De klas als mini-maatschappij
De klassenvergadering is een krachtige, laagdrempelige werkvorm, waarbij onder andere aandacht is voor democratisch handelen, taalvaardigheid en een positieve klassencultuur. Leerlingen zijn medeverantwoordelijk voor hun werk, hun leer- en leefomgeving en het omgaan met elkaar. Het is dé plek waar de stem van leerlingen gewaarborgd wordt.
Foto’s vincent van den hoogen
De klassenvergadering is een effectieve en prikkelende manier om te werken aan burgerschapsvorming (Bureau voor levend leren, 2014), waarbij leerlingen niet alleen práten over burgerschap, maar het ook daadwerkelijk óefenen. Leerlingen leren met elkaar om te gaan in een vergadersetting en besluiten te nemen over zaken in hun belevingswereld. Dit alles gebeurt op democratische wijze, zodat leerlingen ervaren dat er overleg nodig is voor een besluit. Leerlingen leren luisteren naar anderen, vragen stellen, aan hen gerichte vragen beantwoorden en de lijn van de vergadering volgen (Broersma & Velthausz, 2012). Democratie gaat niet vanzelf: dat moet je leren!
In de definitieve conceptkerndoelen burgerschap (SLO, 2025) staat onder andere dat de school vormgeeft aan de democratische oefenplaats (kerndoel 19). De klassenvergadering draagt bij aan een veilige ruimte waarin verschillende meningen en gevoelens gedeeld worden. Leerlingen leren te luisteren naar elkaar en respect te tonen voor verschillen.
Zullen we het samen beslissen?
In groep 7 is onrust ontstaan over het samenstellen van groepjes tijdens een les wereldoriëntatie. Een aantal kinderen voelt zich structureel buitengesloten. In de klassenvergadering brengt een leerling dit in als agendapunt. Tijdens het gesprek blijkt dat sommige leerlingen onzeker zijn over samenwerken in wisselende groepjes. De vergadering leidt tot het gezamenlijk besluit om tijdelijk met gelote groepjes te werken, zodat iedereen met elkaar leert samenwerken.
In kerndoel 21 wordt benoemd dat leerlingen ervaringen opdoen met democratische en maatschappelijke betrokkenheid. Tijdens een klassenvergadering wordt er gestemd over voorstellen, worden argumenten besproken en zoeken de leerlingen samen naar oplossingen. Er is hierbij expliciet aandacht voor gelijke inspraak en het naleven van afspraken. Op deze manier leren kinderen de basisprincipes van democratie.
Bij een voorstel om een ‘chill-hoek’ in te richten in de klas ontstaat discussie: wie mag daar zitten? Hoe voorkom je ruzie? Tijdens de klassenvergadering komen de leerlingen tot regels die via stemming worden aangenomen. De voorzitter sluit af met: “We houden het twee weken in de gaten en bespreken dan hoe het gaat.” Democratie in uitvoering – precies zoals het bedoeld is.
Taaldoelen
De klassenvergadering is niet alleen een middel om aan burgerschap te werken. Er komen onder andere ook veel (mondelinge) taaldoelen aan bod. Denk hierbij binnen het referentiekader taal bij de 1F-taaldoelen bijvoorbeeld aan het volgen van hoofdpunten, een eigen mening verwoorden en onderbouwen met argumenten. Ook kritisch luisteren naar meningen en opvattingen van anderen en hier een reactie op geven of een verslag uitbrengen van gebeurtenissen komen aan bod. 2F-taaldoelen die geoefend worden, zijn bijvoorbeeld het in grote lijnen redenen en verklaringen geven voor eigen meningen of het tijdens een discussie of overleg (op beleefde wijze) verhelderen van een probleem, overtuiging of menging (SLO, 2009).
In de klassenvergadering nemen kinderen besluiten over zaken in hun belevingswereld
Zo gaat de vergadering
De klassenvergadering vindt bij voorkeur wekelijks of tweewekelijks plaats en heeft een vast tijdstip en een vaste duur. Een klassenvergadering komt het best tot zijn recht in de kring: iedereen kan elkaar aankijken en doordat het duidelijk is wie er spreekt, stimuleert het actief luisteren. Er zijn verschillende rollen die wekelijks wisselen: voorzitter, secretaris en tijdbewaker. In de middenbouw leren de leerlingen deze rollen kennen. Als leerkracht model je verschillende rollen, waarna je deze in fases overdraagt aan de leerlingen uit de klas. Begin klein, leg uit wat ‘vergaderen’ is en dat er altijd iemand is die de vergadering ‘leidt’: de voorzitter.
De voorzitter introduceert de gespreksonderwerpen aan de hand van de agenda, geeft beurten, houdt medeleerlingen bij het onderwerp, vat samen en sluit af. Ook bereidt hij of zij de vergadering voor, vaak samen met een medeleerling of de leerkracht.
De secretaris legt aan de hand van de agenda de actiepunten en besluiten vast in de notulen. Deze notulen worden bewaard, de actiepunten komen op een volgende vergadering weer aan bod. De tijdbewaker wijst de voorzitter erop als de tijd voor een agendaonderdeel (bijna) voorbij is.
Op het moment dat de leerlingen de verschillende rollen invullen, ben jij als leerkracht zowel deelnemer als begeleider van het proces en de structuur. Aan het eind van de vergadering is er altijd een evaluatie. Hierin wordt samen besproken hoe de vergadering is verlopen. Is het gelukt om alle agendapunten te bespreken, hebben zoveel mogelijk leerlingen een bijdrage kunnen leveren, hoe zijn de verschillende rollen vervuld? Als je als leerkracht merkt dat bepaalde leerlingen heel veel of juist heel weinig aan het woord zijn, kun je dit samen bespreken en hierover afspraken maken.
Eigen inbreng
Alle leerlingen krijgen de kans om onderwerpen voor de klassenvergadering in te brengen. Deze inbreng wordt gesorteerd in drie categorieën: opmerkingen, complimenten en vragen. Je kunt dit inzichtelijk maken door met verschillende kleuren te werken, voor iedere soort inbreng een apart doosje in je klas te zetten of met hulp van de Klasse!box (kennisinkracht.nl). Maak samen afspraken over het invullen van de briefjes: bijvoorbeeld dat de voorzitter de vergadering twee dagen van tevoren gaat voorbereiden en dat er vanaf dat moment even geen nieuwe briefjes worden ingevuld.
Laat de kinderen hun naam bij hun inbreng zetten. Zo kan een compliment persoonlijk worden overgebracht. Complimenten voor de hele groep kunnen een plek krijgen in de klas. Jij als leerkracht kunt ook opmerkingen, complimenten en vragen inbrengen.
Veel leerkrachten krijgen ieder schooljaar een vast budget dat ze uit mogen geven aan materialen of excursies. Door de leerlingen in je klas hiervan mede-eigenaar te maken, oefenen ze met overleggen, compromissen sluiten, het onderbouwen van hun mening, stemmen en het verantwoordelijkheid nemen voor gezamenlijk keuzes. Je maakt dit extra betekenisvol door een geldkluisje in de klas waarin dit budget bewaard wordt.
Zo begin je de klassenvergadering
Leg uit wat een klassenvergadering is en waarom jullie deze gaan organiseren. Het is een moment waarop de klas samen bespreekt wat goed gaat, wat beter kan en besluiten neemt over zaken die spelen in de klas. Dit kan al met leerlingen vanaf groep 3, jouw rol als leerkracht is dan veelal sturend. Vanaf groep 4/5 kunnen leerlingen de rol van tijdbewaker en voorzitter na een aantal voorbeeldvergaderingen prima op zich nemen. Een format om de notulen op te maken geeft sturing, zodat leerlingen deze rol ook van jou kunnen overnemen.
Geef de klassenvergadering een vaste plek in je rooster, bijvoorbeeld dertig minuten per week. Werk je parttime? Wissel dan na iedere vakantie van moment, zodat ook je collega de klassenvergadering kan meemaken. Het levert prachtige inzichten op!
Zorg voor een goede opstelling. In de kring heeft iedereen een gelijke positie en kan iedereen elkaar aankijken.
Laat de leerlingen in je groep agendapunten inbrengen via briefjes (opmerkingen, complimenten en vragen). Maak samen afspraken over de criteria voor het invullen van de briefjes.
Organiseer een vaste structuur voor iedere vergadering: opening door de voorzitter, uitdelen van complimenten (voor sfeer en zelfvertrouwen), bespreken van agendapunten en stemmen of besluiten nemen. Sluit altijd af met een evaluatie, op zowel de inhoud als het proces. Laat tips en tops geven aan de voorzitter, secretaris en tijdbewaker.
Model de verschillende rollen. Tijdens de eerste vergadering neem jij alle rollen op je. Een voor een laat je de rollen overnemen door leerlingen. Maak een format waarop de voorzitter de vergadering kan voorbereiden en zorg voor een vaste structuur voor de secretaris om de actiepunten en besluiten te notuleren.
Laat in de week erna zien dat gemaakte afspraken echt iets betekenen. Maak deze bijvoorbeeld ook op een duidelijke plek in de klas zichtbaar.
- Het vakportaal burgerschap van het SLO: www.slo.nl/vakportalen/vakportaal-burgerschap
- Broersma, R., & Velthausz, F. (2012). DATplus: Extra bouwstenen voor levend taalonderwijs bij Dat’s andere taal. Freinetbeweging / NJPV / Bureau voor Levend Leren.
- SLO (2025). Definitieve concept kerndoelen burgerschap.
- Bureau voor Levend Leren (2014). Mee eens! De klassenvergadering als proeftuin voor burgerschap.
- SLO (2009). Referentiekader taal en rekenen.