Onderwijs is geen magie
Jasper Rijpma geeft het vak geschiedenis en Grote Denkers op het Hyperion Lyceum in Amsterdam, een school die hij samen met collega’s oprichtte. Naast lesgeven, schrijft de voormalig Leraar van het Jaar boeken en is hij betrokken bij tal van initiatieven om leerkrachten voor de klas te krijgen en het onderwijs naar een hoger niveau te tillen. “Als je morele ambitie hebt, ga dan het onderwijs in!”
Ben je er trots op docent te zijn?
“Tweehonderd procent! Toen ik Rutger Bregmans boek Morele Ambitie las, dacht ik de hele tijd: ‘Als je morele ambitie hebt, ga dan het onderwijs in! Dáár kun je betekenis toevoegen aan het leven.’ De leerlingen komen hier bij wijze van spreken onder de rok van moeder binnen en verlaten de school als jongvolwassenen. Dan gaan ze de maatschappij in, verder leren en studeren, werken, reizen, enz. Een heel belangrijke levensfase die je als leerkracht helpt voorbereiden. Op de basisschool maken de leerlingen een andere ontwikkeling door, maar die is zeker zo cruciaal. Als leerkracht vorm je een nieuwe generatie. Wij kunnen van jonge mensen vrije en verantwoordelijke burgers maken, ze toerusten met de bagage die ze nodig hebben om de vele uitdagingen, zoals die van het behoud van een democratische samenleving bijvoorbeeld, het hoofd te bieden. Als íets ertoe doet…
“Als leerkracht kun je van jonge mensen vrije en verantwoordelijke burgers maken”
Een les geven en voorbereiden geeft mij veel voldoening. Het lesboek geeft aan dat ik het over een bepaald onderwerp moet hebben, de Tweede Wereldoorlog, om maar een voorbeeld te noemen. Maar als de actualiteit daar aanleiding toe geeft, kan ik dat lesboek opzij leggen en mijn eigen draai geven aan de les. Terwijl ik dat voorbereid, kom ik altijd aanknopingspunten tegen waarmee ik toch weer terug kan keren naar het lesboek. Met een persoonlijke, creatieve en doordachte aanpak kun je het onderwijs verrijken, het echt betekenisvol maken voor de leerlingen.”
Dus trots omdat je een les op je eigen manier kunt verbinden met de actualiteit en de leefwereld van jongeren?
“Dat, maar ook omdat ze hopelijk wijzer worden van, in mijn geval, de loop van de geschiedenis. Als leerkracht ben je inhoudelijk bezig, maar ook met didactiek en de relatie met de leerling. Als ik nadenk over een les, zie ik al voor me hoe het zich mogelijk ontvouwt: die en die leerlingen zullen zich meteen mengen in de discussie, die jongen zal waarschijnlijk wegduiken… Zal ik haar de beurt eens geven?
Er komt zoveel kijken bij goed onderwijs, zoals Jacquelien Bulterman zo goed weergeeft: ervaring, inlevingsvermogen, kennis, keuzes maken, improviseren. Als dan alles op zijn plek valt, is dat prachtig. En mag je daar trots op zijn. Ik vind het werk van de leerkracht oprecht ontzettend waardevol en belangrijk. Dat verdient een hogere status en daarom benadruk ik het belang van de leerkracht zo graag voor de buitenwereld.”
Kunnen leerkrachten niet zelf een positief beroepsbeeld uitdragen?
“In de jaren tachtig werden de salarissen in het onderwijs praktisch bevroren. Daarmee gaf de politiek eigenlijk aan dat het werk niet zo gewaardeerd werd. Financieel is het de laatste jaren gelukkig bijgetrokken, maar de status gaat daarmee niet gelijk op. Daarnaast zijn leerkrachten slecht georganiseerd: gek toch, dat advocaten of belastingadviseurs wel een landelijke beroepsorganisatie hebben met richtlijnen en kwaliteitscriteria, maar dat er geen eenduidige afspraken zijn in het onderwijs? Dat lerarenopleidingen allemaal een eigen curriculum en signatuur hebben? Geen wonder dat het dan niet duidelijk is waar de beroepsgroep voor staat.”
Maar is dat wel haalbaar in Nederland, gezien de historische schoolstrijd en de huidige vrijheid om onderwijs naar eigen inzicht in te richten?
“Het lijkt misschien alsof er sprake is van onoverbrugbare verschillen, maar dat klopt niet. In het onderwijsdebat speelt een valse discussie die over de hoofden van de leerkrachten heen wordt gevoerd. In de praktijk ken ik geen leerkracht die iedere les kiest voor klassikale directe instructie en er is ook niemand die zegt dat kennis niet belangrijk is. Onderwijsgoeroes ook niet, maar het wordt ze wel in de mond gelegd.
Het gaat om vakmanschap; dat je met hoofd, hart en handen op allerlei manieren een leerdoel nastreeft. Jacquelien Bulterman, van wie ik pleit- bezorger ben, zegt: ‘De combinatie van hoofd, hart en handen leidt tot vakmanschap. Als we over die dingen met elkaar in gesprek gaan, dan komen we er wel uit met elkaar.’”
In het (multimediale) project Lesboeren portretteer je zeer uiteenlopende leerkrachten. Wat ze delen is hun vakmanschap?
“Ja, het draait om vakmanschap. Bovendien wilde ik een eerlijk en divers beeld geven over wat het betekent om voor de klas te staan, om mannen en vrouwen uit het hele land en uit alle lagen van de bevolking voor het onderwijs te winnen. En zo zijn er gelukkig meerdere initiatieven om meer goede leerkrachten te krijgen.”
Leerkrachten aantrekken is één, ze behouden is een tweede…
“Het onderwijs kan pittig zijn, het is geen magie. Tegelijkertijd: je kunt het leren! Door lessen van mijn collega Marcel te observeren bijvoorbeeld. Bijna gepensioneerd en een geweldig fingerspitzengevoel. Weet precies welke leerling een aai over zijn bol verdient en wie een veeg uit de pan, bij wijze van spreken. Kijk in de klas bij leerkrachten die bewust bekwaam handelen en leer daarvan. Analyseer je eigen lessen, al dan niet met camera. Als je elkaar begeleidt en ondersteunt, de kwaliteit van de les ziet als een collectieve verantwoordelijkheid van de school, dan kun je tot een veel hogere kwaliteit komen.”
“Als je elkaar begeleidt en ondersteunt, kun je tot een veel hogere kwaliteit komen”
Je opperde al eens dat er niet alleen een prijs zou moeten zijn voor Leraar van het Jaar maar ook voor Onderwijsteam van het jaar…
“Met betere begeleiding van startende leerkrachten, een leercultuur op school en gezamenlijke afspraken, kun je heel veel doen aan het lerarentekort en de kwaliteit van het onderwijs. Als je dan met een beroepsgroep een landelijke standaard en een richting uitzet, wordt de kwaliteit van onderwijs over de hele linie beter. Zo maakt het voor leerlingen ook niet meer uit waar hun wieg staat en welke school ze treffen. Of dat ze het geluk hebben met Marcel als leerkracht.
In de woorden van Lusanne Stap*, leerkracht op een school in de armste wijk van Nederland: ‘Goed onderwijs mag geen toeval zijn.’”
Op het Hyperion Lyceum voegde je Grote Denkers toe aan het vak geschiedenis. Kunnen kinderen tot twaalf jaar daarmee ook aan de slag?
“Leerkrachten in het primair onderwijs kunnen ontzettend veel, dus dit ook. Er is wat kennis nodig, maar het gaat vooral om een manier van doen. Neem het socratisch gesprek. Als je dat een beetje uitkleedt, kan mijn dochter van zes dat ook leren. Ik bedenk nu ineens dat als we als volwassen onderwijsmensen ook via het socratische gesprek tot elkaar kunnen komen en overeenstemming kunnen bereiken over hoe goed onderwijs eruitziet en wat daarvoor nodig is.
Zet bijvoorbeeld dat dozijn Lesboeren met uiteenlopende mensen zoals Ton van Haperen, Daisy Mertens en Rico Faas, in een ruimte onder leiding van een socratische gespreksleider. Dat de één lesgeeft op het voortgezet onderwijs en de ander in het primair onderwijs, maakt niet uit: ze delen namelijk ontzettend veel didactische en pedagogische inzichten die je dwars door alle leeftijden en niveaus in kunt zetten. Stel je voor dat je dat socratisch gesprek heel ontspannen kunt organiseren, voorbij die valse tegenstellingen van het onderwijsdebat: we zitten in een tuin, we drinken een drankje, we eten wat, we mogen wat wandelen en hebben de tijd om goed naar elkaar te luisteren, om goede vragen te stellen en om kritisch te kijken naar onze eigen denkbeelden. Dan komen we tot nieuwe inzichten en wordt het onderwijs snel beter, zeker ook voor kinderen tot twaalf jaar.”