nu moet iedereen op de knieën van de leerling achter hem gaan zitten. De groep die het eerst ‘zit’ op elkaars knieën zonder om te vallen heeft gewonnen.

Niet alleen, maar samen
Werk in de klas veel met groepsopdrachten. Doe dit ook in wisselende groepjes en stel ook hier zelf de groepjes samen. De groepsopdrachten worden altijd gezamenlijk begonnen en afgesloten. Het is handig als je groepsopdrachten gebruikt waarbij de groepsleden elkaar nodig hebben om het geheel te kunnen maken. Denk aan een tekening die uit vier afzonderlijke stukken bestaat of een mattenrace met gym, waarbij de hele groep de mat naar de overkant moet zien te krijgen. Die onderlinge afhankelijkheid laat de kinderen ervaren dat ze elkaar nodig hebben om succesvol te zijn en dat ieders bijdrage van belang is.
Kijk bij de nabespreking met de klas hoofdzakelijk naar het proces. Bespreek ook hier vooral de positieve dingen. Zo ervaren de kinderen dat ze competent zijn. De dingen die niet zo goed gingen, kun je weer kort noemen als je de volgende keer aan het werk gaat.

Het ‘wij-gevoel’
Een wezenlijke bijdrage aan een goede groepssfeer is het ‘wij-gevoel’. Als je voelt dat je bij een leuke groep hoort, ga je veel minder snel vervelend doen. Maak de kinderen verantwoordelijk voor hun lokaal en voor wat zich daar afspeelt. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je lokaal aan het begin van het jaar vrij leeg is. Vertel aan de kinderen dat het hun taak is om het gezellig te maken. Maak de kinderen trots op en verantwoordelijk voor hun groep, voor elkaar en hun lokaal. In plaats van een klassendienst van twee kinderen, kun je een takenbord met een scala aan taken maken. Voor elke taak is een kind of een groepje kinderen verantwoordelijk: er zijn dus kinderen die de planten verzorgen, anderen ruimen de kasten even op, weer anderen zetten de computers uit, enzovoorts.

Conflicten horen erbij
In de stormingfase, maar uiteraard ook in de rest van het jaar, zullen er onderlinge conflicten zijn. Negeer die niet, maar maak ze bespreekbaar. Daarmee zet je de toon over omgaan met elkaar. Praat conflicten uit. Gebruik hoor en wederhoor en laat vertellen wat de oplossing zou kunnen zijn. Kies gezamenlijk de beste oplossing en zorg dat de ruziemakers hieraan meewerken. Het is goed als kinderen leren hun eigen conflicten op te lossen. Problemen tussen kinderen kun je (zeker in hogere groepen) laten oplossen door de kinderen zelf. Dat kan met hulp van de leerkracht of met hulp van kinderen die door beide partijen geaccepteerd worden.

Tip: het is handig om na drie weken intervisie te houden over het groepsvormingsproces. Welke kinderen vallen op? Heb je de geplande groepsvormende oefeningen gedaan? Waar loop je tegenaan? Met collega’s kun je dan overleggen of en hoe er bijgestuurd moet worden. Tijdens de periode tot de herfstvakantie is het goed als de intern begeleider regelmatig informeert hoe de groepsvorming verloopt.

Groepjes husselen
Als je voorgaande fases goed doorloopt, is je klas klaar voor de performingfase. Deze fase kenmerkt zich bij een goede groep door rust en evenwicht. Er kan gewerkt worden. De goede sfeer kun je onderhouden door veelvuldig samenwerkingsopdrachten te blijven doen en door vaak te praten over hoe kinderen de klas beleven. Doe dit individueel én met de hele groep. Geef de groep steeds meer verantwoordelijkheid voor elkaar en voor bepaalde zaken in de klas. Wissel na elke vakantie de samenstelling van de groepjes. Kinderen die bij elkaar zitten, gaan elkaar vaak meer waarderen.

Tip: zorg voor coöperatief leren, dat draagt bij aan een positieve groepsvorming. Mooie voorbeelden zijn de werkvormen delen-delen-uitwisselen, genummerde hoofden of de placematmethode.

Wapenen tegen afscheid
Als leerkracht moet je tijdens deze laatste fase alert zijn op normvervaging; afspraken gelden niet meer, we gaan immers weg. Vooral in groep 8 zou dit kunnen spelen. Bespreek het onmiddellijk met je groep als je ziet dat afspraken vervagen. Begeleid ze in het afscheid nemen, zeker in groep 8. Kijk samen terug op het jaar, schenk aandacht aan de emoties die horen bij afscheid nemen en kijk vooruit naar nieuwe leuke dingen. Het is aan te raden om drie keer in het jaar een sociogram te maken. Wacht een week of twee met het eerste sociogram; kinderen moeten eerst even wennen. Het sociogram kan je helpen om bepaalde groepjes te vormen of juist uit elkaar te halen. Omdat sociale relaties veranderen, is het raadzaam dit drie keer per jaar te doen. In JSW (juni 2015) is eerder een praktijkbijdrage gepubliceerd, die een aantal manieren belicht om groepjes samen te stellen als leerlingen groepsopdrachten gaan maken. Ook de sociometrische aanpak wordt besproken.

Tip: ga naar www.klassenkracht.nl en download 108 werkvormen om van jouw klas een TOP-groep te maken (uitgeverij Leuker.nu).

Book iconMediatips

• Appacki, C. (2011). Energize! Groepsactiviteiten voor groot en klein. Amsterdam: Meppel: Edu-Actief.
• Bakker, M., & Mijland, I.( 2009). Handboek Positieve groepsvorming. Esch: Quirijn.
• Bijleveld, B. (2011). De gouden weken. Groepsvorming en ouderbetrokkenheid. Drachten: Eduforce.
• Bijlsma, J. (2015). Klasse(n)kracht. Met respect voor de klas. In 7 stappen naar een veilig en sociaal groepsklimaat.
• Groepsvorming (filmpje): https://www.youtube.com/watch?v=uzzuy9paZXA.

Book iconLiteratuurlijst

• Engelen, R. van (2014). Grip op de groep. Amersfoort: ThiemeMeulenhoff.
• Horeweg, A. (2015). Gedragsproblemen in de klas in het basisonderwijs. Houten: Lannoocampus.
• Remmerswaal, J. (2006). Handboek groepsdynamica. Een inleiding op theorie en praktijk. Soest: Nelissen.
• Tuckman, B.W. (1965). Developmental Sequence in Small Groups. Psychological Bulletin, 63 (6), 384-399.