Tussen vrees en verheerlijking
“Hoe maak je een boek?” De jongen op de derde rij houdt zijn hand nog half omhoog, voor het geval het antwoord tegenvalt. Dat valt het. Geen ganzenveer. Geen inktpot. Geen zolderkamer met uitzicht op een gracht, waar de kaars opbrandt en de kat op schoot in slaap valt terwijl de muze langskomt buurten. Ik typ het. Aan een lelijk IKEA-bureau, op een computer, met veertien tabbladen open, terwijl een zoekmachine me vertelt hoe een pijlgifkikker giftig kan worden.
Elk najaar is het weer Kinderboekenweek. Het thema van 2026: Spot aan! Als kinderboekenschrijver reis ik dan het hele land door. Kinderen die stralen bij het verzinnen van verhalen, klassen die uitpuilen van de boeken en in mijn eigen groep 3 halen we alles uit de pracht en praal van het prentenboek. Fantastisch.
Een paar weken later is het de Week van de Mediawijsheid. Wat is dan het thema? Gezond schermgebruik. Laat dat even bezinken. De impliciete boodschap is onmiskenbaar. Boeken krijgen schijnwerpers, schermen een bijsluiter. Moet ik mijn lessen over digitale geletterdheid dan volproppen met waarschuwingen over gevaarlijke apparaten? Bij Nederlands zeggen we toch ook niet: pas op voor boeken, straks raak je nog verslaafd. Werden ze maar verslaafd, verzuchtte een collega ooit.
Kijk verder dan de discussie over schermtijd
Stel je voor: je komt een kamer binnen en je ziet je kind in een hoekje zitten. Voorovergebogen. Dicht op een technisch ding, ogen gefixeerd. Compleet afgesloten van de werkelijkheid. Je zwaait, je roept iets, maar krijgt nul op het rekest. Uren zit het kind daar. Zonder beweging, zonder een woord tegen wie dan ook. Wat zou je daarvan vinden? Slecht, toch? Ongezond. Zorgwekkend. Tja. Je kind is gewoon een boek aan het lezen.
Lezen van korte afstand werd ooit gezien als een van de grote boosdoeners voor bijziendheid en is dat nog steeds. Van de papierindustrie weten we dat die drie keer zoveel CO2 uitstoot als de luchtvaart. Toch bestaat ‘gezond leesgedrag’ niet als term. Boeken worden gevierd, bij schermen tellen we de minuten.
Tuurlijk is er ook onderzoek dat wijst op schade: slechter slapen, oppervlakkig leesgedrag, afleiding en aandacht. Dat klopt allemaal en dat ontken ik niet. Alleen zijn we te normatief geworden, ten koste van de leefwereld van het kind.
Daarom een voorstel: voeg de Kinderboekenweek en de Week van de Mediawijsheid samen en noem het de Week der Verwondering. Met als thema: Alles in beeld. Boeken en schermen als manieren om de wereld te begrijpen. Allebei technologie, allebei waardevol en allebei met eigen voors en tegens. Natuurlijk kun je het dan alsnog over schadelijke kanten hebben. Over schermtijd, over bijziendheid, over het milieu. Maar je start vanuit nieuwsgierigheid, niet vanuit angst. Want laten we eerlijk zijn: deze column schrijf ik toch echt zittend achter een scherm.