Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
08/09/2026
Leestijd 5-7 minuten
Geschreven door Rosalie van Zijp

Van student naar sterke starter

In 2021 verliet negen procent van de startende leerkrachten in het primair onderwijs de sector binnen een jaar (Ministerie van OCW, 2023). Die uitval hangt mede samen met de overgang van opleiding naar praktijk: starters krijgen al snel veel verantwoordelijkheid. Goede begeleiding is daarom juist in deze fase cruciaal.

Save the children

Foto Jeroen Goedknegt

Voor veel pabo-studenten voelt de eerste keer voor de klas als een sprong in het diepe. Of zij zich capabel voelen om in het onderwijs te blijven, hangt sterk af van de begeleiding die ze daarbij krijgen. Om de overgang te verkleinen, zetten steeds meer scholen en lerarenopleidingen in op ‘Samen Opleiden’, waarbij studenten al tijdens hun opleiding intensief worden begeleid op de werkvloer. De ambitie is dat in 2030 alle leerkrachten in opleiding op deze manier worden opgeleid. In Oost-Groningen gebeurt dat al. Binnen VCO-MOG, een scholenorganisatie met zo’n twintig basisscholen, werken scholen en pabo nauw samen in de begeleiding van studenten en starters. Zo groeien studenten stap voor stap in hun rol als leerkracht. Schoolopleider Ewout Wakker en pabo-studente Femke Moonen zien hoe die begeleiding het verschil maakt tussen doorgroeien en afhaken.

Intensieve begeleiding
Binnen VCO-MOG werken meerdere professionals samen rondom een student. In de klas is dat de werkplekbegeleider, een ervaren leerkracht die de student dagelijks begeleidt. Dan is er de school-
opleider vanuit de school en de instituutsopleider vanuit de pabo. Samen stemmen zij de ontwikkeling en begeleiding van de student af.
Volgens Ewout zorgt die manier van werken voor meer samenhang en sneller contact. “Wij zijn samen verantwoordelijk voor de student. Daardoor kun je sneller schakelen en beter afstemmen wat iemand nodig heeft. Studenten worden continu gevolgd. Waar begeleiding vroeger beperkt bleef tot enkele momenten per jaar, is het contact nu veel intensiever. De begeleiders hebben gemiddeld twaalf contactmomenten per jaar met studenten. Dat maakt echt verschil.”

Studenten als collega’s
Voor Femke is goede begeleiding op een school iets anders dan feedback of een beoordeling krijgen. “Het begint met een omgeving waarin je ruimte krijgt om te oefenen en fouten te maken. Dat hangt ook af van de manier waarop je wordt opgenomen in het team en of je gezien wordt als collega.”
Binnen VCO-MOG worden studenten bewust meegenomen in alles wat bij het leraarschap hoort. Ze sluiten aan bij teamoverleggen, werksessies, oudergesprekken en denken mee over ontwikkelingen binnen de school. Ook schuiven studenten bijvoorbeeld aan bij zogenoemde bordsessies, waarin teams kijken naar doelen en verbeterpunten binnen het onderwijs. Zo ervaren ze al vroeg de verantwoordelijkheid die bij het vak hoort.
Ook buiten de klas zijn studenten onderdeel van het team. Ze gaan mee naar teamuitjes en krijgen hetzelfde kerstpakket als collega’s. “Mijn klas is jouw klas. Je bent één van ons,” zegt Ewout hierover. Femke: “Die betrokkenheid zorgt ervoor dat je sneller groeit. Je voelt daardoor veel meer ruimte om te leren en je te ontwikkelen.”

Begeleiden is een vak
Een goede begeleiding van pabo-studenten vraagt van een schoolopleider andere vaardigheden dan lesgeven. “Je kunt een goede leerkracht zijn, maar dat maakt je nog geen goede begeleider,” zegt Ewout. “Wij werken daarom bewust aan die begeleidingsrol. Leerkrachten die studenten begeleiden volgen een training die samen met de pabo wordt georganiseerd. Daarin leren schoolopleiders onder meer wat studenten in verschillende fases van hun opleiding nodig hebben en welke leerdoelen daarbij horen. Als je weet wat er van een student gevraagd wordt, kun je daar ook beter op aansluiten. En dat verschilt per fase.
Een eerstejaarsstudent hoeft niet meteen zelfstandig voor een groep te staan. Eerst kijken studenten mee, sluiten ze aan bij overleggen en leren ze de praktijk kennen. Naarmate de opleiding vordert, nemen ook de verwachtingen en verantwoordelijkheden toe. Doordat begeleiders kennis hebben van de opleiding en dezelfde taal spreken, ontstaat meer duidelijkheid en betere begeleiding voor studenten.”

Fouten maken móet
Studenten sturen tijdens het traject ‘Samen Opleiden’ hun eigen ontwikkeling aan. Zij werken met een persoonlijk ontwikkelplan en bespreken in driehoeksgesprekken met de schoolopleider en instituutsopleider waarin ze willen groeien en wat ze daarvoor nodig hebben. Die begeleiding draait volgens Ewout niet alleen om beoordelen, maar vooral om ruimte geven om te oefenen. “Fouten zijn onderdeel van een leerproces.”
Een goede relatie is daarbij cruciaal. Femke merkt in de praktijk wat dat betekent. “Omdat ik me op mijn gemak voel, durf ik ook te zeggen waar ik tegenaan loop. Zo was ik tijdens mijn stageperiode niet helemaal op mijn plek. Dat besprak ik met mijn begeleiders. We hebben samen gekeken wat er precies speelde en hoe ik dat kon bespreken op school.”
“Juist op momenten dat het even schuurt, helpen we studenten om bewuster na te denken over hun eigen stijl en ontwikkeling,” zegt Ewout. “Als een student al in de eerste fase deelt wat er speelt, kun je het gesprek aangaan en kijken wat iemand nodig heeft. De korte lijnen tussen school en opleiding spelen daarin een belangrijke rol. Begeleiders spreken elkaar regelmatig en kunnen daardoor sneller handelen als een student vastloopt.”

Meer dan lesgeven
“Het leraarschap is meer dan alleen een les geven,” zegt Ewout. “Daarom draaien studenten vanaf het begin mee in het dagelijks werk op school.” Femke merkte dit tijdens haar stage, toen ze betrokken werd bij gesprekken over groepsvorming. In een klas waar veel was veranderd, mocht ze meedenken over hoe de groep weer tot een geheel kon worden gevormd. “Zo werk je echt samen aan het proces. Dat is zo leerzaam!”

Peer feedback
In het traject ‘Samen Opleiden’ leren studenten ook van elkaar in leergemeenschappen en bijeenkomsten die samen met de pabo worden georganiseerd. Ze bespreken praktijksituaties, geven elkaar feedback en kijken met behulp van video terug op lessen. Ook worden er specialisten uitgenodigd om kennis te delen. Zo vertellen gedragsspecialisten over klassenmanagement, geven intern begeleiders uitleg over hun werk en worden bijeenkomsten georganiseerd rond thema’s waaraan studenten behoefte hebben, zoals spellingdidactiek.

Afgestudeerd… en dan?
De begeleiding van een student stopt niet als hij of zij is afgestudeerd. Startende leerkrachten worden nog drie jaar begeleid. Ewout vergelijkt die fase treffend. “Als je afgestudeerd bent, heb je je rijbewijs. Maar daarna leer je pas echt autorijden.”
In dit traject komen starters regelmatig samen en is er aandacht voor thema’s die in de praktijk uitdagend zijn, zoals klassenmanagement, gedrag in de klas en de balans tussen werk en privé. Ook worden bijeenkomsten georganiseerd met deskundigen, zoals een arbeidspsycholoog die starters begeleidt in de overgang van student naar
professional.
Zo blijven startende leerkrachten zich ontwikkelen, terwijl ze al zelfstandig voor de klas staan. Zo komen starters met meer vertrouwen en houvast hun eerste jaren door.

“Met alleen een rijbewijs kun je nog niet autorijden”

Negen procent van de startende leerkrachten verlaat binnen een jaar het basisonderwijs

Goede begeleiding houdt starters voor de klas
In het primair onderwijs bedroeg het tekort aan leerkrachten in 2025 ongeveer 6,3 procent van de totale werkgelegenheid.
Dat komt neer op een tekort van zo’n 5.800 voltijdbanen (Trendrapportage Arbeidsmarkt Leraren van het ministerie van OCW, 2025). Onderzoek laat zien dat goede begeleiding bijdraagt aan het zelfvertrouwen en de ontwikkeling van startende leerkrachten en een belangrijke rol speelt in het voorkomen van uitval. Volgens Ewout vraagt het leraren­tekort om een bredere blik. “We leiden op voor het onderwijs, niet alleen voor onze eigen ­organisatie.”