Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Taal
12/09/2019
Leestijd 3-5 minuten
Geschreven door Leontine le Blanc

Praktijk: Kinderboekenweek

Leesbevordering en boekpromotie, daar moet het in de Kinderboekenweek om gaan. Voorlezen, zelf lezen, lezen stimuleren, praten over boeken en het enthousiasme over boeken delen.

Save the children

Boeken onder de aandacht brengen bij lezers is één van de hoofdtaken van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB), die de Kinderboekenweek organiseert. Tijdens de Kinderboekenweek, die dit jaar wordt gehouden van 2 tot 13 oktober 2019, moet het dus gaan om kinderboeken en leesbeleving. Aan te raden is om tijdens deze belangrijke week, of eigenlijk tien dagen, niet te veel aandacht te besteden aan activiteiten zoals het zingen en dansen van een lied of knutselactiviteiten die niets met boeken te maken hebben. Een creatieve verwerkingsvorm ná het lezen van een boek is wel een goede activiteit en een mooie aanleiding om over het boek in gesprek te gaan. Enkel een opdracht om bijvoorbeeld een nieuw voertuig te ontwerpen, omdat dit het thema van de Kinderboekenweek is, zal het lezen niet bevorderen. Gebruik de week waarvoor die ooit is bedacht: om het lezen van kinderboeken extra te promoten.

Voorbeeldzevenaar

Neef Karel ging op wereldreis
Theo, Stien en Daatje bleven thuis
Neef Karel was heel dichtbij
‘Een brief, een brief!’ riep Theo ’s morgens
Neef Karel was op zolder
Theo, Stien en Daatje bleven thuis
Neef Karel was heel dichtbij

Zevenaar gemaakt naar aanleiding van ‘De droomreis van neef Karel’

Reis mee!
De activiteiten kunnen natuurlijk wel rondom het thema plaatsvinden en creatief zijn, áls het maar om lezen en kinderboeken gaat. Dit jaar staan voertuigen centraal bij het thema ‘Reis mee!’ Een mooi thema om met een aantal opdrachten aan de slag te gaan.
In het boek De droomreis van neef Karel (De Haas, Van den Hurk, & Vermeltfoor, 2019) doet Karel alsof hij op wereldreis gaat. Hij verstopt zich echter op zolder met een koffer vol schrijfspullen en zijn postzegelverzameling uit verre landen. Vanaf de zolder schrijft hij brieven aan de thuisblijvers over de spannende avonturen die hij beleeft tijdens zijn zogenaamde wereldreis. Op de schutbladen van dit prentenboek zijn de postzegels uit de verzameling van Karel te zien. Het boek is eigenlijk voor kleuters bedoeld, maar voor deze opdracht ook prima in te zetten in groep 3 of 4 om voor te lezen. Erg bijzonder aan het boek is dat er een app met augmented reality bij is gemaakt. Hier kunnen leerlingen naar het voorleesverhaal luisteren en komen de tekeningen tot leven in beeld en geluid.
Bij deze opdrachten lees je De droomreis van neef Karel én een ander zelfgekozen boek voor. Het andere boek hoeft niet per se over reizen of voertuigen te gaan. Je kunt de opdracht eventueel moeilijker maken door het tweede boek niet voor te lezen, maar iedere leerling zelfstandig een boek te laten lezen.
Over het andere zelfgekozen boek ga je met je leerlingen in gesprek, waarbij je een vergelijking maakt met De droomreis van neef Karel. Je stelt hierbij een aantal vragen, die de kinderen ook kunnen beantwoorden op kopieerblad 1 (zie pagina 26). Stel dat de hoofdpersoon van jouw boek zogenaamd op wereldreis zou gaan. Wat zou hij dan zeggen dat hij zou beleven? Wie zijn de thuisblijvers aan wie hij een brief zou schrijven? Ook hier kun je weer differentiëren. Als de leerlingen al kunnen schrijven, dan kun je ze een brief laten schrijven vanuit de zogenaamde plek van de hoofdpersoon aan de thuisblijvers.

Save the children

Postzegel ontwerpen
Een ander idee is een postzegel ontwerpen met een voorwerp of persoon waar het andere boek mee te maken heeft (zie kopieerblad 2 op pagina 27). Kijk voor voorbeelden van postzegels op de schutbladen van De droomreis van neef Karel. Naast deze twee kopieerbladen kun je ook onderstaande drie ideeën voor leesbevordering in de Kinderboekenweek inzetten:
1. Laat de leerlingen naar aanleiding van een gezamenlijk gelezen of zelf gelezen boek een affiche ontwerpen van een zogenaamd reisbureau. Dit kan reclame zijn voor een stad of land dat voorkomt in het gelezen boek, maar je kunt ook een reis maken in de tijd.
2. Zelf een boek maken, is volgens Chambers (2012) de beste manier om te ontdekken hoe het maken ervan werkt. Er is volgens hem een nauwe relatie tussen schrijven en lezen, want beide vereisen creativiteit en interpretatie. Je kunt leerlingen een geschreven boek laten maken rondom reizen of voertuigen, maar als leerlingen nog niet kunnen schrijven, kan dit ook een boek met alleen tekeningen worden. Ze kunnen het verhaal dan erbij vertellen.
3. Walta (2014) noemt in Open boek dat enkele dichtvormen zeer geschikt zijn om het verhaal van een prentenboek in te verwerken. Naast dat dit een leuke verwerkingsvorm is, zorgt het gedichtje er ook voor dat de leerlingen de kern van het verhaal uit het prentenboek beter begrijpen. Een gedichtje uit het hoofd leren, is daarnaast een uitstekende geheugentraining, zo stelde professor ontwikkelings- en onderwijspsychologie Wim van den Broeck in juli 2019 op Twitter. Daarnaast is dit volgens hem prima voor de fonologische ontwikkeling en vooral leuk en goed om de liefde voor taal bij te brengen. Jos Walta, leesbevorderaar en eigenaar van kinderboekwinkel De Boekenberg, noemt dat je als leerkracht het gedicht zelf kunt maken of samen met de leerlingen. Oudere leerlingen zouden dit ook zelf kunnen maken. Walta noemt een elfje, rondeel of zevenaar als voorbeelden. Meer ideeën voor dichtvormen zijn te vinden op www.mijmerenoppapier.wordpress.com/schrijfvormen. Bij het maken van de zevenaar stel je vijf vragen over het verhaal aan de leerlingen (zie het kader ‘Voorbeeldvragen’). De antwoorden op de vijf vragen schrijf je in mooie zinnen willekeurig door elkaar op. Het antwoord van regel 2 wordt herhaald bij regel 6. Het antwoord van regel 3 wordt herhaald bij regel 7.

Voorbeeldvragen
Voorbeelden van vragen om in de zevenaar te beantwoorden (Walta, 2014):
• Over wie gaat het verhaal?
• Waar waren ze?
• Wat was er aan de hand?
• Wat deed een personage uit het boek?
• Wat zei een personage uit het boek?