Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Interviews
05/05/2020
Leestijd 6-8 minuten
Geschreven door Erik Ouwerkerk

Beschikbaarheid als sleutel

Ronald Heidanus denkt na over zijn vak en wil handelen naar zijn visie. Dat bracht hem op uiteenlopende plekken in het onderwijs, en zelfs naar Scandinavië, waar hij met zijn gezin een educatieve rondreis maakte. Met een koffer vol (onderwijs)ervaring werkt hij nu als intern begeleider op Jenaplanschool Jeanne D’Arc in Tilburg, waar hij vanuit de lerarenkamer vertelt over zijn visie op goed onderwijs.

Save the children

Ronald Heidanus: 'In het voortgezet speciaal onderwijs ontmoette ik veel kinderen met een enorm potentieel'

Wat heeft je naar het onderwijs gebracht?
‘Ik kreeg als oppas al op jonge leeftijd te maken met een jongen die als moeilijk werd bestempeld. Ik zag dat hij een ander brein had en adviseerde de ouders om het kind te laten diagnosticeren – niet met die woorden overigens hoor, ik was nog jong – en er bleek autisme in het spel. Het feit dat ik zag dat er wat aan de hand was en dat ik zonder moeite met het ‘moeilijke’ kind om kon gaan, zette me aan het denken en resulteerde (mede) in mijn keus voor de studie sociaal pedagogisch werk (SPW). Later tijdens een stagejaar op een ZML-school nam ik al snel de klas over van de leerkracht en dat ging me goed af. Maar toch bleef ik de klassenassistent die niet als gelijkwaardig werd gezien. Zodoende ging ik naar de pabo, maar toen ik daar in het laatste jaar voor een school een plan voor vernieuwend onderwijs maakte, stuitte dat op weerstand bij het gehele schoolteam. Ik stopte op de pabo en ging twee jaar toeren met mijn band, tot ik uiteindelijk toch op een progressieve plek kon afstuderen. Ik ging vervolgens in het voortgezet speciaal onderwijs werken. Daar ontmoette ik veel kinderen met een enorm potentieel. Ter illustratie: Een oud-leerling van mij traint nu voor deelname aan de Olympische Spelen in Japan, een ander zit op de universiteit, en weer twee anderen zijn leerkracht in opleiding. Dat bevestigt mij in mijn opvatting dat we als leerkracht hoge verwachtingen moeten hebben van onze kinderen. Ik zag dat veel kinderen gewoon in het regulier onderwijs mee konden draaien, maar het was vaak een stroperig proces om een overstap te realiseren. Daarom besloot ik vanuit het regulier onderwijs als co-teacher te voorkómen dat de leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs terecht zouden komen. Maar ook in die hoedanigheid liep ik uiteindelijk tegen muren op, wat me deed besluiten om samen met mijn gezin een inspiratiereis te maken door Denemarken, Noorwegen en Zweden. En nu werk ik als intern begeleider op Jenaplanschool Jeanne D’Arc in Tilburg, en hier zit ik op mijn plek’, zegt Heidanus die om zich heen wijst vanuit de lerarenkamer.

Een flinke introductie, maar een die denk ik goed laat zien waar je staat: je hebt een duidelijke visie over inclusie en het benutten van potentieel van kinderen én je doet er alles aan om daar trouw aan te blijven. Laten we met het eerste beginnen.
‘Goed onderwijs is de kunst om pedagogiek en didactiek zo met elkaar te verweven dat het een het ander maximaal ondersteunt. De pedagogiek is nodig om een veilige, betrouwbare leeromgeving te creëren waarin kinderen kunnen ontdekken, zij ‘op hun bek kunnen gaan’, zij leren zich constructief uit te spreken over wat ze denken en voelen. Een directe instructie als didactisch middel is heel effectief om ontwikkeling te bewerkstelligen, zeker als degene in de groep meester is over de vakinhoud. Maar ook om te zorgen dat iedereen bij de les is en blijft. Dat laatste vraagt weer een pedagogische kwaliteit: zonder betrokkenheid zie je niet waarom de ene leerling afdwaalt (ga ik te snel, gebruik ik te moeilijke woorden?) of de ander de les luidruchtig verstoort (hoe is het kind opgestaan, wat heeft het meegemaakt, heeft het wel ontbeten?). Het vraagt om meer dan opmerkzaamheid: de bereidheid jezelf open te stellen voor het verhaal áchter het gedrag.’
Dan stelt Heidanus vast: ‘Labels zijn het vak echter binnengekomen, en daarmee kan de leerkracht de verantwoordelijkheid van zich afschuiven en zelfs het kind naar het speciaal onderwijs verwijzen. “Deze jongen heeft ADHD, dit meisje een oppositionele gedragsstoornis, die horen hier niet.” Echte pedagogiek of ontwikkelingspsychologie stelt echter gerichte (oordeelloze) vragen en luistert, om te begrijpen waarom een kind zich onhandig uitdrukt. Ieder kind is een verhaal, en ken je het verhaal, dan zit je aan het kind vast.’

‘Beschikbaarheid als sleutel’ dus, zoals prominent op je website is te lezen. Maar hoe geef je daar handen en voeten aan met dertig kinderen in de klas?
‘Je kunt ook beschikbaar zijn door even niet beschikbaar te zijn. Met andere woorden: als een kind gedrag laat zien dat je als moeilijk ervaart, kun je je daarop concentreren, maar je kunt er ook voor kiezen om juist de groep sterker te maken. Het gedrag van het kind vreedzaam te negeren, dat zo een signaal krijgt dat zijn manier van doen niet werkt. Of juist volledig beschikbaar zijn: in het speciaal onderwijs deed ik vaak een ‘time-in’ als het misging. Ik legde de les dan stil, zette het kind op de time-in-plek (afgeschermd van de anderen, maar in verbinding met mij) en sprak feitelijk uit wat ik had zien gebeuren. Vaak kreeg ik al snel een knikje van herkenning van de meer bewust wordende leerling, en de gehele groep kreeg helder wat er aan de hand was. Daar groeit en leert de hele groep van, inclusief ik als leerkracht. Als je doorlopend in en uit het systeem kunt stappen door dan weer volop mee te doen met een lesactiviteit of pedagogische interventie, en dan weer te beschouwen, leer je de kinderen zelf het werk te doen. Zoals je ademhaling ook een voortdurende en natuurlijke afwisseling is van de in- en uitademing, levert dat een hoop zuurstof en energie op. Dan geef jij het voorbeeld en maak je de groep ook deel van dit leerproces. Dan zet je het systeem dus naar je hand en levert dit werkplezier en creativiteit op.’

'Ieder kind is een verhaal, en ken je het verhaal, dan zit je aan het kind vast'

Hoe breng je jouw visie als intern begeleider over op je collega’s in de klas?
‘Ik sta regelmatig samen met hen in de groep. Zo leren we de kinderen en de groepsdynamiek beter kennen en krijgen we grip op de leerprocessen die spelen. Bij elke vraag die ze mij stellen, stel ik er vaak tien aan hen. Daar worden ze weleens moedeloos van, maar zo kom je wel tot de kern van waar het werkelijk om draait en worden zij steeds meer zelf de intern begeleider van hun eigen groep. Dat is de ideale situatie, want zij zien de kinderen immers het meest en zij weten wat er nodig is voor hen, ook in relatie tot hun ouders. Ik ben nu, na ruim een jaar als intern begeleider, nog altijd beschikbaar, maar zie dat de stamgroepleiders hun kennis en handelingsrepertoire hebben vergroot. Ze pakken de regie terug.’

De leerkrachten moeten de regie terugpakken?
‘Dat durf ik wel te zeggen, ja. Gechargeerd zie ik dat er óf vol wordt ingezet op het directe instructiemodel óf dat het heel vaag is wat er eigenlijk in de klas gebeurt. Alles met als doel om houvast te krijgen. En waarom zoeken we het in het één of het ander? Ik denk, omdat we in dit complexe vak overspoeld worden door ‘onderwijsmodellen’: schoolbestuur A zet in op high performance learning en op onderwijscongres B staat een growth mindset op de workshoplijst. De leerkracht trekt zich van lieverlee terug in het eigen leslokaal, ziet dat de resultaten meevallen of tegenvallen, maar twijfelt. De ideeën van de genoemde voorbeelden zijn heus bruikbaar, maar een leerkracht die zijn kinderen niet kent of reflecteert op pedagogiek en didactiek, kan het zich niet eigen maken en geen inhoud aan de vorm geven! We zijn daar als hoogopgeleide professionals met een goed stel hersens toch prima toe in staat? Sta op, schud aan de boom en dwing die tijd en ruimte af om jezelf en als collectief verder te ontwikkelen.’

Wat heb je geleerd van en meegenomen uit Scandinavië?
‘Het concept van de vakleerkrachten in het primair onderwijs die de kinderen van jongs af aan tot een jaar of 14, 15 en zonder cijfers begeleidden richting hun verdere schoolloopbaan, de vele wandelingen door de natuur in Noorwegen en de op inclusie gerichte kleine klassen zijn bewonderenswaardig, en de eenpitter als standaard bestuursvorm heeft ook mijn voorkeur. Maar bovenal merkten we de ‘vertraging’ op: in Scandinavië nemen ze de tijd om het curriculum te doorlopen en dat zorgt voor meer creativiteit en diepgang. Wat mij betreft geven ze de kinderen alle 21th Century Skills mee, door vanuit een op het oog ouderwetse, maar heel effectieve sterke basis het onderwijs inhoudelijk vorm te geven. We hielden tijdens onze reis een blog bij met onze ervaringen. Veel mensen reageerden: “Hé, dat lijkt op het jenaplanonderwijs.” Dat bracht me naar deze ontwikkelplek – dat woord gebruik ik liever dan school – waar het leren van elkaar en het samen leren leven zoals ik dat in Scandinavië tegenkwam, terugkomt. Ontwikkeling vraagt hier, te midden van veel nieuwkomers en gezinnen die onder de armoedegrens leven, om vertragen, vakexperts en een sterke visie op pedagogiek en didactiek. Zo groeien we met de kinderen naar de leer- en leefgemeenschap die we willen zijn. Hier zit ik op mijn plek!’

Meer weten over Ronald Heidanus?
www.educationontour.com
www.twitter.com/ronaldheidanus