Groeien met een taalronde
Klaar voor de klas is de rubriek met verrassende activiteiten voor in de les. Deze keer zoomen we in op taal. Een taalronde brengt vertellen, luisteren en schrijven samen. Het plezier van ervaringen delen en van elkaar leren staat daarbij centraal.
Tijdens een taalronde praten en schrijven leerlingen over een onderwerp dat aansluit bij hun belevingswereld. Denk aan een bijzondere gebeurtenis, een actueel thema of een onderwerp uit de les. De leerkracht begeleidt de taalronde stap voor stap, waarbij steeds andere aspecten van taal aan bod komen – zoals vertellen, luisteren en schrijven. Zo ontwikkelen leerlingen spelenderwijs hun taalvaardigheid én krijg je als leerkracht waardevolle inzichten in zowel hun technische als inhoudelijke taalontwikkeling. Een taalronde heeft een vaste structuur met 8 stappen. Bereid jouw taalronde voor op de kopieerbladen.
Stap voor stap aan de slag met een Taalronde
Stap 1: Stel een doel
Waar wil je met de kinderen naartoe werken? Stel doelen op voor spreken, luisteren en schrijven.
Tip: Bedenk een schrijfopdracht met een duidelijk doel. Leerlingen zijn gemotiveerder als hun tekst een functie heeft, zoals een uitleg van een zelfbedacht spel, een kerstkaart voor een familielid of een recept voor Moederdag.
Stap 2: Kies een toegankelijk onderwerp
Kies een gebeurtenis, waarneming of kennisonderwerp waarover de kinderen al kennis hebben opgedaan. Het is belangrijk dat iedereen mee kan doen.
Stap 3: De opwarmer
Start in de kring. De kinderen hebben een potlood en een schrift op schoot. Stel een vraag waarop ieder kind met één of twee woorden kan antwoorden. Doel is de kinderen ‘aan zetten’. De kinderen schrijven de woorden in hun schrift, of noemen ze meteen hardop. Ieder kind komt aan de beurt. Houd het tempo erin, vraag nog niet door.
Stap 4: Introduceer het onderwerp
Lees een fragment voor uit een boek, laat een voorwerp, afbeelding of filmpje zien, of deel een eigen ervaring die aansluit bij het onderwerp. Zo maak je de kinderen enthousiast over het onderwerp.
Stap 5: Startvraag
Stel een startvraag die aansluit bij de introductie. Bijvoorbeeld: “Wie heeft ook weleens…?” Bij een kennisonderwerp kun je vragen: “Wie weet nog…?” Of: “Wie vond het ook zo interessant dat…?” Kinderen gaan zo nadenken over hun eigen ervaring.
Stap 6: Maak een lijstje
Kinderen maken vervolgens een lijstje met zoveel mogelijk woorden die passen bij het onderwerp én hun eigen ervaring ermee. De kinderen overleggen nog niet met elkaar. Laat zien hoeveel tijd ze hebben en houd dit onderdeel kort.
Stap 7: Vertelronde
Kinderen delen in tweetallen de woorden die ze hebben opgeschreven. Om beurten zijn ze verteller en luisteraar. De luisteraar stelt vragen om het gesprek verder te verdiepen. Gebruik een timer, zodat ze op tijd wisselen van rol.
Stap 8: Schrijfopdracht
Kinderen schrijven nu hun eigen ervaring met het onderwerp op. Formuleer de opdracht zorgvuldig en bondig. Bijvoorbeeld: “Beschrijf een moment waarop je gespannen was of uitkeek naar iets leuks.” Controleer of de opdracht voor iedereen duidelijk is. De kinderen werken de schrijfopdracht aan hun eigen tafel uit. Lees op pagina 34 hoe je deze stap aanpakt.
© Shutterstock / Unai Huizi Photography
Uitwerking van stap 8: de schrijfopdracht
1. Noteer samen met de kinderen succescriteria op het bord: de afspraken waar jullie je tijdens het schrijven aan houden. Denk aan:
- Gebruik de juiste hoofdletters (leg eventueel de hoofdletterkaart op tafel).
- Gebruik de juiste leestekens.
- Schrijf korte zinnen (voorkom lange ‘en toen’ zinnen).
- Pas de geleerde spellingsregels toe.
Je kunt de criteria ook verwerken in een checklist, zodat leerlingen deze tijdens het schrijven en nakijken bij de hand hebben.
2. De leerling leest de eerste versie van zijn of haar verhaal hardop voor aan zijn maatje. Zo ontdekken leerlingen waar een zin niet lekker loopt, iets ontbreekt of niet klopt. Daarna lezen de maatjes het verhaal en geven zij feedback aan de hand van de succescriteria. Ook stellen ze vragen om het verhaal verder te versterken. Vervolgens verwerkt de leerling de feedback in een tweede, verbeterde versie.
3. Om het verhaal extra waardevol te maken, laat je leerlingen een speciaal formatpapier gebruiken voor hun eindversie. Zo’n format bevat bijvoorbeeld een kader dat past bij het thema, heeft duidelijke schrijflijnen, en wellicht een vak voor een illustratie. Tip: Canva biedt hier mooie formats voor.
4. Hang de eindversies van het verhaal op, of bewaar ze in een schrijfportfolio: een map die gedurende het schooljaar groeit.
Extra tip: Vraag welke leerling zijn of haar verhaal samen met de klas wil bespreken en verbeteren. Maak een foto van de tekst en toon die op het digibord. Bespreek een deel van de tekst. Schrijf de verbeterde versie gezamenlijk uit. Zo leren leerlingen kritisch naar teksten kijken en ervaren zij hoe reviseren een verhaal duidelijker, sterker en mooier maakt.
Tot stand gekomen naar aanleiding van het boek Iedereen kan leren schrijven van Suzanne van Norden, uitgeverij Pica.