Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
16/12/2025
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Saskia Versloot

Meertalige rijkdom in de klas

De wereld in de klas is rijker dan ooit. Steeds meer leerlingen spreken meerdere talen en brengen verschillende culturele ervaringen mee. De nieuwe kerndoelen voor het basisonderwijs Nederlands sluiten hier expliciet op aan en dat is vernieuwend!

Hoe integreer je dit in je dagelijkse lespraktijk?

Save the children

Foto’s Vincent van den Hoogen

Schattingen verschillen, maar ongeveer 25 procent van de basisschoolkinderen in Nederland spreekt thuis een andere taal dan Nederlands. Het kan gaan om kinderen die thuis een dialect spreken, kinderen van arbeidsmigranten, vluchtelingenkinderen of gezinnen met ouders die beiden een andere moedertaal spreken. De nieuwe kerndoelen geven meertaligheid, talenbewustzijn én cultuurbewustzijn een duidelijke plek binnen het taalonderwijs. Niet als extraatje, maar als essentieel onderdeel van wat leerlingen leren.

Leefwereld van alle leerlingen

Een voorbeeld van een nieuw kerndoel dat meertaligheid raakt is doel 7: De leerling verkent het gebruik van taal. De leerling verkent hoe je met taal uiting geeft aan identiteit. De leerling verkent taalvariatie en taalverandering in het Nederlandse taalgebied. Dit klinkt misschien abstract, maar waar het om gaat is dat leerkrachten hiermee beter aansluiten bij de leefwereld van ál hun leerlingen. Waar anderstalige leerlingen doorgaans worden gestimuleerd om snel over te schakelen op het Nederlands, nodigen de nieuwe kerndoelen uit om andere talen in te zetten als waardevolle bron voor taalontwikkeling. Zo leren kinderen niet alleen nieuwe woorden, maar ontwikkelen ze ook talenbewustzijn (hoe talen in elkaar zitten), meertaligheid (gebruik van meerdere talen als kracht) en cultuurbewustzijn (begrip voor verschillende gebruiken en perspectieven). Niet als extra project of themadag: dit ís de taalles. Daarin zit de vernieuwing.

Leerlingen uit groep 4 hebben taalles over ‘eten’. De leerkracht vraagt: “Wie weet hoe je ‘appel’ zegt in een andere taal?” Kinderen steken enthousiast hun hand op: “Tuffah” (Arabisch), “Jabłko” (Pools), “Elma” (Turks). De leerlingen maken een lijst van vertalingen en bespreken de overeenkomsten en verschillen tussen de woorden. Er ontstaat een gesprek over hoe je appels in verschillende culturen eet: met honing tijdens Joodse nieuwjaar, als vulling in Poolse pierogi én in de Nederlandse appeltaart.

Talige identiteit en zelfbeeld

Voor veel kinderen is hun meertaligheid geen ‘taalvaardigheid’, maar gewoon onderdeel van hun identiteit. Het is hoe ze denken, dromen, zich uitdrukken. Dat krijgt erkenning in de nieuwe kerndoelen. De talige identiteit van kinderen gaat over wie ze zijn in en door taal. Het is het geheel van talen en taalervaringen die een kind met zich meedraagt én hoe het kind zich daarin herkend en erkend voelt. Taal is namelijk niet neutraal: het is verweven met waar je vandaan komt, met hoe je thuis praat, met welke taal je emoties uitdrukt, hoe je denkt en hoe je je verhoudt tot anderen. Sommige kinderen groeien op in een meertalige omgeving, anderen spreken thuis een dialect en weer anderen wisselen moeiteloos tussen straattaal en schooltaal. Al die vormen maken deel uit van hun talige zelfbeeld.

Meester Sam bespreekt met zijn collega’s hoe hij de taal en cultuur van zijn anderstalige leerlingen in groep 6 zichtbaar kan maken. Hij haalt de boekenserie Mijn familie komt uit… in de klas. Tijdens het leesuurtje lezen de anderstalige leerlingen dit boek samen met een klasgenoot. Het levert mooie gesprekken op. Een klasgenootje: “Ik wist niet dat Fario in zijn land een ezel als huisdier had, die bij hun in huis mocht lopen! Dat lijkt mij ook leuk, want op onze boerderij blijven de dieren altijd buiten.” Als Fario vertelt over zijn thuisland, gebruikt hij daarbij ook woorden uit zijn thuistaal. Zoals ‘himaron’ voor ezel. Alle leerlingen genieten van deze uitwisseling en Fario is trots op zijn herkomst, hij glundert!

Meertalige kinderen bouwen vaak een sterk taalgevoel op. Ze kunnen snel schakelen, hebben gevoel voor klanken en begrijpen intuïtief dat je dingen op verschillende manieren kunt zeggen. Tegelijk worden ze soms onzeker als ze fouten maken of als hun talen ‘door elkaar’ lopen. Als een kind merkt dat zijn of haar taal of taalgebruik er mag zijn, groeit het in zelfvertrouwen en betrokkenheid. Het voelt zich gezien. Als de thuistaal onzichtbaar blijft op school, of zelfs wordt afgekeurd, kan dat gaan knagen aan het gevoel van eigenwaarde. Daarom is het zo belangrijk dat leerkrachten oog hebben voor de talige identiteit van elk kind. Niet om alle talen perfect te beheersen, maar om ruimte te geven aan wie een kind is, in zijn eigen taal én cultuur.

Cultureel bewustzijn in het onderwijs

Taal kun je niet los zien van cultuur. Woorden, gebaren, manieren van spreken: ze horen bij hoe we denken, voelen en samenleven. Veel kinderen in het basisonderwijs bewegen zich tussen twee werelden. Thuis spreken ze Arabisch, Pools, Turks of Tigrinya, in een warm nest vol gewoontes, humor en rituelen. Op school schakelen ze over naar het Nederlands. Niet alleen in taal, maar ook in gedrag, verwachtingen en manieren van communiceren.

Yasmin uit groep 6 spreekt thuis Arabisch. Op school zegt ze niets als de juf vraagt wie er een spreekbeurt wil houden. Niet omdat ze het niet kan, maar omdat het onderwerp (je favoriete vakantie in Nederland) niet aansluit bij haar ­beleving. Ze voelt zich even ‘anders’. Alsof haar thuisleven buiten de klas blijft.

De nieuwe kerndoelen, opgesteld in intensieve samenwerking met leerkrachten, brengen daar verandering in. Meertaligheid, talenbewustzijn en cultuurbewustzijn worden wezenlijke onderdelen van goed taalonderwijs. Door aandacht te geven aan de diversiteit van taal en cultuur in de klas vergroot je de taalvaardigheid van álle leerlingen en groeit het begrip voor elkaar.

Tijdens thema ‘Vieren’ richt juf Miranda in groep 3 een kijk- en verteltafel in. De leerlingen nemen in aanloop naar de feestdagen materialen mee die te maken hebben met ‘vieren’ en gaan daarover in gesprek. Miranda nodigt haar anderstalige leerlingen én hun ouders uit om ook dingen mee te nemen die met ‘vieren’ te maken hebben. Hadisjas moeder brengt ‘briwats’ mee: een Marokkaanse lekkernij. “Want wij vieren met lekker eten.” Er volgt een rijk gesprek over wat je eet bij vieringen, in zowel het Nederlands als met woorden uit andere talen.

Begin met een open houding

Voor veel leerkrachten is meertaligheid in de klas al dagelijkse kost: overal zijn gezinnen die leven vanuit een niet-alleen-Nederlandse cultuur, soms al generaties lang. Nieuw is dat de kerndoelen álle leerkrachten uitnodigen om les te geven vanuit dit breder perspectief op talen en culturen. Dat klinkt veelbelovend, maar kan ook overweldigend zijn. Zeker als je zelf eentalig bent opgegroeid of niet precies weet hoe je meertaligheid kunt integreren in je dagelijkse lespraktijk. Moet ik opeens al die thuistalen spreken? Nee: meertaligheid gaat niet over het beheersen van veel talen, maar over het erkennen dat er meer talen zijn dan alleen het Nederlands. En dat die thuistalen waardevol zijn voor het leren en het zelfbeeld van kinderen. De kunst is om klein te beginnen, met een open houding. Interactie vanuit oprechte interesse voor je leerlingen is de ingang om hun talige en culturele achtergrond te leren kennen. Dit maakt onderwijs eigentijdser, rijker en het leren gemakkelijker.

Meertaligheid gaat over het erkennen van andere talen

3 praktische adviezen

1 Stel kinderen vragen over hun thuistaal

Je hoeft een taal niet te spreken om er belangstelling voor te tonen. Vraag een kind hoe iets in zijn thuistaal klinkt. Laat ze vertellen over hun taal en geef daar positieve aandacht aan. Zo geef je een krachtig signaal: jouw taal mag er zijn.

2 Gebruik thuistalen als brug naar het Nederlands

Als een kind een woord niet weet in het Nederlands, moedig dan aan het woord eerst in de thuistaal te zeggen. Zoek samen naar een Nederlandse vertaling. Zo leert het kind nieuwe woorden vanuit het eigen referentie­kader. Dat werkt vaak beter én sneller.

3 Maak ruimte zonder het onderwijs op z’n kop te zetten

Je hoeft je methode niet te herschrijven om meertaligheid een plek te geven. Vraag in de woordenschatles: “Wie kent dit woord in een andere taal?”. Of maak een hoek met daarin anders­talige prentenboeken.

Book iconLiteratuurlijst

Download dit artikel gratis

Interessant hè?! Wil je dit artikel graag volledig lezen, maar ben je (nog) geen abonnee? Klik dan hieronder om dit artikel gratis te downloaden. De eerste twee artikelen krijg je van de redactie, daarna vragen we je om een (online) abonnement af te sluiten. Veel leesplezier!

Saskia Versloot

Saskia Versloot is taalspecialist bij IJsselgroep en gespecialiseerd in meertaligheid. Zij begeleidt scholen met vraagstukken rondom omgaan met anderstalige kinderen.