Over de grens: Tanzania, Panama en Indonesië
Na 25 jaar in het Nederlands onderwijs was de tijd rijp voor een buitenlands avontuur voor Monique Klasen. Haar eerste ervaring in Tanzania smaakte naar meer en ze ging werken in het onderwijs in Panama en vervolgens in Indonesië. Nu geeft ze les aan leerlingen van de internationale schakelklas in Kampen, maar nóg een verre reis is niet uitgesloten…
“Differentiëren is een vereiste”
Toen ze in 2019 een vacature in Tanzania voorbij zag komen, solliciteerde Monique als leerkracht Nederlands en Nederlandse Taal en Cultuur voor leerlingen van het United World College East Africa. “Ik heb een kwart eeuw allerlei functies gehad in het onderwijs en aan vele groepen op meerdere scholen lesgegeven. Ik wil me graag steeds ontwikkelen, dus ik zag een buitenlands avontuur wel zitten. Ik werd aangenomen, maar de coronapandemie maakte helaas te snel een eind aan die periode. Weer in Nederland wilden mijn man en ik al vlug weg: iedereen liep hier in grijze kleding, het leven leek zo kleurloos. Wat een contrast met het kleurrijke Afrika!”
"Lesgeven over de grens vraagt om maatwerk en flexibiliteit”
Monique ging aan de slag als directeur-leerkracht in Panamastad op de Nederlandse Taal- en Cultuurschool, met de uitdaging om in korte tijd drie nieuwe lesmethodes en zes cultuurdagen in te voeren én nieuwe les- en leerplannen te schrijven.
Nadat ze voor een jaar terugkeerde als oprichter en coördinator van de Internationale Schakelklas op de noodlocatie van het AZC in Biddinghuizen, vertrok Monique in 2024 weer naar Bali om daar op een NTC-school te werken.
“Het is lastig al die ervaringen in het buitenland samen te vatten,” lacht Monique. “Geen buitenlandervaring is hetzelfde. In Panama had ik vooral kinderen van expats in de klas. In Tanzania waren die er ook, maar er zaten daarnaast veel kinderen van Tanza-
niaans-Nederlandse ouders op school die een bedrijf in de regio hadden
opgezet.
In Bali gaf ik voornamelijk les aan kinderen die echt geworteld waren op het eiland. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de natuur en cultuur buiten het klaslokaal, die onvergelijkbaar zijn!”
Monique geeft aan dat de NTC-scholen veel gemeen hebben, met aan de ene kant een leerlingpopulatie die heel divers is en aan de andere kant een soortgelijke structuur van lesmethoden, leerdoelen en (elke vier jaar) een bezoek van de Nederlandse Onderwijsinspectie. “Je werkt met kinderen van twee tot achttien jaar, van peuters tot kandidaten voor het Nederlands eindexamen. Sommigen blijven vanwege het werk van hun ouders maar één of twee jaar op school, terwijl anderen hun hele jeugd of langer in het land zullen wonen.
Bij de één is Nederlands de thuistaal, bij een ander Engels, Spaans of Swahili. Je moet dus veel differentiëren. Het is echt een vereiste dat je dat kunt of snel leert, want anders doe je de leerling tekort. Gelukkig was ik gewend te differentiëren, want ik heb lang in het Montessori-onderwijs gewerkt. Daar werk je in een klas met twintig kinderen al snel op vijftien niveaus. Het is echt belangrijk om alle leerlijnen in je hoofd te hebben, want je moet steeds snel schakelen.”
Monique schetst nog een andere uitdaging bij het lesgeven in het buitenland. “Voor Nederlandse taal en cultuur staan 120 lesuren per jaar en er zijn zes cultuurdagen voor activiteiten rond bijvoorbeeld Koningsdag en Sinterklaas. Dat is niet veel gezien de leerdoelen. En dan moet het ook nog leuk zijn om de lessen te volgen, want die komen voor de leerlingen bovenop de schooluren van hun reguliere school. Je moet daarom creatief zijn, goed kijken wat echt noodzakelijk is en naast het lesboek spelenderwijs aan de Nederlandse woordenschat werken, want daarin lopen ze de grootste achterstanden op. Ik deed dat graag in thema’s, waarbij ik de Nederlandse cultuur meteen meenam. Wat dat betreft komt het veel overeen met het werken als NT2-docent in Nederland.”
“Eén klas, tientallen achtergronden en niveaus”
Ook haar huidige werk in de internationale schakelklas in Biddinghuizen vraagt veel professionaliteit, flexibiliteit en improvisatievermogen van Monique. “Als je werkt op een ISK, weet je nooit wat je kunt verwachten. De ene dag heb je veertig leerlingen, de volgende dag tachtig. De één kan nog niet lezen, de ander heeft de middelbare school in eigen land al doorlopen. De één is heel geïnteresseerd, een ander vooral gefrustreerd. En dan zijn er zoveel verschillende achtergronden en hebben de kinderen allemaal een koffer vol verhalen.
Het verschil is dat ik op Bali, in Panama of Tanzania in het weekend of de vakantie op de motor, in de bus of in het vliegtuig stap. Even naar het strand, het regenwoud, Vietnam of Java… Dat is toch wat anders dan een uitstapje naar Elburg of de Waddenzee. Dus wie weet waar ik volgend jaar lesgeef!”