Reflecteren op hoge verwachtingen
Klaar voor de klas is de rubriek met verrassende activiteiten voor in de les. Deze keer staat reflecteren op hoge verwachtingen centraal. Je staat voor de klas en hebt het beste voor met je leerlingen. Maar wat laten jouw woorden, keuzes en reacties hiervan eigenlijk zien? Met deze reflectieactiviteit ga je alleen en samen met collega’s na hoe je verwachtingen doorwerken in je dagelijks handelen en wat dat betekent voor het leren van alle leerlingen.
Er wordt veel geschreven over werken vanuit hoge positieve verwachtingen. Maar wie ermee aan de slag gaat, merkt al snel: dat is minder eenduidig dan het lijkt. Wat de één verstaat onder hoge verwachtingen, kan voor de ander iets heel anders betekenen. En zelfs als de intenties gelijk zijn, pakt het handelen in de praktijk niet altijd hetzelfde uit. Precies daarom is het belangrijk om het gesprek met elkaar te blijven voeren. Wat doen we eigenlijk in de klas? Wat zeggen we? En wat betekent dat voor het leren van onze leerlingen?
Reflectievragen als startpunt
Om dit gesprek goed te voeren en verschillende perspectieven naast elkaar te leggen, ontwikkelden we reflectie-
vragen waarmee leerkrachten en schoolteams direct aan de slag kunnen. De dialoog die zo ontstaat, verbindt taal, overtuigingen en handelen. Geen nieuwe theorie, maar een praktische manier om met een open blik stil te staan bij vragen als: Wat verwacht ik eigenlijk, waar komt dat vandaan en wat merken de leerlingen daarvan in mijn gedrag, taal en keuzes? Met gerichte reflectievragen onderzoek je overtuigingen, aannames en patronen in taal en handelen. Niet om te oordelen, maar om te ontdekken wat werkt en wat juist belemmert.
Stap voor stap aan de slag met reflecteren op hoge verwachtingen
Stap 1 – Kies een focus
Bepaal vooraf welke reflectievragen centraal staan. Kies daarbij liever voor een beperkt aantal vragen waarmee je samen echt de diepte in gaat, dan dat je de hele set vragen snel en oppervlakkig behandelt. Koppel de gekozen vragen aan een concreet aspect uit de dagelijkse praktijk of aan een onderwerp dat op de teamagenda staat, zoals:
- Een doel uit het jaarplan.
- Een actuele casus uit de praktijk, bijvoorbeeld tijdens een leerlingbespreking of het analyseren van het pedagogisch-didactisch handelen. Bevraag elkaar aan de hand van korte video-opnames van een les.
- Groeps- of opbrengstenbesprekingen, waarbij je de vragen benut bij de duiding van toetsresultaten of observaties.
- Kwaliteits- of ontwikkelgesprekken, waarbij je reflecteert op je eigen handelen aan de hand van een aantal vragen.
Stap 2 – Creëer voorwaarden voor een open dialoog
Maak expliciete afspraken, bijvoorbeeld:
- Ik accepteer dat mijn intenties anders kunnen zijn dan het effect op leerlingen.
- We zijn bereid onze aannames te herzien.
- We stellen eerst vragen, vóór we oordelen.
- We onderzoeken, in plaats van elkaar te overtuigen.
- Iedereen krijgt spreektijd, want elke mening of inzicht is van belang.
Geef (een deel van) de vragen eventueel vooraf mee, zodat collega’s al kunnen nadenken.
Stap 3 – Begeleide dialoog
Start met stilte. Laat iedereen individueel één of twee vragen beantwoorden, eventueel schriftelijk. Dit vergroot de kans dat alle perspectieven aan bod komen, ook van collega’s die minder snel het woord nemen.
Een gespreksleider bewaakt het proces en stelt verdiepende vragen, zoals:
- Wie herkent dit?
- Wie kijkt hier anders naar?
- Wat zien leerlingen hiervan terug in ons handelen?
Vermijd te snelle oplossingen. Blijf onderzoeken waar verwachtingen vandaan komen en wat ze teweegbrengen bij de leerlingen.
Stap 4 – Vertalen naar de praktijk
Sluit de dialoog als volgt af:
- Wat neem je mee voor jouw dagelijks handelen in de klas?
- Met welke twee concrete afspraken gaan we de komende periode als team aan de slag?
Noteer de inzichten en de afspraken en deel het effect met elkaar in de komende weken.
- Bouttaouane, R. (2023). Benut het leerpotentieel van alle leerlingen.
- NRO. (2021). Leidraad onderwijs vanuit hoge verwachtingen.