Via burgerschap naar een voorbeeldschool
De afgelopen jaren heeft de Jenapleinschool, een Jenaplanschool in Zwolle, hard gewerkt aan haar burgerschapsonderwijs. Mede door die inspanningen heeft de school een ‘zeer zwak’-beoordeling omgebogen naar een voldoende. Wat kunnen andere scholen hiervan leren?
Medewerkers Maaike Wichers & Yvonne Griffin: “Je ziet pas wat je mist, als je alles op een rijtje zet.”
Foto's Maaike Wichers
Twee jaar geleden kregen jullie een ‘zeer zwak’-beoordeling van de Onderwijsinspectie. Wat maakte dat los?
Yvonne: “Dat was een heftig moment. We wisten dat er punten verbeterd moesten worden, maar het voelde als een hard oordeel. Gelukkig stonden ouders de eerste studiedag na de onvoldoende beoordeling ’s morgens bij de deur om ons aan te moedigen met bloemen. Dat gaf ons kracht om door te zetten en de hoge verwachtingen waar te maken.
Maar wie waren onze leerlingen nu precies en wat hadden zij nodig? Daar moesten we opnieuw naar kijken, voor het onderwijs in zijn geheel en ook specifiek op het gebied van burgerschap.”
Hoe stond het burgerschapsonderwijs op jullie school ervoor?
Maaike: “We hadden al een mooi en rijk
aanbod met onder andere een kinderraad, schoolkrant, nieuwskring, boekenkring, een vergaderkring en veel opdrachten voor wereldoriëntatie die aan burgerschap raken. Maar al die activiteiten waren niet expliciet aangeduid als burgerschapsonderwijs.”
Was het dan vooral een cosmetische operatie om het burgerschapsonderwijs in de etalage te zetten?
Yvonne: “Nee. Door goed te kijken naar wat je als school doet en het als het ware te labelen, op een rijtje te zetten en in een leerlijn te plaatsen, zie je wat er nog mist. Wat is het startpunt in de onderbouw, hoe sluit dat aan op het programma van de middenbouw en hoe loopt dat door naar de bovenbouw? Wat doen we al en wat kunnen we nog toevoegen? We hebben veel zaken behouden of aangepast, maar we hebben ook veel dingen toegevoegd, zoals een burgerschapsboekenkast en een jaarlijkse maatschappelijke actie, op initiatief van onze werkgroep en de kinderraad.
Dit jaar gaan we de buurt schoonmaken. De kinderraad heeft een verdeling van onze wijk gemaakt voor alle stamgroepen. Elke groep gaat de wijk in om de handen uit de mouwen te steken. Er volgen kringgesprekken om de activiteit diepgang te geven, de kinderen maken er een verslag, tekening of kunstwerk van voor hun portfolio. Dit is een voorbeeld van hoe we ons burgerschapsonderwijs meetbaar en zichtbaar maken. In groep 8 schrijven de kinderen een meesterstuk, waarin zij een maatschappelijk thema onderzoeken. Dit kan bijvoorbeeld door een betoog te schrijven of iemand met een andere mening te interviewen.”
“Zet op een rij wat je al doet aan burgerschap en ontdek zo wat er nog mist”
Als jullie het zo opsommen, lijkt het vrij eenvoudig…
Maaike: “Toen wij begonnen met dit project waren er nog geen kerndoelen of conceptkerndoelen, die kwamen toen wij al een paar maanden onderweg waren. Lastig, want als je niet expliciet weet wat je wilt meten, dan wordt het natuurlijk een stuk ingewikkelder om een plan van aanpak te maken. Het was dus pionieren met vallen en opstaan. Maar nu hebben we een plan waarin we zoveel mogelijk geïntegreerd hebben wat we al doen en kunnen we zonder methodewerken. Dat voelt als de juiste manier van werken, want burgerschap is geen losstaand vakgebied. We maken het burgerschapsonderwijs meetbaar in de portfolio’s van de kinderen, waarin zes focusdoelen van onze school terugkomen.”
Wat is belangrijker voor het slagen van goed burgerschapsonderwijs: tijd of visie?
Maaike: “Een visie geeft richting aan het burgerschapsonderdeel van de school, waardoor je makkelijker prioriteiten stelt en ook efficiënter met je tijd kunt omgaan.”
Yvonne: “We hebben eerst met het hele team de Jenaplanprincipes doorgenomen en overzichtelijk op een muur gepresenteerd. Iedereen heeft daaruit een top-drie gekozen en die hebben we vertaald naar vier algemene schooldoelen: diversiteit, duurzaamheid, politieke bewustwording en maatschappelijke betrokkenheid. Die doelen hebben we vervolgens verwerkt in drie leerlijnen voor groep een tot en met acht. De eerste is ‘mijn relatie tot mezelf’. Dat gaat over identiteit en zelfexpressie. ‘Mijn relatie tot de ander’ gaat over respectvolle communicatie, diversiteit en democratische betrokkenheid. En bij ‘Mijn relatie tot de wereld’ draait het om de maatschappelijke betrokkenheid tot buurt, stad, land en wereld.”
Een bottom-up of top-down aanpak?
Yvonne: “Je móét het team meenemen, het liefst gevolgd door de ouders en de leerlingen, zoals we hebben gedaan bij de ontwikkeling van onze stamgroepkaarten. Dat zijn kaarten waarmee we om de week in onze burgerschapskring aan de slag gaan. Er staat een burgerschapsdoel op, aangevuld met een korte uitleg over mogelijke activiteiten die daarbij horen. Het doel kan bijvoorbeeld zijn dat je kinderrechten onder de aandacht wilt brengen. De activiteit is dat je eerst uitleg geeft over kinderrechten en vervolgens een gesprek hebt over of kinderrechten nuttig zijn of niet. De ouders zijn tijdens een ouderavond aan de slag gegaan met de kaarten en hebben feedback gegeven over de activiteit. Nu zitten we in de pilotfase met de kinderen en geven zij hun terugkoppeling.
Maaike: “Tegelijkertijd heb je wel iemand nodig die het hele proces aanstuurt, anders vliegt het alle kanten op. Een goede kapitein moet overzicht hebben van de kerndoelen en eisen die aan burgerschapsonderwijs gesteld worden. Hij of zij moet talent hebben voor het ordenen van ideeën in een samenhangend plan. Als projectleider moet je ook waken voor een al te theoretische benadering. Blijf de vertaalslag maken naar de praktijk, zodat iedereen stukje bij beetje progressie ziet en gemotiveerd blijft om te blijven werken aan verbetering van het burgerschapsonderwijs.”
Burgerschapselementen kiezen uit een menu of uniek onderwijs gericht op de unieke context van de school?
Maaike: “Bij alles wat je doet, moet je de eigen context in het oog houden, anders schiet je je doel voorbij. Pas nadat we onderzoek deden naar de actuele leerlingpopulatie, drong het tot ons door hoe homogeen onze doelgroep is, met veel hoogopgeleide ouders, een politieke voorkeur in dezelfde richting en weinig culturele diversiteit. We beseften dat dit gevolgen heeft voor ons burgerschapsaanbod.”
Wat wil je de leerlingen hierover meegeven?
Yvonne: “Onder andere dat de wereld groter is dan hun eigen bubbel. Of, zoals een ouder het op die bewuste ouderavond verwoordde: ‘Hoe zorgen we ervoor dat de kennis en ervaringen die ze missen de klas in komen?’ Hij kwam met het voorstel om eens een stapel kapotte rekenboeken neer te leggen, zodat de kinderen zouden ervaren dat het niet zo vanzelfsprekend is dat er telkens weer nieuwe werkboekjes zijn.”
Of een suggestie van een andere ouder: De man die daklozenkrantjes verkoopt bij de supermarkt, zou je hem je zakgeld geven voor die krant? Stel zo’n vraag in de klas en ga erover in gesprek. Of nodig hem uit in de klas. Het zijn een paar voorbeelden van ideeën die van buiten het schoolteam de klas inkwamen door mensen die heel precies weten wie de kinderen zijn en in wat voor wereld ze opgroeien.”
Heeft de aandacht voor burgerschap geholpen bij de ‘voldoende’-beoordeling die jullie inmiddels hebben?
Yvonne: “Zeker. ‘Onderwijs is maatwerk’, dat is makkelijk gezegd. Maar bij ons op school is iedereen daar nu écht van doordrongen en kijkt veel scherper naar de schoolpopulatie. Dat heeft ons burgerschapsonderwijs flink verbeterd.”
“Laat kinderen zien dat de wereld groter is dan hun eigen bubbel”
Missie geslaagd, boek gesloten?
Maaike: “Nee, we zitten volop in de implementatiefase waarin afstellen, afstemmen en innoveren nog steeds van toepassing is. Dit jaar maken de kinderen voor het eerst hun burgerschapsdoelen zichtbaar in het portfolio. Over een paar jaar zal dit een mooie rijke verzameling aan betekenisvolle
activiteiten zijn!”