Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
19/05/2019
Leestijd 6-8 minuten
Geschreven door Ronald Buitelaar

Lesgeven is een kunst

‘Ik denk dat het moderne onderwijs last heeft van twee zaken. Aan de ene kant die aanhoudende beheersingsdynamiek en aan de andere kant een samenleving met een grote hoeveelheid onvolwassen verlangens.’ Aan het woord is Gert Biesta, onderwijspedagoog, hoogleraar Public Education aan de Maynooth University (Ierland) en bijzonder hoogleraar Pedagogische dimensies van onderwijs, opleiding en vorming aan de Universiteit voor Humanistiek (Nederland). Met zijn boek Goed onderwijs en de cultuur van het meten gaf hij in 2012 woorden aan een ondergesneeuwd onderwijsaspect: de pedagogiek. Sindsdien is hij de stem geworden van mensen die zich zorgen maken over de ‘meten is weten’-cultuur in het onderwijs. Zij geven aan dat Biesta verwoordt wat zij zelf niet onder woorden kunnen brengen. Ik sprak Biesta op landgoed De Horst in Driebergen en trof een bedachtzaam formulerende wetenschapper die wijst op de belangrijke rol van het onderwijs in een ‘puberende’ samenleving.

Save the children

Wie ben je en wat beweegt je?
‘Ik ben geboren en getogen in het centrum van Rotterdam, net aan de brandgrens. Het gebied rond ons huis was een gigantische lege ruimte waar we, met het geluid van heimachines op de achtergrond, naar hartenlust konden spelen. Ik speelde al jong schooltje, maar de echte belangstelling voor onderwijs kwam pas veel later. Mijn middelbare schooltijd verliep niet zo goed en ook een studie economie brak ik al na twee jaar af. De daarop volgende theologiestudie maakte ik niet af, omdat ik een fors auto-ongeluk kreeg. Na mijn herstel besloot ik op de röntgenafdeling van een ziekenhuis te gaan werken. Het was mijn eerste succeservaring. Ik werd gediplomeerd röntgenlaborant. Toen ik me vervolgens ging bezighouden met opleiden viel alles op zijn plaats en wilde ik meer met onderwijs doen. Ik volgde een avondstudie pedagogiek aan de Universiteit Leiden en daarna een studie filosofie. In het hoger onderwijs ben ik blijven hangen tot het Nederlandse academische wereldje mij begon te benauwen. In 1999 verhuisden we met het hele gezin naar het Verenigd Koninkrijk. Daar ben ik in intellectueel opzicht opgebloeid. In Nederland had ik te maken met georganiseerde tolerantie, waarbij een baas de kaders bepaalt waarbinnen je mag werken. In Engeland kennen ze dat niet. Ik heb er intellectuele vrijheid. Na acht jaar lesgeven aan de lerarenopleiding voor het beroepsonderwijs verhuisden we naar Schotland. Sindsdien verdeel ik mijn tijd tussen diverse universiteiten in verschillende landen en werk ik aan publicaties.’

Gert Biesta: 'Je kunt het onderwijs zo organiseren dat het allemaal perfect functioneert, maar dan valt de mens er werl uit'

Wat is goed onderwijs?
‘Als ik stel dat onderwijs in de eerste plaats leerlingen moet helpen om in relatie te komen met hun eigen vrijheid, zal ongetwijfeld gevraagd worden of leerlingen niet eerst de basics moeten leren op school. Ik begrijp die vraag, maar het in relatie komen met je vrijheid is fundamenteler voor mij. Wat brengt het ons als samenleving als we wel allemaal fantastisch kunnen lezen en rekenen, maar geen benul hebben van onze democratische verantwoordelijkheden? Het klinkt misschien groot en dramatisch, maar Hitler-Duitsland heeft laten zien wat er op het spel staat. Een beschaafde samenleving leert kinderen al jong omgaan met hun vrijheid. Die kan immers gebruikt worden om dingen heel of kapot te maken. Via het onderwijs kunnen we kinderen helpen om die vrijheid te onderzoeken en te leren er verantwoordelijk mee om te gaan. Daarbij moet de vorming tot persoon-willen-zijn centraal staan. Niet de vorming van een persoon. De leerling is immers geen ding dat wij naar believen kunnen vormen.’


Kun je die opdracht aan het onderwijs praktischer maken? Inzichten vanuit bijvoorbeeld de leerpsychologie klinken veel verleidelijker.

‘Dat is inderdaad verleidelijk, want het lijkt erop dat veel meetbaar is en dat de wetenschap kan vertellen hoe het moet. Toch werken die inzichten alleen als je met de ideale leerling werkt die zich gedraagt zoals hij zich moet gedragen. Je kunt het onderwijs natuurlijk zo organiseren dat het allemaal perfect functioneert, maar dan valt de mens er wel uit. Ik zeg overigens niet dat het onderwijs zich dan maar alleen op de mens moet richten. Het moet geen psychotherapie- of discussiegroep worden. Wel moet in relatie komen met je vrijheid de grondtoon zijn van waaruit leerkrachten werken. Je moet in alles het besef hebben dat je mensen in je klas hebt die je probeert te helpen om op een mooie en goede manier hun leven in de wereld te leiden. Als we die grondtoon in het onderwijs onvoldoende verzorgen, doen we kinderen tekort en lijden leerkrachten eronder, omdat het in strijd is met waarom ze ooit het onderwijs ingingen. Ook ouders komen in de klem, omdat ze deels willen dat die grondtoon aandacht krijgt, maar ook steeds te horen krijgen dat alleen het beste en het hoogste goed genoeg is. Balans is dus belangrijk en ik heb de indruk dat die momenteel nogal eens zoek is.’

'De leerling is geen ding dat wij naar believen kunnen vormen'

Dat brengt ons bij de vraag wat ervoor nodig is om de grondtoon wel voldoende aandacht te geven?
‘In relatie komen met je vrijheid en daar iets goeds mee doen, kan alleen in de wereld plaatsvinden en die wereld is op een bepaalde manier ingericht. Het is dus een belangrijke klus om kinderen wegwijs te maken in die wereld. Hoe zit die in elkaar? Wat is er redelijk en onredelijk aan? Hoe is het zo gekomen? Neem de klimaatmars. We weten dat daar heel verschillend over gedacht wordt. Ook kinderen zullen een veelheid aan redenen hebben om er aan mee te doen. Aan ons om hier met jongeren over in gesprek te raken en niet onmiddellijk hun motieven te wantrouwen, want dat is een discussie zonder einde. Dus niet klagen dat jongeren niet met hun vrijheid om kunnen gaan, maar ons afvragen wat we gedaan hebben om ze er vertrouwd mee te maken. Waarmee je eigenlijk zegt: het is jouw vrijheid waar je verantwoordelijkheid voor moet nemen en ik wil je graag helpen als je daar hulp bij nodig hebt.’


Wat vraagt dat van de leerkracht?

‘Je zult ten eerste goed zicht moeten hebben op de dynamiek van vrijheid en grenzen. Dat kan voor een deel met hulp van aangeleerde kunstjes, maar het wordt een armoedige bedoening als die kunstjes een doel op zich worden en het langetermijnperspectief in je handelen ontbreekt.’

'Je moet het besef hebben dat je mensen in je klas hebt die je probeert te helpen om op een goede manier hun leven in de wereld te leiden'

Kunnen we dat eigenlijk wel vragen van jonge, beginnende leerkrachten?
‘Ja, dat kunnen we, omdat we pas weten wat we kunnen als we het doen. Ik weet ook pas of ik talent heb om piano te spelen als ik het probeer. Tegenwoordig heb je dat afschuwelijke idee dat kinderen in het onderwijs al hun talenten moeten kunnen ontplooien en hun volle potentie moeten kunnen ontwikkelen. We vergeten echter dat er dan wel eerst iets in de voorwaardelijke sfeer gedaan moet worden. En dat niet alle talenten die kinderen hebben mooi of goed zijn. Het is belangrijk dat kinderen en jongeren de ruimte krijgen om te onderzoeken of ze een bepaalde potentie kunnen ontwikkelen en zouden moeten ontwikkelen. Zo verging het mij ook. Ik neem het mensen niet kwalijk dat ze niet veel in mij zagen toen ik achttien was, maar ik ben wel blij dat een jaar of acht later iemand zei dat lesgeven zeker iets voor mij was. Toen kwam het er uit ook.’


Wat vraagt het van de opleiding?

‘Natuurlijk moet je als leerkracht tijdens de opleiding veel oefenen met didactiek en instructie en allerlei manieren om lessen in elkaar te zetten, maar dat zijn eigenlijk allemaal gereedschappen die je inzet om goed onderwijs te realiseren. Die zijn effectief als alles soepel verloopt. Maar als je niet weet wat het betekent om met jonge mensen te werken in een dynamiek van vrijheid, verantwoordelijkheid en onvolwassen verlangens sta je met lege handen en een mond vol tanden. Dan hebben we het over het herkennen van de grondtoon die niet even in een methode gestopt kan worden, maar die wel de verbindende factor is in alles wat je doet. Als je daar als opleiding geen oog voor hebt, creëer je mensen die misschien wel heel veel kunnen, maar niet weten wat wanneer gedaan moet worden.’

Heb je nog praktische handvatten om goed onderwijs te verzorgen?

‘Ik vind het belangrijk dat we in het onderwijs met elkaar in gesprek blijven over wat we doen in de praktijk van alledag. Lesgeven is uiteindelijk een kunst die staat of valt met het kunstenaarschap van de leerkracht en daar moeten we aan blijven werken. In iedere situatie is het aan de leerkracht om met alle aanwezige eisen en het materiaal en de middelen die voorhanden zijn goed onderwijs te realiseren voor leerlingen die soms heel gewillig en soms heel weerbarstig zijn. Je zult mij daarom ook nooit horen zeggen hoe leerkrachten het moeten doen. Dat is een belediging aan leerkrachten. Het enige wat ik kan doen, is zeggen hoe ik het zelf doe. Ik kan iets van mijn kunstenaarschap delen. Maar dat gaat altijd over wat ik met die student op dat moment onder die omstandigheden en condities voor mooie dingen kon doen en wat niet lukte. En taal is belangrijk om beter over ons werk te spreken en beter te kunnen waarnemen. Wat zien we en wat kunnen we daarover zeggen?’