De leerkracht als veilige landingsplaats
Gedragsspecialist Bart Heeling over kijken achter gedrag
“Gedrag gaat niet over het kind, maar over onszelf,” zegt gedragsspecialist Bart Heeling. In dit interview pleit hij voor minder focus op labels en meer aandacht voor de innerlijke rust van de leerkracht. Hoe help je een kind dat boos, verdrietig of ontregeld is, zonder meteen te corrigeren?
Foto’s René Schotanus
Een goede leerkracht kijkt achter het gedrag van leerlingen?
“Een goede leerkracht beseft dat er gevoelens, emoties en overtuigingen over zichzelf en de wereld schuilgaan achter het gedrag van een kind. Hij of zij weet dat gedrag afhankelijk is van de thuissituatie, van de interactie met de gymleerkracht tijdens het eerste uur of van wat een kind onderweg naar school heeft meegemaakt. Maar het is onmogelijk om dat voor alle leerlingen van moment tot moment te overwegen. Bovendien weet je altijd maar tot op zekere hoogte waar een kind doorheen gaat. Ik kan bijvoorbeeld weten dat een kind een onveilig thuis heeft, maar ik zal nooit echt in zijn of haar schoenen kunnen staan. Bescheidenheid is dus op zijn plaats. Juist het besef van de complexiteit van gedrag kan ervoor zorgen dat je de focus niet op het kind legt, maar op jezelf.”
Hoe leg je de focus op het kind?
“Vaak wordt een leerkracht ergens door geprikkeld en reageert hij of zij direct. Wat hem of haar prikkelt en hoe hij of zij daarop reageert, is persoonlijk. Maar zo wordt het kind de kans ontnomen om uit een heftige emotie te stappen. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat een kind dat een emotie loslaat, een veilige landingsplaats nodig heeft. De leerkracht moet daarvoor zorgen. Hij of zij heeft innerlijke stabiliteit nodig. Vanuit rust kun je ontvankelijk worden voor alle kinderen.
Het zwaartepunt verschuift dus: de focus gaat weg van de individuele leerling en van alles wat op hem of haar wordt geprojecteerd, inclusief dossiers en stapels kennis, naar de leerkracht zelf. Die moet zich constant bewust zijn hoe hij of zij geraakt wordt en hoe je de stabiliteit weer kunt vinden om er te zijn voor de kinderen, met aanvaarding, waardering en respect voor de situatie en het kind. Gedrag gaat niet over het kind, maar over onszelf.”
“Een kind dat een emotie loslaat, heeft een veilige landingsplaats nodig”
De professional moet zich niet laten meeslepen door het gedrag van de leerling?
“Precies. Ik werd eens door de ib’er geroepen omdat een oud-leerling het schoolkantoor kort en klein sloeg. Hij was niet te bedaren en wilde alleen met mij praten. Toen hij mij zag, werd hij rustiger. We liepen naar een andere kamer en gingen zitten.
We hebben de neiging om het verbaal op te lossen: Wat is er gebeurd? Waarom was je zo boos? Maar we praatten niet. We waren gewoon puur fysiek aanwezig. Af en toe snikte hij wat, ging ik even
verzitten en zo zaten we daar drie of vier lange minuten in de kamer. Toen zei hij: ‘Het gaat wel weer. Mag ik weer naar mijn klas?’ ‘Natuurlijk,’ zei ik en ik liep met hem mee naar zijn klas. Aan de leerkracht hoefde hij niets uit te leggen, hij kon gewoon weer zitten en was welkom.”
Diagnoses van gedrag zijn ver weg in jouw verhaal. Maar die zijn er toch niet voor niets?
“We hebben veel kennis verzameld over gedragssignalen en diagnoses van gedrag, van autisme en ADHD tot dwangstoornissen en traumagerelateerd gedrag. Als ouders en leerkrachten niet meer weten hoe ze met een kind om moeten gaan, voelt een label soms als een geschenk: het ligt niet aan hen, maar aan het kind. Of er volgen gesprekken met en vooral over het kind. Professionals stellen handelingsplannen op. Maar werkt het?
Volgens de laatste telling van de Balansvereniging zitten zeventigduizend kinderen thuis. Laten we accepteren dat kinderen verschillend zijn en gedrag laten zien en dat wij dat als leerkracht
vanuit onze eigen rust kunnen kanaliseren. Daar is geen universitaire opleiding voor nodig, maar des te meer zelfkennis. Als we van school een plek maken waar kinderen niet móeten zijn, maar waar ze graag wíllen zijn, omdat het gezellig en interessant is en omdat ze er gezien worden, dan komen we een stuk verder.”
Minder werken vanuit theoretische kennis en meer aan jezelf werken als leerkracht, dus. Hoe doe je dat?
“Je kunt als schoolteam na schooltijd de fijne en lastige momenten van de dag bespreken, in kleine groepjes volgens het principe van actief luisteren.”
Actief luisteren?
“In plaats van iemand aan te vullen, boor je met actief luisteren diens zelfkennis aan. De antwoorden liggen in onszelf. Een collega kan vertellen dat hij een flinke aanvaring heeft gehad met leerling X uit groep 4. In plaats van te vragen: ‘Wat heeft hij gedaan?’ kun je spiegelen: ‘Je had vandaag een flinke aanvaring met X?’ Dan kan het antwoord zijn: ‘Ik deelde de werkboeken uit en toen gooide hij het boek de lucht in.’
We zijn geneigd te vragen: ‘Hoe reageerde je toen?’ Terwijl je als luisteraar het verhaal weer bij de verteller kunt laten: ‘Dus hij gooide zijn werkboek de lucht in?’ Waarop de collega mogelijk reageert met: ‘Ik begrijp ook wel dat hij het thuis niet makkelijk heeft…’
In het hele gesprek speelt de non-verbale communicatie een cruciale rol: belangstelling en betrokkenheid komen pas echt over als ze gepaard gaan met een open houding, waardoor de collega de ruimte voelt om zelf op verhaal te komen. Gaandeweg stuit je op diepere lagen en kan ook de persoonlijke onbalans tevoorschijn komen. Dat is het startpunt voor het vinden van persoonlijke stabiliteit, waarmee je oog hebt voor wat het kind nodig heeft.”
Hetzelfde geldt voor de leerling: die moet zelf op verhaal komen?
“Ja. In plaats van reactief een kind te berispen als hij zijn werkboek op de grond gooit of direct te vertellen dat hij dat werkboek moet oprapen, kun je eerst je eigen rust zoeken. Zodra je die gevonden hebt, kun je zeggen: ‘Ik zie dat je je werkboek op de grond hebt gegooid.’ Daar kun je het bij laten.
Je kunt op een later moment bij de leerling langslopen en zeggen: ‘Kijk, de andere kinderen zijn al aan het werk. Als je ook wilt werken, ligt jouw boekje daar, weet je nog?’
Vervolgens ga je observeren om te kijken hoe dat kind ermee omgaat. Het ene kind pakt het werkboek op en gaat aan het werk. Het andere blijft zitten en straalt uit: ‘Ik pak dat boek echt niet op.’ Dat is een signaal. Dan mag je er even naast gaan zitten en zeggen: ‘Ik zie dat jij het werkboekje nog niet gepakt hebt.’ Vaak volgt dan een verhaal. Er is iets gebeurd met een ander kind. Of er was thuis iets aan de hand. Of het kind denkt dat hij het toch niet kan. Op dat moment kun je pas achter het gedrag kijken.”
En achter de diagnose…
“Leerkrachten voeren gelukkig lang niet alles terug op labels. We hebben ook overtuigingen die de moeite waard zijn te onderzoeken. Ik ontmoette bijvoorbeeld een leerkracht die er alles aan deed om haar leerlingen samen te laten spelen. Maar het kan heel fijn zijn voor een kind om alleen te spelen en het kan wonderen doen voor de ontwikkeling. Wat was het in haar dat haar daar zo gevoelig voor maakte?
Een andere aanname is dat de veiligheid van het kind boven alles gaat: rubberen tegels, niet in bomen klimmen, er zou weleens iets kunnen gebeuren. Maar groeipijnen, risico’s nemen en misschien wel vallen horen ook bij het leerproces. Is het onze eigen angst die we projecteren op kinderen en zoeken we veiligheid in protocollen en voorschriften? Wat doet dat met hun zelf- vertrouwen in de maatschappij?
In het verlengde daarvan een laatste voorbeeld. We willen kinderen aan van alles laten wennen: eerst een paar dagen bij de kleuters voor ze echt meedraaien, huiswerk in groep zeven en acht, zodat de overgang naar de middelbare school niet te groot wordt. Zo haal je de magie van die eerste schooldag weg. Dingen mogen spannend zijn. Maar als ze een leerkracht zien die rust uitstraalt en laat weten: ‘Ik ben er voor jou’, dan weet het kind dat het veilig is. En dat is het belangrijkste.
De leerkracht moet dus, afgezien van alle kennis en kunde, innerlijk stabiel zijn en daarmee ontvankelijk zijn voor het kind. Als het kind zich bij hem of haar veilig voelt, pas dán kun je kijken achter het gedrag.”
“Innerlijke stabiliteit is belangrijker dan welk label dan ook”