Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Professionalisering
15/06/2021
Leestijd 5-8 minuten
Geschreven door Peter de Vries

Nieuwe standaarden ouderbetrokkenheid

Ouderbetrokkenheid is een belangrijk thema, dat onderkent inmiddels vrijwel elke school. Volgens onderzoek heeft ouderbetrokkenheid immers positieve effecten op kinderen (Bakker et al., 2013; Oostdam & De Vries, 2014; Van der Heul, 2020). Toch kunnen we teleurgesteld raken in ouders: ouders die nauwelijks betrokken lijken te zijn of veeleisende ouders die bijvoorbeeld mails sturen waar je wakker van kunt liggen.

Save the children

Voor het concept ‘Ouderbetrokkenheid 3.0’ heb ik samen met CPS eerder de tien criteria ‘Ouderbetrokkenheid 3.0’ ontwikkeld. Op basis van voortschrijdend inzicht (het lezen van onderzoeken en ervaringen op scholen) ben ik gekomen tot twaalf ‘Nieuwe standaarden ouderbetrokkenheid’ die meer verfijnd en nog concreter zijn om in alles te laten zien hoe je betrokken kunt zijn op ouders. Allereerst is het belangrijk om de dingen in de goede volgorde te doen. Wanneer kinderen ons worden toevertrouwd, vinden we het belangrijk dat ouders ons vertrouwen. Wij zijn immers de professionals? We willen meteen samenwerken, zonder dat er een stevige basis is gelegd om goede relaties te creëren. Wanneer die basis er is, is het belangrijk goede afspraken te maken. Pas dan ontstaat er ruimte voor samenwerken. Oftewel: samenleven -> samenwerken -> samen leren. Er zijn twaalf ijkpunten om ouderbetrokkenheid constructief vorm te geven. En deze zijn te verdelen over de pijlers ‘samenleven’, ‘samenwerken’ en ‘samen leren’.

Pijler 1: Samenleven
Samenleven begint met elkaar kennen.

Standaard 1: Ouders voelen zich welkom op school en met elke ouder of verzorger is er een persoonlijke relatie.
Zorg allereerst dat het school gebouw ook is ingericht voor ouders. We besteden terecht aandacht aan kindvriendelijke scholen, en er is gelukkig ook aandacht voor een comfortabel gebouw voor medewerkers. Natuurlijk zijn ouders veel minder op school, des te meer reden om deze groep niet uit het oog te verliezen. Wanneer ouders zich thuis en gezien voelen in het gebouw, ontstaat er nog meer vertrouwen dat hun kind op de goede plek zit. Hoe? Zorg voor een zitje waar ouders kunnen wachten voor bijvoorbeeld een gesprek. Plaats daarbij een rek met nuttige informatie voor ouders (bijvoorbeeld folders over de school of opvoedingsondersteuning). Waar nodig in een aantal verschillende talen. Zorg voor heldere bewegwijzering in de school, zodat ouders niet hoeven rond te dwalen. Daarnaast: elke ouder of verzorger verdient een persoonlijke relatie. Ga nooit met andermans kinderen aan het werk zonder dat je persoonlijk hebt kennisgemaakt met de ouder. Hoe? Dat lees je in standaard 2.

Organiseer met elke ouder een adaptief startgesprek aan het begin van het schooljaar. Dat wil zeggen: speel in op de situatie en wat nodig is

Standaard 2: Er vindt elk jaar een ‘adaptief startgesprek’ plaats met ouders en de leerling.
Elk jaar een startgesprek met elke ouder én zijn kind in de eerste weken van het nieuwe schooljaar is noodzakelijk. Maar doe het adaptief. Dat wil zeggen: speel in op de situatie en wat nodig is. Niet geregisseerd met vragenlijsten die ouders vooraf in moeten vullen en ook geen ‘omgekeerd oudergesprek’ waarbij je als school bepaalt dat de ouder (vooral) moet vertellen over zijn kind. Maar gewoon een gesprek van mens tot mens. Soms over verwachtingen, soms vertelt een ouder over zijn kind, weer een andere keer is het juist beter dat je als leerkracht iets over jezelf vertelt zodat ze jou gaan vertrouwen. En altijd met het kind erbij, ook al speelt de kleuter in dezelfde ruimte, hij merkt dat ‘papa en mama juf aardig vinden’ en dus mag hij de leerkracht ook vertrouwen.

Standaard 3: Ouders binnen de groep kennen elkaar en elkaars kinderen.
‘It takes a village to raise a child’ is een bekend Afrikaans gezegde dat we in het onderwijs graag citeren. Maar laten we beginnen in de klas: ‘It takes a school class to raise a child.’ Het valt me op dat veel ouders elkaar tot in groep acht niet kennen en ook elkaars kinderen niet. Als ouders elkaars verhalen niet kennen, voelen ze zich niet verantwoordelijk voor de groep en komen ze alleen op voor hun eigen kind. Je moet dan als school ook niet vreemd opkijken dat ouders eisen stellen dat een bepaald kind naar het speciaal onderwijs moet, omdat hun kind er zo onder lijdt. Voor kinderen is het belangrijk dat er om de groep kinderen heen een stevige community ouders per groep wordt gevormd. Leerkrachten zijn ‘slechts’ voorbijgangers voor één of twee jaar. Ouders vormen meestal acht jaar lang een groep. Hoe? Vier of eet regelmatig met ouders en hun kinderen van de klas, kinderen nemen hun ouders wel mee.

Standaard 4: Medewerkers (en de school) geven het goede voorbeeld aan leerlingen, ouders worden gestimuleerd dit ook te doen.
Kinderen leren niet zozeer van allerlei regels die we ophangen in de klas, maar vooral van inspirerende voorbeelden die volwassenen zijn. Daarvoor is die cultuur van je samen verantwoordelijk voelen zo belangrijk, en dus elkaar kennen.

Standaard 5: De school stelt ouders in staat om (samen met de school) goede beslissingen te nemen voor hun kind.
Respecteer ouders altijd in hun rol als hoofd- en eindregisseurs van het kind. Dat blijven ze hoe dan ook, desnoods door hun kind van school te halen. Ga bijvoorbeeld niet met specialisten zaken voorbespreken om ‘met één mond naar ouders te kunnen praten’ waardoor ouders vaak monddood worden gemaakt.

Pijler 2: Samenwerken
Vervolgens is het ook nodig dat we goed samenwerken met ouders. Als het over hun kind gaat, moet er altijd sprake zijn van gelijkwaardige afstemming.

Als er een hechte groep ouders om de kinderen heen staan, draagt dit bij aan een hechte groep waarbinnen kinderen willen samenwerken en samenspelen

Standaard 6: Contactmomenten met ouders en de leerling worden op maat gepland, passend bij de ontwikkeling van de leerling.
Stop met tienminutengesprekken en maak op maat afspraken met ouders, passend bij de ontwikkeling van hun kind. Dat doet recht aan ouders. Wanneer je dit goed doet, levert het je bovendien tijd op, is de ervaring van veel scholen. Ook ouders moeten hier even aan wennen, waardoor sommige scholen dan gaan ‘polderen’ door een aantal zogenaamde facultatieve tienminutengesprekken in te voeren (ouders mogen kiezen of ze hier gebruik van maken). Dat is niet wat wordt bedoeld met contact op maat.

Standaard 7: De wederzijdse informatievoorziening tussen school en ouders verloopt effectief en efficiënt.
Zorg voor heldere, gedoseerde informatie. Communiceer informatie op klas- of schoolniveau het liefst op een vast moment in de week, zodat ouders ingesteld zijn op het belangrijke informatiemoment van de school.

Standaard 8: Ouders worden actief betrokken bij het leerlingdossier van hun kind en bij de overdracht aan andere partijen (vervolgonderwijs, hulpverleners, enzovoort).
Neem ouders mee in en bouw samen met ouders aan het dossier van hun kind. Laat alle belangrijke zaken die in het dossier komen te staan door ouders ‘voor gezien’ tekenen, nodig ouders minimaal één keer per jaar even mee te kijken in het dossier en zorg dat dit overzichtelijk is.

Standaard 9: Ideeën van ouders worden serieus genomen.
Deze standaard lijkt een open deur, maar check regelmatig bij ouders of ze werkelijk gehoord worden. Zo ken ik een directeur die wekelijks twee à drie ouders belt om feeling te houden met wat er leeft. Bij grotere scholen zouden bouwcoördinatoren of de adjunct-directeur hierbij ook kunnen worden ingezet.

Standaard 10: Ouders worden in staat gesteld op te komen voor hun kind.
Het is fantastisch dat je als kind ouders hebt die onvoorwaardelijk van je houden en zonder reserves voor je opkomen. Ouders die eerst ontkennen als de school denkt dat je een vorm van autisme of dyslexie hebt, want ze willen dit eerst goed uitzoeken. Ouders die niet zomaar meegaan in het advies dat je naar het speciaal onderwijs moet of dat vmbo het maximum is dat je aankunt. De ouder als pleitbezorger gaat voor het belang van zijn kind, dat is zijn taak. Wordt zijn kind eerlijk behandeld, wordt het recht gedaan? Stimuleer deze belangrijke rol van ouders. En kom samen tot een goede oplossing.

Standaard 11: Waar nodig en mogelijk worden ouders aan elkaar gekoppeld als buddy.
Zoals leerkrachten en leerlingen onderling steun aan elkaar kunnen hebben, hebben sommige ouders daar ook behoefte aan. Koppel daarom ouders aan elkaar die iets voor elkaar kunnen betekenen. Bijvoorbeeld wanneer een ouder de Nederlandse taal nog niet beheerst, worstelt met problemen van zijn kind of gewoon omdat deze ouder nieuw is op school.

Pijler 3: Samen leren
Als de basis in orde is (samenleven en samenwerken), pas dan kan er werkelijk sprake zijn van samen leren, samen het kind tot ontwikkeling brengen.

Standaard 12: Ouders worden in staat gesteld hun kind te ondersteunen bij de schoolontwikkeling en deel uit te maken van de successen van hun kind.
Omdat volgens onderzoeken ouderbetrokkenheid thuis het meeste effect heeft op kinderen, verwachten we soms van alles van ouders. Ze moeten thuis tafelsommen oefenen met hun kind, het kind moet topografie leren thuis, enzovoort. Maar het effect zit vooral in hoge verwachtingen die ouders hebben van hun kind en het aanmoedigen van hun kind. Geef ouders naast de rol van pleitbezorgers vooral de rol van supporters van hun kind. Hoe? Door ouders vooral trots te laten zijn op hun kind, hen af en toe uit te nodigen voor het afsluiten van een onderwijsproject (als hun kinderen hen uitnodigen, komen ze wel).

Book iconLiteratuurlijst

• Bakker, J.T.A., Denessen, E.J.P.G., Dennissen, M., & Oolbekkink-Marchand, H. (2013). Leerkrachten en ouderbetrokkenheid. Een reviewstudie naar de effectiviteit van ouderbetrokkenheid en de rol die leraren daarbij kunnen vervullen. Nijmegen: Radboud Universiteit.
• Heul, van der I. (2020). De invloed van ouderbetrokkenheid op de schoolprestaties van leerlingen. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.
• Oostdam, R.J., & Vries, P. de (redactie) (2014). Samen werken aan leren en opvoeden. Basisboek over ouders en school. Bussum: Coutinho.