Kinderboekenjuf
Als kinderboekenjuf helpt Ingrid Rijnbout-Evers leerkrachten door middel van mini-leeslessen de leesmotivatie bij kinderen te vergroten. Deze lessen maken dat leerlingen met plezier lezen, beter begrijpen wat ze lezen en betere leesresultaten behalen.
Rijnbout-Evers blijft op de hoogte via literatuur, onderzoeken en social media. Inmiddels is ze al zoveel jaar bezig met het bedenken van mini-leeslessen dat haar hoofd bij elke tekst een mini-leesles oprakelt. De mini-leeslessen komen oorspronkelijk uit het LIST-leesonderwijs, een methodiek voor technisch lezen waarbij ze het ‘boekenbabbels’ noemen. Bij elke tekst zijn leesvragen te bedenken. Deze leesvragen sluiten aan bij de leerlijn literatuur en lezen.
Gouden leestip
Naast kinderboekenjuf is ze ook LIST-trainer en in die rol tipt ze leerkrachten die aan de slag willen met leesbevordering om te starten met simpelweg lezen in te plannen in het rooster. Doordat je er tijd voor vrijmaakt, voer je het ook daadwerkelijk uit. Een mini-leesles kost maar vijf minuten vóór en vijf minuten na het stillezen. Begin je met één keer in de week, dat is al helemaal super, volgens de kinderboekenjuf. Idealiter geef je drie keer in de week een mini-leesles en staat vijf keer in de week lezen op het rooster.
Mini-leeslessen bij boeken helpen kinderen om meer plezier in lezen te krijgen
Boekenkennis
Door te werken op een LIST-school, heeft Rijnbout-Evers zelf het leesplezier in kinderboeken weer hervonden. En zo is in 2016 www.kinderboekenjuf.nl ontstaan. Door zelf weer veel kinderboeken te lezen, merkte ze ook dat ze kinderen gemotiveerd kreeg om te lezen. Het begint volgens haar met het juiste boek: Rijnbout-Evers: ‘Door als leerkracht tijdens het lezen in de klas ook zelf mee te lezen, blijft je eigen boekenkennis mooi op peil. En kun je je leerlingen daardoor ook goed adviseren. En weet je tevens de juiste vragen te stellen als je met kinderen over kinderboeken praat. Stel je leerlingen een vraag voordat ze gaan lezen en kom daar na het lezen weer op terug. Een vraag die je morgen al kunt stellen, en waar je dus heel gemakkelijk mee kunt beginnen, is: ‘Wie is de hoofdpersoon in je boek?’ Of: ‘Waar speelt je verhaal zich af?’ Je zult merken dat de kinderen gerichter lezen, het leuk vinden om een antwoord te delen en zonder dat ze het doorhebben via het antwoord ook hun boek aan het promoten zijn aan hun medeleerlingen.’
Miniles
Het boek De trollen van Leif (Koolwijk, 2022) Is een prachtig boek waarbij een mini-leesles gegeven kan worden. Je maakt in deze titel kennis met Leif, volgens de bewoners van het dorp is Leif maar vrij nutteloos ingesteld. Leif wil onwijs graag een skald zijn: iemand die verhalen vertelt en liedjes zingt. Al gauw merkt hij dat niemand graag naar zijn verhalen luistert, ook niet als die over de trollen gaan, die volgens hem ook in het gebied leven. Niemand gelooft hem, maar dan blijkt de opmerkzaamheid van Leif een mogelijke redding voor het dorp. Met prachtige aquarel illustraties wordt de verbeelding van de lezer enorm geprikkeld en verrijkt. Het geeft een goed sfeerbeeld van deze avontuurlijke, maar ook zeker barre tijden af en toe. De kinderboekenjuf maakte er deze onderstaande mini-les bij. Voorbeeld mini-les:
• In dit stukje wordt het weer beschreven. Lees bladzijde 16: ‘Buiten was het…’, tot en met bladzijde 17: ‘…te snel opstond.’ voor. Leesvraag: ‘Ben je iets te weten gekomen over het weer in jouw boek? In welk jaargetijde speelt het zich af en waarom denk je dat?’
• In dit stukje lees je hoe er met Leif wordt omgegaan door zijn gezin en dorpelingen. Lees bladzijde 17: ‘En jullie weten…’, tot en met bladzijde 19: ‘…Leif de irritante.’ voor. Leesvraag: ‘Hoe ligt jouw hoofdpersoon bij anderen? Vinden ze hem of haar aardig of juist niet? Waaruit blijkt dat?’
• In dit fragment lees je opnieuw hoe lelijk er tegen Leif wordt gedaan. Lees bladzijde 22: ‘Mag ik heel…’, tot en met bladzijde 24: ‘…Ze wilde weg.’ voor. Leesvraag: ‘Hoe voelt jouw hoofdpersoon zich gedurende het verhaal?’
• Lees van de volgende bladzijden de laatste zin voor: bladzijde 25, 31, 35 en 41. Vrijwel elk hoofdstuk eindigt met een vaste zin. Leesvraag: ‘Is er in jouw boek iets wat steeds terugkomt?’
• Lees bladzijde 84 tot en met 89 voor. In dit stuk maak je kennis met een man en een vrouw die het dorp willen overnemen. Laat de kinderen aan de hand van de beschrijvingen die je in het verhaal hoort de vrouw tekenen. Laat als laatste de bijbehorende illustratie zien die door de illustrator is bedacht. ‘Had je overeenkomsten of juist verschillen?’ ‘Heeft de schrijver beeldend geschreven of miste je iets?’
• Kopieer bladzijde 94 voor ieder kind en laat de kinderen oefenen met voorlezen. ‘Hoe lees je dit stukje voor, zonder dat het een toneelstuk wordt?’ ‘Op welke stukken ga je langzaam of sneller praten?’ ‘Wanneer verhoog of verlaag je je stem?’ Laat de kinderen de bladzijde voorbereiden en elkaar tips en tops geven om de les af te sluiten.
2 Leestips
Edward van de Vendel en Anoush Elman, Misjka (Querido, 2022)
Als je na jaren vluchten eindelijk een eigen huis krijgt, dan hoort daar ook een huisdier bij, vindt Roya. Het konijntje Misjka luistert naar alle, niet eerder uitgesproken verhalen, over de vlucht die de familie aflegde. Maar dan breekt Misjka uit en komt er een groot verdriet los bij Roya. De veerkracht van het kleine zusje en haar drie oudere broers wordt opnieuw getest. Een teder verhaal over moed en veerkracht bij kinderen die gevlucht zijn.
Marrit Boogaars, Toen het oorlog was, 1914-1918 (Gottmer, 2021)
Een boek over de Eerste Wereldoorlog. In heldere bewoordingen met passende illustraties en originele foto’s worden moeilijke kwesties besproken, zoals bondgenootschap en waarom het de Eerste Oorlog wordt genoemd. Er waren immers daarvoor ook al oorlogen.