Over de grens: Aruba, Suriname, Bangkok
Tien jaar geleden was Kees Meinders niet van plan om Groningen te verlaten. Laat staan om naar het buitenland te vertrekken. Hij deed het toch. Via Aruba, Suriname en wederom Aruba belandde hij in de Thaise hoofdstad Bangkok, waar hij nu werkt. Aan een terugkeer denkt hij voorlopig niet!
Foto’s Kees Meinders
“In Nederland kreeg ik geen vast contract,” vertelt Kees vanuit zijn Thaise klaslokaal. “Er was in de provincie Groningen een overschot aan leerkrachten en ik belandde in een invalpool. Op een gegeven moment leek daar een vast contract uit te rollen. Maar vlak voor het einde van het schooljaar kreeg ik te horen dat het niet doorging, omdat er collega’s terugkwamen van zwangerschapsverlof.
Ik was teleurgesteld en ging mijn grenzen verleggen. Letterlijk: in Amsterdam zaten ze wél op leerkrachten te wachten. Net toen ik mentaal klaar was om die stap te zetten, ontwaakte er echter een sluimerend gevoel van binnen. Een stemmetje dat vroeg: ‘Kom ik eigenlijk wel volledig tot mijn recht in Nederland?’
En wat had ik te verliezen? Ik herinnerde me de positieve berichten op social media van een oud-studiegenoot die in Aruba werkte, ging op onderzoek uit, vond een vacature op het eiland, solliciteerde en werd aangenomen. Dat ging ineens snel!
Het eerste jaar op Aruba werd gekenmerkt door lesgeven in een schoolsysteem dat niet heel erg afwijkt van het Nederlandse. Maar ook door feestjes en etentjes met andere jonge Nederlandse leerkrachten die het avontuur waren aangegaan.
Daarna koos ik voor een andere levensstijl. Ik probeerde meer te integreren in de Arubaanse cultuur en wat minder door het leven te gaan als een ‘makamba’, een Hollander die iedere dag in korte broek en slippers door het leven gaat. Ik concentreerde me op het onderwijs, ging meer sporten, leerde Papiamento en Spaans – want Nederlands is voor de grote meerderheid niet de eerste taal – en zo hoopte ik meer contact te krijgen met de autochtone bevolking of Nederlanders die wat langer bleven.
Na drie jaar Aruba kreeg ik de kans om onderdirecteur te worden op een school in Suriname. Leiding geven en faciliterend werk ambieerde ik al langer.
“Ik probeerde op Aruba meer contact te krijgen met de autochtone bevolking”
Suriname kwam zomaar op mijn pad. Ik kreeg daarmee ook de uitdaging om zowel de Creoolse, Chinese, Hindoestaanse, Javaanse als de Nederlandse neuzen dezelfde kant op te krijgen. Geen eenvoudige klus!
Hoe verschillend de bevolkingsgroepen ook zijn, voor allemaal gold dat ik in ieder geval níet eventjes moest komen vertellen wat te doen. Dat heeft alles te maken met het koloniale verleden. Ik ben helemaal geen autoritair leider, maar ik moest er in Suriname goed opletten dat de collega’s zich eerst op hun gemak voelden, voordat ik tot de kernboodschap kwam. Vergaderingen zijn niet de plek waar je het schoolteam inlicht over nieuwe protocollen of aanstaande veranderingen. Het is eerder de gelegenheid om die zaken te bevestigen. Het voorwerk is dan al gedaan in de wandelgangen. Dáár vraag je naar de mening van je medewerkers en neem je ze mee in de besluitvorming. En als je af en toe grote porties rijst, kip en bami op tafel zet bij wijze van vrijdagmiddag-borrel voelt iedereen zich gezien en gewaardeerd!
“Grote porties rijst, kip en bami tijdens een borrel worden in Suriname wel gewaardeerd!”
En toen kwam corona. Suriname ging op slot, maar op Aruba ging het leven nog redelijk op de oude voet verder. Ik ging daar weer lesgeven en zette er nog een tandje bij door bijles te geven in de middaguren.
Na zoveel jaar buitenlandervaring ging er weer een deur open toen de Nederlandse School in Bangkok een combinatie van een leerkracht en directeur zocht. Wat een perfecte mix!
Zodoende werk ik nu alweer vier jaar in Thailand. De helft van de tijd als leerkracht Nederlands voor kinderen met doorgaans ten minste één Nederlandse of Vlaamse ouder. De leerlingen zijn tussen de vier en zestien jaar oud: differentiëren dus!
De andere helft van de tijd houd ik me bezig met gesprekken met coördinatoren, language leaders en het bestuur van de Engelse en Amerikaanse school. Samen met die scholen vormen we namelijk een internationale school, waarbij de ‘Nederlandse’ leerlingen met mij aan de slag gaan met Nieuwsbegrip, spelling, enz. De faciliteiten op school zijn goed, de collega’s aardig en ook buiten het werk heb ik het erg naar mijn zin in Thailand. De natuur is prachtig en Bangkok is een metropool waar je van alles kunt doen. Ik heb het hier goed naar mijn zin.
Ik verwacht niet dat ik nog in Nederland voor de klas kom te staan. Ik vraag me af of ik er zou kunnen aarden: het weer, de boterhammen met kaas… Als ik terug zou keren, dan misschien voor een multiculturele school of op een internationale school, waar ik culturen met elkaar kan verbinden. Wat buiten mijn passie voor onderwijs doe ik dát heel graag.” ¶