Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
16/06/2019
Leestijd 6-8 minuten
Geschreven door Erik Ouwerkerk

‘Je onderwijskeuzes hebben consequenties’

Pedro De Bruyckere werkt sinds 2001 in de lerarenopleiding secundair onderwijs van de Arteveldehogeschool als pedagoog en onderzoeker. Hij doet tevens onderzoek aan de Universiteit van Leiden, behaalde in 2017 zijn doctorstitel aan de Nederlandse Open Universiteit in Heerlen en schreef, al dan niet met anderen, diverse boeken. En dan is hij ook nog muzikant. Een volle agenda dus, maar toch vond hij nog tijd voor JSW zijn visie op goed onderwijs te geven. Hoewel: ‘Geen visie is zaligmakend.’

Save the children

Wanneer en hoe werd je aangetrokken tot het onderwijs?
‘Het zat er al vroeg in, op de lagere school wou ik al onderwijzer worden. Ik had het geluk dat ik geweldige leerkrachten had, die mij inspireerden ook voor de klas te staan. Op de lagere school wel te verstaan. Toch werd het de middelbare school, om de simpele reden dat je in het basisonderwijs ook geacht werd lichamelijke opvoeding te geven. Zie je het voor je?’ De Bruyckere wijst op zijn lichaam, en wil daarmee aangeven ‘dat zegt toch genoeg’.
Ook hij heeft genoeg handvatten te bieden voor leerkrachten in het basisonderwijs, want er zijn parallellen genoeg tussen de opeenvolgende schooltypen. De pedagoog was begin twintig toen hij afstudeerde als leraar geschiedenis, aardrijkskunde en Nederlands. Hij vond dat zelf aan de jonge kant om voor de klas te staan en zijn docenten moedigden hem aan door te studeren. Dat deed hij. Het werd pedagogiek, en naast zijn studie gaf hij alvast les, voornamelijk Nederlands aan anderstaligen. Ook hier motiveerden zijn docenten hem door te studeren en suggereerden om eventueel te promoveren. ‘Hoewel vereerd, koos ik ervoor les te geven op de lerarenopleiding te Gent, waardoor ik meer betrokken was bij de onderwijspraktijk.’
Via zijn vrouw kwam de Vlaming uiteindelijk toch op het academische pad uit: ‘De liefde van mijn leven was net gepromoveerd rond kindertaalontwikkeling. Zelf verslond ik talrijke rapporten en onderzoeken maar gewoon uit interesse, totdat ze op een dag zei: “Maak toch maar werk van je doctoraat.” Dat leidde tot mijn PhD aan de Open Universiteit in Heerlen, onder leiding van Paul Kirschner.’

Pedro De Bruyckere: 'We krijgen steeds meer keuzes, het is dus van belang te kunnen kiezen'

En nu ben je drukbezet: lezingen, onderzoek, lesgeven…
‘Ik heb me nooit bewust ontwikkeld tot spreker. Ik werd een keer gevraagd, dat leidde tot meer uitnodigingen en naar aanleiding daarvan werd ik gevraagd een boek te schrijven. Ik stel daarin wel mijn prioriteiten: mijn eigen studenten en onderzoek gaan altijd voor.’ Volgens De Bruyckere versterken de verschillende activiteiten elkaar. Door zijn onderzoek voorziet hij zijn pupillen van degelijk en recent onderzoek, terwijl een klasbezoek ‘de droge data van een gezicht voorziet’.


Wat is goed onderwijs volgens jou?

‘Elke school heeft weer een andere aanpak, maar over de hele linie zie ik goede voorbeelden én gebreken. Wie ben ik dan om dat te zeggen hoe het moet? Geen visie is zaligmakend. Het is echter wel belangrijk om doordacht te werken. Kritisch. Evidence-informed. Neem gepersonaliseerd onderwijs als voorbeeld, daar hebben collega-pedagogen Simons en Masschelein in het bijzonder bij stilgestaan. Wat betekent het als je de leerling centraal zet?
Het is een voorbeeld van hoe de juiste vraag nieuwe inzichten uitlokt. Zoals: is er een gevaar dat kinderen met een rijke opvoeding en veel ‘startbagage’ daar het meeste baat bij hebben? Willen we dat? Personaliseren kan voor mij hoor, maar denk dóór, want je keuzes hebben consequenties. Naar mijn idee moet de leerkracht iemand zijn die vanuit vakkundigheid en liefde voor zijn vak letterlijk en figuurlijk iets te vertellen heeft en zijn leerlingen kan inspireren – ik spreek dan, Masschelein en Simons indachtig, ook liever van een amateur, oftewel liefhebber. Professional klinkt wat mij betreft toch een stuk kouder. De eigen leefwereld van de leerling kan daarbij een vertrekpunt zijn, maar daar mag het in het onderwijs zeker niet bij blijven. Het is vooral ‘de wereld van het kind opentrekken’.’

Naarmate je weet wat wel en niet werkt, kun je met vertrouwen meer gereedschap toevoegen en breid je je klaskit uit'

Je pleit niet voor of tegen het een of het ander, maar wilt een kritische overweging van veronderstellingen?
‘Dat klopt. Het is goed om zowel stil te staan bij de beperkingen als bij de positieve kanten te onderzoeken. Om bij het voorbeeld van gepersonaliseerd onderwijs te blijven: op technisch vlak kan het heel goed ingezet worden om, ik noem maar iets, een kind te sturen in zijn rekenontwikkeling.’


Wat het nog lastiger maakt: wat voor de een werkt, werkt niet voor de ander.

‘Het is voor een juf of meester een van de belangrijkste dingen om te werken aan een repertoire. Je begint met een eenvoudige gereedschapskist. In de praktijk leer je wanneer je welk gereedschap in kunt zetten en je krijgt er feeling voor; het wordt een verlengstuk van jezelf. En dan denk je op een dag: de klas is gemotiveerd en werkt geconcentreerd, goed bezig!
Maar juich niet te vroeg. Het is fijn dat de leerlingen druk gewerkt hebben, maar hebben ze ook wat geleerd? Je moet doelgericht kunnen werken: blijf alert en neem je werkwijze onder de loep. Weet waarom iets niet werkt, maar óók waarom iets wel werkt. Waar liggen die prima leerresultaten aan? Is het het diversifiëren of de persoonlijke aandacht? De duidelijke uitleg of het enthousiasme dat je overbrengt? Naarmate je weet wat wel en niet werkt, kun je met vertrouwen meer gereedschap toevoegen en breid je je repertoire, laten we zeggen je klaskit, uit.’


Je helpt ze daarbij met jouw boeken, zoals Is het nu generatie X, Y of Einstein, Klaskit en Jongens zijn slimmer dan meisjes?

‘Iedereen maakt zijn eigen keuze, en ik help de leerkrachten graag kiezen; evidence-informed. Voor sommige opties geldt: dit kun je doen, en dit kunnen de consequenties zijn. In andere gevallen verklaren we – ik heb de twee boeken over onderwijsmythes samen met de Nederlandse collega’s Paul Kirschner en Casper Hulshof geschreven – graag waarom een stelling geen hout snijdt. Het kan tenslotte ook dat een opvatting vol overtuiging wordt aangeprezen terwijl hard bewijs ontbreekt. Zo scheiden we het kaf van het koren. We gidsen de leerkracht graag, die heeft gewoon geen tijd om alle onderzoeken door te spitten.’


Zijn er zoveel onderwijsmythes (bijgekomen) dat jullie besloten een opvolger samen te stellen met Juffen zijn toffer dan meesters? En wat is de grootste of meest schadelijke mythe wat jou betreft?

‘We bleven simpelweg maar vragen krijgen, zodanig dat we eerst een herziene uitgave van het eerste boek over onderwijsmythes uitbrachten, en daarna zelfs besloten dat een tweede nodig was. Bekende fenomenen die we behandelen zijn onder meer de taxonomie van Bloom en de growth mindset. Ik zou niet kunnen zeggen welke de meest schadelijke misvatting is, dat is uiteindelijk maar subjectief. We hebben de boeken puur geschreven om claims op onderwijs wetenschappelijk te benaderen.’

'Dietrichson deed een metastudie naar de rol van onderwijs in de kloof tusse arm en rijk. Eigenlijk vergroot bijna álles wat je doet die afstand'

Je zegt in een interview (op zijn Vlaams): ‘We vinden telkens het warm water opnieuw uit.’ Wat bedoel je daarmee?
‘Jean-Jacques Rousseau was van opvatting dat de pure geest van kinderen niet gecorrumpeerd dient te worden door de cultuur van de school. Ik herken die trekken in de visie van O4NT, de organisatie achter de Steve Jobs-scholen. Mark Zuckerberg en Bill Gates pleiten voor ‘modern’ onderwijs en verwijzen daarbij naar onderzoek zo oud als de straat’, aldus De Bruyckere, die het gesprek zo nu en dan verrijkt met een mooie Vlaamse uitdrukking. ‘Aan de andere kant is de invloed van bijvoorbeeld de montessorifilosofie nog steeds springlevend. Niet dat daar iets mis mee is overigens hoor, maar ik mis zogezegd de innovatie in de innovatie.’


Kun je desondanks toch een onderzoek(er) bedenken die jou de afgelopen jaren de ogen heeft geopend?

‘De Deense Jens Dietrichson heeft samen met collega’s een metastudie gedaan naar de rol van onderwijs in de kloof tussen arm en rijk. Eigenlijk vergroot bijna álles wat je doet die afstand. Dat gaat me aan het hart, en dat is voor mij (mede) aanleiding geweest me in te zetten voor een onderzoeksproject in Leiden dat gebruikmaakt van tutoren. De inzet van persoonlijke begeleiders is namelijk een van de weinige zaken die wel kan helpen de ongelijkheid te verkleinen.’


Een centraal interessegebied voor jou is jongerencultuur. Wat kun je ter afsluiting zeggen over de leefwereld van de generatie die nu nog op de lagere school zit?

Ook hier voorziet De Bruyckere een aantal populaire ideeën weer van context: ‘We kampen niet met narcistische selfie-kinderen, de jongens en meisjes worden niet volledig in beslag genomen door technologie, maar kunnen er vaak prima een balans in vinden, en de overgang van het primair naar het voortgezet onderwijs is niet bepaald stressvoller dan om het even welke andere overstap naar een volgende jaargang.’
De opleider ziet wel meer diversiteit qua gezinsvorm en cultuur, en ouders die steeds meer tijd doorbrengen met hun kinderen. ‘En ze lijken zich meer zorgen te maken om hen. Mijn advies voor leerkrachten: laat je daar niet te veel door beïnvloeden. Zorg voor rust.’
De tijdgeest beschouwend, zegt hij tot slot: ‘Om jong te kunnen zijn, heb je drie ingrediënten nodig. Vrije tijd, vrije ruimte en als er wat fout gaat tijdens het experimenteren dat de wereld dit kan vergeten. Dat laatste is een grote uitdaging, er wordt namelijk heel veel digitaal opgeslagen. We krijgen bovendien steeds meer keuzes, het is dus van belang te kunnen kiezen. Eigenlijk kunnen kleuterleerkrachten daar het beste mee omgaan: als je dít doet, kun je dát niet doen. Onderwijzers die na hen komen, moeten die lijn oppakken.’

Meer informatie over Pedro De Bruyckere:

  • De Bruyckere, P. (2017). Klaskit. Leuven, BE: LannooCampus.
  • De Bruckere, P., Kirschner, P.A., & Hulshof, C. (2018). Juffen zijn toffer dan meesters. Leuven, BE: LannooCampus.
  • De Bruckere, P., Kirschner, P.A., & Hulshof, C. (2016). Jongens zijn slimmer dan meisjes. Leuven, BE: LannooCampus.