Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
17/03/2019
Leestijd 6-9 minuten
Geschreven door Ronald Buitelaar

‘Leerkracht is het belangrijkst in een klas’

Renée van Eijk is een geboren leerkracht en ontwikkelde zich de afgelopen jaren in rap tempo tot een onderwijsduizendpoot. Ze is pas 34 jaar, staat nog steeds met veel plezier twee dagen per week voor de klas bij basisschool de Pijler op de Kop van Zuid in Rotterdam en heeft daarnaast een indrukwekkende lijst nevenactiviteiten op haar curriculum vitae. Van politieke spelletjes en mediarumoer moet Van Eijk niets hebben. Liever levert ze op een positieve wijze een bijdrage aan kwalitatief goed onderwijs. Ik zocht haar op in Rotterdam en trof een vlot denkend en sprekend ‘onderwijsdier’ met één grote wens. Dat startende en gevorderde leerkrachten bezield onderwijs verzorgen en plezier hebben in wat zij doen: ‘Ik wil dat leerkrachten (weer) inzien dat zij de spil zijn waarom het in een klas draait.’

Save the children

Wie ben je en wat beweegt je?
‘Ik ben geboren en getogen in de Hoekse Waard en wist al vroeg dat ik juf wilde worden. Na het vwo ging ik naar de pabo en genoot ik vooral van leren door doen. Zo herinner ik me dat ik bij mijn eerste stageopdracht het sprookje van ‘Het meisje met de rode schoentjes’ voorlas en applaus van de klas kreeg. Hoe mooi is dat! Na de pabo, nu dertien jaar geleden, ging ik bij Combinatie70 werken, een basisschool in het Oude Noorden. Ik heb daar, in een achterstandswijk, heel veel geleerd. Dankzij Ria van Onna, mijn toenmalige directeur, heb ik leren kijken naar wat een kind en een groep nodig heeft en geleerd hoe ik mijn onderwijs daarop moet aanpassen. Daar is ook de basis gelegd voor de kwaliteit die ik nu als leerkracht heb. Na een aantal jaar werd ik voorzitter van Leraren met Lef, een club die de kwaliteit van het onderwijs en die van leerkrachten van onderop wil versterken. In 2015 werd ik genomineerd voor Leerkracht van het Jaar, maar haalde ik de eindstreep net niet. Dat vond ik toen niet leuk, maar achteraf pakte het voordelig voor me uit. Het zorgde dat ik mijn handen vrij had voor het panel van Onderwijs2032. Een supertoffe tijd, omdat ik op hoog niveau met heel veel mensen over onderwijs kon praten. In die periode gaf ik veel presentaties en ontdekte ik hoe leuk het is om voor grote groepen mensen over onderwijs te spreken. Na mijn overstap naar de Pijler ben ik me naast het werk in de klas bezig gaan houden met het begeleiden van startende leerkrachten bij mijn eigen bestuur en heb ik een bedrijf opgericht van waaruit ik in en over onderwijs spreek. Ik krijg veel ruimte en vertrouwen van mijn directeur en bestuur en dat zorgt dat ik een fantastische mix van werkzaamheden heb.’

Renée van Eijk: 'We moeten meer aan de slag met een betere matching van scholen en leerkrachten'

Wat is goed onderwijs?
‘Onderwijs waarbij de leerkracht kijkt en luistert naar de behoefte van een groep leerlingen en zijn/haar onderwijs daar zodanig bij aanpast dat het de leerlingen verder helpt bij hun ontwikkeling. Ik hanteer daarbij vier uitgangspunten:

  1. Ieder mens en dus ook elk kind wil gezien, gehoord en gewaardeerd worden.
  2. ‘Zijn’ en gedrag zijn twee verschillende dingen. Kinderen ZIJN niet vervelend, maar DOEN vervelend.
  3. De leerkracht is het allerbelangrijkste in de klas.
  4. Élke leerkracht kan het verschil maken voor élk kind. Aan mij als leerkracht de taak om de onderwijsbehoeften van kinderen te onderzoeken en te bepalen wat IK moet doen. Wat moet IK veranderen en aanpassen aan mijn onderwijs om daarbij aan te sluiten?

Als je je aan deze vier uitgangspunten houdt, weet ik zeker dat je elk kind goed onderwijs kunt bieden. Dat heeft niets met een onderwijsstelsel of onderwijsvisie te maken, maar alles met de kwaliteit van de leerkracht. Of een leerkracht in Nederland in een geavanceerd klaslokaal lesgeeft of in Afghanistan op twee rotsblokken, een goede leerkracht brengt kinderen tot grote hoogte. Leerkrachten die daar niet aan willen, moeten zich misschien afvragen waarom sommige klassen ontsporen. Ik begrijp dat het in het voortgezet onderwijs moeilijker ligt, omdat je telkens van klas wisselt, maar ook daar moet je kijken naar welke kinderen er voor je neus zitten.’

'Zijn' en 'gedrag' zijn twee verschillende dingen. Kindneren zijn niet vervelend, maar doen vervelend

Wat vraagt dat van een leerkracht?
‘Zelfkennis. Ik heb me weleens afgevraagd of je tijdens je pabo-opleiding niet allemaal langs een psycholoog zou moeten om meer inzicht in jezelf te krijgen. Zo bleek bijvoorbeeld bij een persoonlijkheidstest dat ik veel introverter was dan ik zelf dacht. Ik heb me er toen in verdiept en het boek Stil: de kracht van introvert zijn in een wereld die niet ophoudt met kletsen gelezen. Daarna ben ik eens beter naar mijn groep 4 bij Combinatie70 gaan kijken en kwam ik tot de ontdekking dat twaalf van mijn zestien leerlingen introvert waren. En ik maar kunstjes doen, samenwerkingsopdrachten verzinnen en dus de plank misslaan. Het vraagt ook iets van een school. Hoe match je leerkrachten met groepen? Ik zie en hoor het in heel Rotterdam. Starters die op scholen met specifieke onderwijsbehoeften op gedrag staan en er echt met power tegenaan gaan, maar toch worstelen. Ik gun ze een eerste jaar op een school als de Pijler. Niet dat het hier makkelijk is, maar wij hebben toch meer groepen met redelijk vanzelfsprekend goed werkgedrag. Met soms één of twee eruit springende kinderen. Dat is toch iets anders dan tien van de twaalf.’


Waarom gebeurt dat niet?

‘Directeuren kijken terecht eerst naar een goede bemensing van hun eigen school. Toch moeten we meer aan de slag met een betere matching van scholen en leerkrachten. Scholen die vanuit een sterke visie werken zijn ook aantrekkelijker voor leerkrachten. Eén van mijn starters staat in een kleuterklas. Een leuke, weldenkende juf. Heel intelligent ook. Ik vroeg of ze veel aanbiedingen had gehad. Bleek dat ze op vier scholen op gesprek was geweest en uiteindelijk zelf een keuze had gemaakt. Waarom ze voor die school koos? Op de andere drie had ze een verkooppraatje gekregen waarom ze daar moest komen werken. Bij de vierde school werden kritische vragen gesteld om te onderzoeken of zij bij de school paste. Dat sprak haar aan, omdat eruit bleek dat het niveau hoog is en er over onderwijs wordt nagedacht. Zo bouw je dus een goede school.’


Wat vraagt goed onderwijs en het in positie brengen van leerkrachten eigenlijk van de opleiding?

‘Ik mis zelfreflectie. Stagiairs leggen maar moeilijk verband tussen wat er gebeurt in de klas en hun eigen handelen. Ik heb weleens geopperd om te gaan werken met een glazen klas. Een ruimte met tribunes waar studenten live kunnen meekijken in een klas en een pabodocent gerichte vragen stelt: ‘Wat doet Renée nu om een einde te maken aan ongewenst gedrag?’ en ‘Hoe krijgt ze iedereen bij de les?’ En oefenen, oefenen, oefenen. Onderwijzen is een ambacht. Het is ook de manier waarop ik de startende leerkrachten coach. In een soort meester-gezel-constructie. Op hun verzoek doe ik het soms letterlijk voor.’

'stagairs leggen maar moeilijk verband tussen wat er gebeurt in de klas en hun eigen handelen'

Kun je iets meer vertellen over die coaching?
‘Het is als een pilot ontstaan met vier starters bij een bevriende directeur. Dat bleek zo’n succes dat ik bij BOOR ben gaan praten over het begeleiden van alle startende leerkrachten. BOOR heeft als doel gesteld dat ik alle eerstejaars meerdere keren zie, maar zelf wil ik het liefst ook alle tweede- en derdejaars in de klas bezoeken. De eerste keer bezoek ik ze in hun eigen klas. Er is geen terugkoppeling naar het bestuur. Geen beoordeling en ik maak alleen een verslag voor henzelf. Zij bepalen waar ik naar kijk. In het nagesprek ben ik positief over alles wat goed gaat en stel ik vragen over de rest. Binnen een maand kom ik terug en geef ik een les naar aanleiding van een onderwerp dat zij inbrengen; dat kan over een rekenles gaan, maar ook over gedrag of organisatie. Soms doodeng, maar verschrikkelijk leuk om te doen. Ook organiseer ik tweewekelijkse inspiratiesessies over onderwerpen als werkdruk, werkplezier of Teach like a champion, en kunnen ze altijd bij me terecht met vragen.’


Heb je nog handvatten en/of best practices voor (startende) leerkrachten?

  • ‘Heel mooi dat iedereen elke les begint met het benoemen van het doel, maar doe dat een beetje speels. Ik vertel bijvoorbeeld over de korting die ik op een jurk kreeg en leg uit dat we gaan berekenen om hoeveel korting het ging.
  • Spreek je verwachtingen zo concreet mogelijk uit. Alleen zeggen dat ze moeten opletten is niet genoeg. Ik had een keer een leerling die exact antwoord gaf op een vraag, maar wel onder zijn tafeltje lag. Hij lette op, maar vertoonde niet het gewenste gedrag.
  • Overstelp je leerlingen met complimenten en hanteer de gouden regel: ‘Public praise, private correction’. Dat vind je als volwassene ook prettig. Doe dat dus ook bij kinderen.
  • En tenslotte iets wat ik bij een van de startende leerkrachten in de klas zag. De betreffende leerkracht werkt in een pittige wijk en heeft in de klas allemaal knuffels. Hij heeft de kinderen verteld dat alleen hij kan horen wat ze zeggen. Zo ‘hoort’ hij hoe Buurmanknuffel tegen een meisje zegt dat zij zo hard aan het werk is dat hij graag bij haar wil zitten. Je ziet dan de trots bij dat kind. Ook is er een speciale knuffel voor een leerling die veel stress ervaart. Het klinkt misschien een beetje apart, maar het werkt fantastisch. Ik vind dat zó mooi. Ik word er blij van.’


Wat zijn je toekomstplannen?

‘Ik wil voor de klas blijven staan, omdat ik dat van grote waarde vind. Daarnaast wil ik het begeleiden van starters verder uitbouwen. Ik ben eigenlijk de enige die alle starters binnen ons bestuur live ziet en denk dat er meer gedaan kan worden met die kennis. En wat ik heel graag wil, is aan de pabo lesgeven aan zijinstromers. Ik vind dat een erg leuke, positieve groep en denk dat ik hen ook echt iets te bieden heb.’

Meer informatie over Renée van Eijk
Via haar eigen website houdt Renée van Eijk onderwijsprofessionals op de hoogte van haar activiteiten in en om onderwijs: www.reneevaneijk.com.