Profile

Dé basis voor het basisonderwijs

Columns
21/11/2019
Leestijd 2-3 minuten
Geschreven door Thijs Roovers

Hocus Pocus

We staan aan de vooravond van ingrijpende veranderingen in het funderend onderwijs. Ditmaal heeft het eens niet te maken met het lerarentekort of de hoge werkdruk, maar met een compleet nieuw curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Wat wij in de klas doen, voldoet niet meer aan de eisen van de tegenwoordige tijd en er moet een nieuw curriculum komen, vinden sommigen.

Save the children

Tijdens de schoolbezoeken die ik in het kader van het oprichten van het Lerarencollectief doe, spreek ik veel met leerkrachten over de inhoud van ons vak. Op deze bijeenkomsten vraag ik de schoolteams altijd wie er van curriculum.nu gehoord heeft. Een enkele keer gaat er een vinger omhoog, maar voor het gros van de leerkrachten is het abracadabra. Dat is gek, want al deze leerkrachten hebben duidelijk een professionele mening over wat wel en wat niet werkt. Het zijn vakmensen tenslotte.
Ik zal het in deze column niet hebben over de inhoud van het nieuwe curriculum. Daar mag elke leerkracht van vinden wat hij of zij wil (de AOb deed hier wel onderzoek naar, de uitkomsten hiervan laten weinig te raden over). Waar ik mij over verbaas, is dat beleidsmakers telkens hetzelfde verlepte konijn uit de hoed toveren: er wordt over leerkrachten en het vak gesproken, in plaats van met. Dat moet en kan echt anders!
Ik moet daarvoor even de geschiedenis induiken. In februari 2015 geeft de toenmalige staatssecretaris van Onderwijs (Sander Dekker) het startsein voor ‘Platform Onderwijs2032’. In een notendop: scholen moeten zich meer richten op het aanleren van vaardigheden, dan op het overbrengen van kennis. Dit besluit neemt hij op basis van rapporten van het SLO en de Onderwijsraad (destijds nog organen zonder leerkrachten). Het project verloopt rampzalig, met als eindconclusie dat er te weinig leerkrachten zijn meegenomen gedurende het proces.
In plaats van het proces af te blazen en opnieuw in gesprek te gaan over wat er nu eigenlijk nodig is, wordt de naam omgetoverd in ‘Curriculum.nu’ en worden er 150 leerkrachten en schoolleiders gevonden om mee te denken. Dat is een goed begin, maar in een werkveld met ruim 209.000 leekrachten een veel te kleine groep. Er volgt dan ook kritiek op dit proces, onder andere weer van de Onderwijsraad. Er zijn wel inspraakrondes en een uiteindelijke internetconsultatie, maar dat is weer aan het einde van het proces. In oktober 2019 worden de bouwstenen van het nieuwe curriculum overhandigd aan de minister.

De kritiek die dan volgt, op inhoud en proces, op sociale media liegt er niet om. Ik verbaas me daar niet over. Zoals we ook hebben kunnen zien bij eerdere vernieuwingen (studiehuis, basisvorming, Citotoets voor kleuters, lerarenregister, passend onderwijs, de rekentoets, et cetera) wordt er pas vlak voor invoering van een vernieuwing gevraagd wat de leerkrachten ervan vinden. Wat je ook van de inhoud van de voorstellen vindt, als leerkrachten van niks weten, gaat het niet werken en zal ook Curriculum.nu uiteindelijk op de plank met mislukte beleidsambities belanden.
Terwijl het zo moeilijk niet is. Echte veranderingen ontstaan van binnenuit. Vraag een schoolteam waar ze werkdruk ervaren, geef hen middelen om dit aan te pakken (werkdrukmiddelenakkoord) en simsalabim, dit werkt. Zo kan het ook met een nieuw curriculum. Betrek die vakmensen nou eens, luister vooral naar wat zij willen. Vertel hen niet wat ze moeten doen, maar vraag hoe we ze het beste kunnen ondersteunen en bouw vanuit daar het beleid op. Dat is geen tovenarij, dat heet logisch nadenken.

Thijs Roovers