Is die warme overdracht wel echt zo warm?
Er was eens een leerling die van school wisselde. De oude school had alles netjes overgedragen: resultaten, beheerste doelen, gespreksverslagen en onderwijs- en ondersteuningsbehoeften. Ook was beschreven dat een maatregelenladder hielp en dat stappenplannen bij rekenen nodig waren op weg naar zelfstandige beheersing van een aantal doelen. Haar nieuwe leerkracht had het onderwijskundig rapport gelezen. Ze had in het overdrachtsgesprek vragen gesteld. De intentie was er volop om met de informatie uit de overdracht aan de slag te gaan en tóch was er een aantal maanden later weinig mee gedaan.
Er wordt in het onderwijs heel wat warm overgedragen. Een kind dat van de
peuteropvang naar groep 1 doorstroomt, een leerling die verhuist, iemand die overstapt naar het speciaal onderwijs of juist andersom, een nieuwkomer die uitstroomt naar het regulier onderwijs of een achtstegroeper die naar de middelbare school gaat. Daar gaat een zorgvuldig proces aan vooraf: informatie wordt verzameld en gedeeld, vragen worden gesteld, formulieren ingevuld, adviezen mee-gegeven, aandachtspunten genoteerd. Het dossier opmaken en het gesprek voeren is slechts het begin. Tijdrovend, dat ook.
De echte uitdaging begint pas als de leerling binnenkomt. Want dan blijkt vaak dat die zorgvuldig verzamelde informatie haar weg niet vanzelf vindt naar de praktijk. En dus moet de leerling vaak opnieuw wachten tot iemand ontdekt wat een andere school allang had ervaren. Voor dat kind betekent een overgang dan opnieuw beginnen.
Kennis krijgt pas waarde als ze zichtbaar wordt in handelen
Daarmee laat de warme overdracht een bredere uitdaging in het onderwijs zien. We besteden veel aandacht aan het verzamelen van informatie, het voeren van gesprekken en het delen van kennis. Maar daarmee is nog niet vanzelfsprekend dat het terechtkomt in het handelen van de nieuwe leerkrachten, al is de informatie uit een overdracht nog zo helder en zijn de intenties oprecht.
Het raakt aan een grotere professionele vraag: hoe zorgen we ervoor dat wat we weten ook zichtbaar wordt in wat we doen? Want kennis krijgt pas waarde als die haar weg vindt naar het klaslokaal en naar de keuzes die een leerkracht iedere dag maakt. Juist die stap krijgt in het onderwijs vaak minder aandacht, terwijl daar uiteindelijk het verschil wordt gemaakt.
Wat de leerling merkt, is of hij verder kan waar hij gebleven was. Daar, in die ononderbroken lijn tussen wat bekend is en wat wordt gedaan, hoort de warmte te zitten. En daar laten we leerlingen nog te vaak in de kou staan.