Wie leert je eigenlijk lesgeven?
Het is al even geleden, maar mijn eerste les op de pabo staat me nog helder voor de geest. We lazen Max en de Maximonsters, kregen theorie over de vakdidactiek van beeldende vorming en gingen kleien. Je raadt het al: een Maximonster.
In diezelfde week leerden we a-ram-sam-sam zingen in canon. Later ontwierp ik een lessenserie voor rekenen en een natuurles met proefjes. Die laatste twee waren mijns inziens zeer zinvol!
Wanneer wordt voorbeeldgedrag onderdeel van de opleiding?
Ik had een geweldige tijd en leerde waardevolle dingen, maar achteraf gezien had ik óók andere dingen willen leren. Te beginnen bij goed lesgeven en klassenmanagement. Hoe geef je een heldere instructie, hoe controleer je of leerlingen je begrijpen, hoe houd je orde in de bovenbouw tijdens een dramales, wanneer komt cultuureducatie binnen een thema echt tot zijn recht, hoe voer je oudergesprekken en hoe kun je voorspelbaar zijn? Zelden zag ik hoe mijn docenten dat zelf in de praktijk brachten.
Didactische strategieën werden uitgelegd of als huiswerk opgegeven, niet voorgedaan. Strategieën als willekeurige beurten geven, kwaliteitsbesef bijbrengen of het systematisch controleren van begrip hadden geen plek in de opleiding. Didactisch en pedagogisch handelen werd doorgeschoven naar de stages.
En daar was toeval bepalend. Stagelopen voelde als Russisch roulette. Had je geluk, dan trof je een stageleerkracht die structuur aanbracht, helder uitlegde, kon verwoorden waarom hij of zij iets zo deed en op een magische manier kon omgaan met die ene leerling. Had je pech, dan stond je naast iemand die de klas nauwelijks in de hand had. In beide gevallen werd verwacht dat jij er iets van leerde.
Ik zou graag zeggen dat dit inmiddels anders is. Maar gesprekken met startende leerkrachten en stagiairs laten iets anders zien. Nog altijd hoor ik dat ze het ‘vooral in de praktijk moeten leren’. Nog steeds zijn voorbeeldlessen in de opleiding schaars.
Dat neemt niet weg dat de pabo een waardevolle opleiding is. Ik heb er veel geleerd, basiskennis opgedaan en eindeloos gereflecteerd. Alleen: reflecteren zonder goede voorbeelden blijft abstract.
Bovendien kun je, ironisch genoeg, pabo-docent zijn zonder ooit voor een basisschoolklas te hebben gestaan. Misschien zit dáár de frictie. Want wie leerkrachten opleidt, zou moeten weten hoe een muziekles voelt als een kind weigert mee te zingen of een groepje leerlingen op hun triangel slaat terwijl dit nog niet mag. Dan sta je daar en moet je beslissen of je corrigeert, begrenst of de rest van de klas een compliment geeft voor hun goede gedrag…