Iedereen kan de liefde voor lezen uitdragen
Rian Visser is sinds 2024 kinderboeken-ambassadeur. Het motto van de schrijver van Blitz!, Zar, Robotoorlog en vele andere boeken is ‘Laat van je lezen!’. Ze vertelt over de rol van de leerkracht, lef en lezersbubbels doorprikken.
foto’s JØrgen koopmanschap
Je was de eerste schrijver die zich aanbood als kinderboekenambassadeur. Maar toen je het eenmaal was, liet je direct weten dat je geen nieuwe initiatieven wilde ontplooien. Waarom?
“Er gebeurt al ontzettend veel in Nederland. Dat merkte ik ook weer op de kinderboekenbeurs in Bologna. De Ierse kinderboekenambassadeur vertelde daar hoe zij samen met andere schrijvers scholen door het hele land bezocht en in contact kwam met lezers. Dat was voor haar heel bijzonder, terwijl schrijvers in Nederland soms wekelijks scholen bezoeken, via bijvoorbeeld de Schrijverscentrale.
Ook bibliotheken en andere instellingen weten schrijvers goed te vinden. En dan zijn er nog allerlei grote en kleine organisaties, zoals de VoorleesExpress en Stichting Lezen. Ik wil liever versterken wat er al is, dan wéér een nieuw initiatief starten. Dat is volgens mij niet de oplossing.”
Om daarmee ook álle kinderen te bereiken…
“Dat vind ik inderdaad heel belangrijk. Ik zie het liefst een kind dat helemaal opgaat in een verhaal en in een eigen bubbel verdwijnt. Maar hoe bereik je het kind? Ouders zitten er het dichtst bij. Daaromheen de school, opvang en familie. Weer een schil daarbuiten bevinden zich de overheid en haar campagnes, de bibliotheek en allerlei instituten die zich met leesbevordering bezighouden. We hebben dus de hele maatschappij nodig en moeten niet alleen naar het onderwijs of de ouders kijken om kinderen aan het lezen te krijgen.”
Maar scholen zijn toch primair verantwoordelijk? De leerkracht kan iedere schooldag weer een kinderboekenambassadeur zijn.
“Leerkrachten kunnen nog zó hun best doen, door bijvoorbeeld elke dag een boek voor te lezen of dagelijks een half uur in te roosteren voor vrij lezen in de klas, maar het taalbegrip en -gevoel van kinderen verbetert pas echt als ze ook thuis lezen. Helaas zien ouders en leerkrachten lezen zelden als een gezamenlijke opdracht. Ik was eens bij een bijeenkomst op een school en vroeg bij wie de verantwoordelijkheid van het lezen lag. Alle ouders vonden dat het een taak van de leerkracht was en vice versa.”
Hoe kom je uit die patstelling?
“Ik denk dat leerkrachten best kritischer en veeleisender mogen zijn richting ouders. Op een school waar ik Schoolschrijver was, konden de ouders van een klas elke drie weken een uur naar school komen. Ze kregen van de leerkracht uitleg over de lesstof en huiswerk om samen met hun kind te maken. Ik mocht iets vertellen over voorlezen. In plaats van te zeggen: ‘Je moet voorlezen’, vroeg ik de ouders eerst of ze zelf herinneringen hadden aan voorgelezen worden. Ze vertelden ontroerende verhalen. Daarna vroeg ik: ‘En hoe lees jij je kind voor?’. Het werd stil. Ik zei: ‘Je hebt zulke mooie herinneringen, maar je geeft ze niet door’. Toen viel het kwartje.”
De confrontatie aangaan?
“Confronteren, maar niet met een wijzend vingertje. Het is show, don’t tell. Zoals een psychiater je
vragen stelt, zodat je uiteindelijk zélf tot inzicht komt. Zo probeer ik ook bij ouders en leerkrachten het bewustzijn op gang te brengen. Ik vroeg leerkrachten bijvoorbeeld eens waar een goede schoolbibliotheek aan moet voldoen. Die moest aantrekkelijk en georganiseerd zijn. Daarna liet ik ze een foto liet zien van hun rommelige bibliotheek. Drie weken later was het piekfijn opgeknapt.
Iedereen kan, en zo kom ik weer terug op de taak van de gehele samenleving, de liefde voor lezen uitdragen. Daarom had ik vanaf de eerste dag als ambassadeur een oproep aan lezers: ‘Laat van je lezen!’. Ga niet alleen lekker thuis op je bank zitten lezen, maar geef op een verjaardag ook eens een boek cadeau aan iemand die nauwelijks leest. Trek iemand over de streep: ‘Dit heb ik speciaal voor jou gekocht en ik denk dat jij dit heel interessant vindt’. Heb je buren waarvan je weet dat ze niet voorlezen? Geef ze een keer een prentenboek en lees, als ze het goed vinden, zelf hun kinderen een keer voor. Ik laat van me horen via interviews en opiniestukken en maak dankbaar gebruik van de media die als ambassadeur nu binnen mijn bereik liggen. Daarnaast heb ik een boekkoord mogen ontwerpen. Als je die vastgespt aan een tas en je boek aan het koord hangt, kun je de wereld laten zien wat en vooral dát je leest.”
“We hebben de hele maatschappij nodig om kinderen aan het lezen te krijgen”
Voorlezen én voorleven zijn dus essentieel voor een lezend land?
“Ik werk op maandagmiddag met kinderen met een beperking. Dan zorg ik dat ik altijd aan het voorlezen ben als ze opgehaald worden. Als ouders dan binnenkomen, zeg ik: ‘We zijn nog even aan het lezen’. Ze zien dat hun kind dat leuk vindt, gaan zitten en luisteren mee. Het stimuleert hen thuis ook meer voor te lezen.”
Degenen die niet van rekenen houden maar toch rekenles geven, doen dat waarschijnlijk omdat ze overtuigd zijn van het belang ervan. Er zijn ook leerkrachten die zich vooral richten op tekstbegrip, voor het begrijpen van de brief van de Belastingdienst of de krant. Waarom is het lezen van boeken zó belangrijk?
“Door het lezen van verhalen leer je je inleven in het leven van een ander, het vergroot de empathie. Het verhaal van een ander leert je ontdekken wie je zélf bent en kunt zijn. Dat vind ik heel belangrijk, meer dan dat je kunt vertellen wie de hoofdpersoon is of in welke tijd het verhaal geschreven is. Ik probeer kinderen te laten zien dat als je leest en opschrijft wat je bezighoudt, meemaakt en emotioneert, je letterlijk en figuurlijk je eigen verhaal kunt schrijven. Als je leest en schrijft, train je je creativiteit. Daar heb je je hele leven wat aan, of dat nu als dichter is of als timmerman. Kennis is één ding, maar dat kunnen toepassen is een tweede. Of het nu gaat om een deur die klemt en gemaakt moet worden of een oplossing voor het klimaatprobleem.
We weten nog niet met welke problemen toekomstige generaties te maken krijgen. Wat er ook op de kinderen afkomt later, ze moeten zelf creatief durven nadenken.”
Wie zorgt ervoor dat de leerkracht een passie voor lezen heeft?
“Er zijn studenten op de pabo die niet van lezen houden. Het is de taak van lerarenopleiders om te zeggen: ‘Neem een stapel kinderboeken mee van de bibliotheek en ontdek waar jij van aan gaat’. Schoolteams kunnen boekenclubs oprichten, zoals juffen Meta en Marjolein dat met de scholen van hun schoolbestuur hebben gedaan. Ga zelf lezen en weet wat het aanbod is, zodat je het meest treffende gedicht bij de hand hebt als een bepaald thema ter sprake komt. Of dat je tegen een leerling kunt zeggen: ‘Volgens mij is dit echt iets voor jou, want jij houdt zo van Minecraft’.
Kijk wat aansluit, maar daag zeker ook uit. Durf te verheffen, zoals de Utrechtse juf Anne Steenhoff (schrijver van Een Lui Letterland) deed door met een vuilniszak langs de boekenkasten van haar school te gaan om alle pulpboeken daarin te gooien.
Sommige van die boeken zijn inhoudelijk voor kinderen van groep 7 en 8, maar leestechnisch voor groep 3 en 4. Die kunnen dus in principe weg… tenzij ze ideaal zijn voor kinderen, in het speciaal onderwijs bijvoorbeeld, die wellicht een laag technisch leesniveau hebben maar volledig kunnen opgaan in de verhalen die aansluiten bij hun leven.”
Veel kinderen lezen tot een jaar of tien best wat, maar daarna verdwijnt het enthousiasme vaak. Hoe zorg je ervoor dat kinderen ook blijven lezen?
“Rond die leeftijd krijgen veel kinderen een mobieltje. En terwijl zij daarmee zoet zijn, hebben de ouders meer tijd om ook op hun telefoon te kijken. Wees kritisch op je eigen schermgedrag en spreek je hierover uit. Het is schadelijk voor het concentratievermogen, de taalontwikkeling, de communicatie en de band tussen kind en ouder. Ik zie óók dat het voor veel jongeren weer heel hip is om een boek bij je te hebben en afstand te nemen van alle afleiding. Mijn kinderen zeiden op een gegeven moment ‘Mam, leg je telefoon eens weg!’. Er is dus een tegenbeweging en wij kunnen die versterken. Laat van je lezen!”
Lees meer over Rian Visser als Kinderboekenambassadeur.