Leer je leerlingen kennen met taalportretten
Wil je talige diversiteit in de klas verwelkomen? Laat de kinderen hun eigen taalportret maken. De kleurige zelfportretten vormen een mooie basis voor waardevolle gesprekken!
Taal is onderdeel van wie je bent. Met een taalportret krijgen kinderen de kans om die kant van zichzelf te laten zien aan hun klasgenoten en aan jou als leerkracht. Zo ervaren ze dat alle taalkennis die ze bezitten belangrijk en waardevol is. Vanuit die waardering ontstaat een gesprek: hoe kunnen en willen kinderen hun talen gebruiken en verder ontwikkelen?
Wat is een taalportret?
Een taalportret is een zelfportret waarmee een kind laat zien welke talen hij of zij kent.
Kinderen krijgen een werkblad (zie de volgende bladzijde), kiezen voor elke taal een kleur en vullen hun portret daarmee in. Het gaat niet alleen om talen die ze spreken, maar ook talen die ze (een beetje) begrijpen of waarmee ze affiniteit hebben, inclusief streektalen en dialecten.
Tijdens het tekenen denken ze na over waar ze de talen in hun lijf willen plaatsen. Wat is bijvoorbeeld de taal van hun hart, hoofd en handen?
Wat heb je nodig?
- Jouw eigen ingevulde taalportret
- Per kind een werkblad
- Kleurpotloden of stiften
Opbouw van de les
Stap 1: Introductie
Vertel iets over jezelf en jouw talen: de talen die je spreekt, begrijpt en mooi vindt. Prikkel kinderen bijvoorbeeld door ze in verschillende talen te begroeten of mooie woorden uit diverse talen op het bord te zetten. Kijk op onze poster voor inspiratie!
Stap 2: Denken en delen
Laat kinderen in duo’s of kleine groepjes praten over hun talen. Gebruik de vragenkaartjes op de vorige bladzijde om het gesprek op gang te brengen. Zo ontdekken de kinderen dat iedereen op zijn eigen manier meertalig is. Benadruk dat het niet alleen gaat om talen die ze vloeiend beheersen: alle taalkennis telt, ook die Engelse songtekst die kinderen half meezingen.
Stap 3: Uitwisselen
Laat een aantal tweetallen delen wat ze hebben besproken. Schrijf op het bord welke talen genoemd worden. Zo kunnen kinderen later terugzien hoe je de namen van hun talen in het Nederlands schrijft. Als ze de naam van een taal liever in de betreffende taal opschrijven (bijvoorbeeld Français of Türkçe), mag dat natuurlijk ook!
Stap 4: Werkinstructie
Laat je eigen taalportret zien. Leg uit welke kleuren je hebt gekozen en waarom je de talen op bepaalde plekken hebt gezet. Bijvoorbeeld: “Engels heb ik in mijn hoofd gekleurd, omdat ik die taal gebruik om te studeren.” Benadruk dat kinderen hun eigen keuzes mogen maken: hoe ziet jouw portret eruit?
Stap 5: Aan de slag
Laat kinderen individueel, klassikaal of in kleine groepjes werken. Voer korte gesprekjes over hun portret. Bespreek ook wat ze in de spreekwolk bij hun portret willen schrijven en in welke taal of talen.
Stap 6: presenteren
Laat de kinderen hun taalportretten presenteren, klassikaal of in kleine groepjes. Samen kunnen ze overeenkomsten en verschillen in hun talige repertoire ontdekken. Kinderen die misschien nog niet zo vaardig zijn in het Nederlands, kunnen juist op deze manier hun talige rijkdom laten zien.
Vervolg: talen inzetten als hulpbron
De taalportretten vormen een mooi vertrekpunt voor vervolggesprekken. Bespreek met kinderen: welke talen kunnen jou helpen om te leren in de klas? Welke gebruik je het liefst, en hoe? Deze informatie helpt je om meertaligheid in je klas bewust en positief in te zetten.
Variatie: taalportretten met ouders
Je kunt deze activiteit ook doen tijdens een ouderinloop. Ouders en kinderen maken dan samen hun taalportretten. Dat leidt vaak tot mooie gesprekken tussen ouders en kinderen én laat zien dat thuistalen welkom zijn in de klas.