Een moestuin op school
De leerlingen van de Willibrord-Milandschool in Bodegraven zaaien, verzorgen, onderzoeken, oogsten en proeven elke week in de moestuin van de school. Dit is niet zomaar een extraatje, maar een mooie manier van geïntegreerd lesgeven. Zo wordt bijvoorbeeld voedseleducatie tastbaar en soms een beetje modderig.
Foto’s Vincent van den Hoogen
“Hier, hier!” Aan de rand van de schooltuin zakken drie leerlingen door hun knieën. Tussen het gras en de vochtige aarde beweegt iets kleins. Een hand schuift voorzichtig wat sprieten opzij, een vinger wijst, een ander houdt een loeppotje klaar. Even klinkt er “ieuw”, maar niemand loopt weg. Binnen een paar seconden staat er een groepje kinderen omheen. “Mag ik kijken? Wat is het? Staat hij op de kaart?”
Wat eerst gewoon gras en aarde leek, blijkt ineens vol leven te zitten. Pissebedden kruipen langs het hout, een oorworm verdwijnt onder een steen en een leerling laat een beestje over zijn hand lopen. Eng vindt hij dat niet. Het kriebelt hooguit een beetje. Vandaag leert de groep over bodemleven en biodiversiteit. Niet alleen door erover te praten, maar vooral door te zoeken, te voelen en te ontdekken.
Biodiversiteit in je handen
Deze les begon binnen, in de klas van leerkracht Bjorn Overbeek. De leerlingen zitten in groepjes met wisbordjes voor zich. Waar denken ze aan bij het woord biodiversiteit? Op de bordjes verschijnen woorden en tekeningen. Mieren, wormen, slakken, regen, bloemen. Een ander schrijft over dieren onder de grond.
Daarna kijken de kinderen naar een korte video van moestuincoach Sandy Zwaan. Ze vertelt wat er leeft in de bodem en waarom dat belangrijk is. Wormen maken de grond luchtig, insecten en schimmels horen bij een gezonde tuin en biodiversiteit betekent dat allerlei soorten leven met elkaar samenhangen. ‘Biodiversiteit’ is een groot woord, maar in de les wordt het klein gemaakt. Eerst krijgt het bodemleven een naam. Even later hebben de leerlingen het letterlijk in handen.
Kijken waar iets kruipt
De schooltuin ligt in een strook naast het gebouw. Wat ooit vooral gras was, is nu een plek met houten bakken, lage grijze bakken, houtsnippers en hekjes eromheen. Er groeit radijs, snijbiet, aardappelen, kruiden, peulen en bloemen.
De kinderen verspreiden zich tussen de bakken. Een groepje speurt met zoekkaarten naar bodemdiertjes. Andere kinderen halen onkruid weg, geven water of kijken welke planten geoogst mogen worden. Bij de snijbiet staat een leerling met een meetlint. Voorzichtig houdt hij het langs een groen blad met roze nerven. Dertig centimeter moet het zijn. Is deze al groot genoeg?
Even verderop wordt een roze gieter opgetild. Hij is zwaar, dus er komt meteen iemand helpen. Samen kiepen ze het water tussen de aardappelplanten. Aan de rand van de tuin kruipen ondertussen pissebedden uit een kier tussen het hout. Op de zoekkaart wordt aangekruist wat de kinderen vinden. Pissebedden, mieren, oorwormen, naaktslakken. “Ik wist niet dat er zoveel dieren onder de grond leven,” zegt een leerling. Nu ziet hij wat er allemaal tussen wortels, gras en aarde leeft.
De tuin als lesmateriaal
Directeur Wil Nicolaas ziet in de lessen in de moestuin veel terug van waar de school voor staat. Sport, beweging, gezond leven, verbondenheid, respect en zorgzaamheid komen er samen. “Zoals je de planten ziet groeien, zie je ook kinderen groeien, samen met hun leerkrachten,” zegt ze. Volgens haar gaat de les verder dan natuuronderwijs. “Eerst zaaien en dan oogsten. Zo gaat het in het leven.”
De moestuin is voor haar geen extraatje naast het programma. Rekenen zit in meten, tellen, water geven en wachten tot iets groot genoeg is. Taal zit in lezen, overleggen en woorden geven aan wat je ziet. Burgerschap zit in samen zorgen voor iets wat van de groep is. “Eigenlijk ben je geïntegreerd aan het lesgeven,” zegt Wil.
In de moestuin komen taal, rekenen, natuur en burgerschap vanzelf samen
Zelf aan de slag
Ook leerkracht Bjorn vindt de lessen in de moestuin waardevol. Hij loopt tussen de bakken door, kijkt mee en stelt vragen. “Is dit onkruid? Kan deze plant al uit de grond? Hoe zie je dat?” De leerlingen meten, twijfelen, overleggen en roepen elkaar erbij als ze iets ontdekken. “Ik hou sowieso van tuinieren, dus ik ben heel blij dat ik dit mag doen,” zegt Bjorn. “Je leert hier heel veel van. Ik zelf ook!”
Voor hem zit de kracht van de moestuin in het doen. Kinderen zaaien, wachten, geven water en zien uiteindelijk wat hun zorg oplevert. Het moment daarna vindt hij misschien wel het mooist, als de oogst mee teruggaat naar de klas. “Dat is magisch. Dan zie je kinderen echt genieten.”
De leerlingen merken ook dat buiten leren anders is. “Dan hoef je niet de hele tijd op je stoel te zitten,” zegt een leerling. Een ander legt uit: “Binnen kun je niet zoveel leren over de moestuin, maar buiten kun je het zelf zien.” Van werken in de tuin krijg je zwarte handen. De leerlingen lijken daar niet mee te zitten. “Door te woelen in de aarde, kun je de grond vruchtbaar maken.”
Proeven hoort natuurlijk ook bij tuinieren. De radijsjes vonden de kinderen lekker, vertellen ze, al waren ze soms ‘een beetje pittig’. Wat ze het leukste vinden aan de moestuin, weten ze snel. “Het zaaien, het oogsten en het eten.”
Ruimte en geduld
De tuin is inmiddels een vaste plek binnen de school. Eerst werkte de school met bakken aan de voorkant van het gebouw. Inmiddels is de moestuin uitgebreid. Dat was nodig, vertelt moestuincoach Sandy. “Kinderen willen niet alleen kijken. Ze willen aan het werk. Als er te weinig ruimte is, kunnen ze één zaadje in de grond stoppen, maar daarna staan ze stil. Nu kunnen ze zoeken, planten, knippen, gieten en oogsten.”
Niet alles groeit snel. Bij een klein plantje legt Sandy uit dat het pas in de winter groot genoeg zal zijn. Hoeveel geduld je daarvoor nodig hebt? “Heel erg veel,” klinkt het tussen de bakken. Juist dat wachten hoort erbij. Kinderen ontdekken dat groeien tijd vraagt en dat zorg pas later zichtbaar wordt.
Zorgen doe je samen
Ook buiten schooltijd is de tuin belangrijk. In vakanties helpen buurtbewoners, de kinderopvang en kinderen uit de buurt met water geven. De tuin ligt zichtbaar naast de school, waardoor buren meekijken en zich betrokken voelen. Aan het eind van het schooljaar wordt de oogst gebruikt op het zomerfeest. Eerder maakten kinderen wraps met snijbiet en smoothies met spinazie. “Zet er een bordje bij dat het uit de schooltuin komt en kinderen zijn zo ontzettend trots,” zegt Sandy. “Dat is geweldig om te zien.”
Een moestuin laat kinderen groeien in geduld en verantwoordelijkheid
Terug bij de bakken wordt de oogst verzameld. Radijs, snijbiet, lente-ui. Er is niet genoeg voor iedereen, dus er wordt geloot met stokjes. Bjorn vertelt hoe er een week eerder één klein aardappeltje uit de grond kwam. De leerling die het mee naar huis mocht nemen, wist meteen wat hij ermee ging doen. Patatjes maken. Misschien maar twee. Maar wel van een aardappel waar de klas wekenlang voor heeft gezorgd!
Tip van de moestuincoach
Een schoolmoestuin hoeft niet groot te beginnen. Een paar bakken, een vaste plek in het rooster en iemand die het team helpt, zijn genoeg om aan de slag te gaan.
Missie moestuin
Project Schooltuin wil elk kind laten kennismaken met tuinieren. Samen zaaien, samen oogsten, samen doen! Door de natuur op het schoolplein te halen, breng je veel SLO-kerndoelen samen. Voelen, ruiken, zien en proeven zorgen voor belangrijke inzichten die later bijdragen aan bewustere keuzes.
Zie ook missiemoestuin.nl